reisverslag 21-daagse camperreis Vancouver retour

Johan en Loes Schaerlaeckens hebben een avontuurlijke campertocht door de Canadese Rocky Mountains gemaakt. Zij bezochten diverse nationale parken en zagen vele verschillende diersoorten. Zij nemen u graag mee op reis door British Columbia en Alberta dus lees snel verder om te zien hoe hun 21-daagse reis is verlopen.

 

  • periode: Mei - juni 2013

Dag 1: Aankomst Vancouver

Op dinsdag 28 mei 2013 is het eindelijk zover. Aletta, de vriendin van Ad, brengt ons naar het
station in Breda. Met de Fyra rijden we in minder dan een uur naar Schiphol. We vertrekken
om 14.45 uur op Schiphol en komen een kwartier later aan in Vancouver (9 uur tijdsverschil).
Met de taxi rijden we naar het Best Western Downtown Hotel voor 2 overnachtingen. Er is
minstens één hotelovernachting verplicht bij het reizen met de camper i.v.m. jetlaggevolgen.
Het hotel is de eerste meevaller van de reis. De kamer is ruim met 2 tweepersoonsbedden,
koelkast, waterkoker, koffiezetapparaat, en (gratis) Wifi. ’s Avonds drinken we wat meer
tapjes dan gepland in de gezellige bar van het hotel.

Dag 2: Stanley Park

Op woensdag doet de combi jetlag/minikater zich gelden. Om 6.00 uur zitten we al aan de koffie in onze hotelkamer. Na het ontbijt rijden we met de (gratis) shuttlebus naar Stanley Park. Het is een regenachtige dag. We huren fietsen bij de ingang van het park en zetten, met de nodige tegenzin, de verplichte fietshelmen op. Tijdens een heerlijk fietstochtje maken we kennis met de dierenrijkdom van het park. We rijden langs de Lost Lagoon naar de beroemde Seawall met zijn stranden die uitkijken over de Street van Georgia. Dwars door het regenwoud fietsen we naar de noordpunt ‘Brockton Point’ waar we uitkijken over de Lions Gate Bridge die de zee-engte ‘First Narrows’ overspant. Via de Lake trail bezoeken we het intieme, met waterlelies begroeide Beaver Lake. Tijdens de fietstocht zien we een naar afval zoekende racoon dog (wasbeerhond), tamme grey squirrels en chipmunks. We komen tot 35 vogelsoorten. Vanaf de seawall en Prospect Point zien we o.a. pigeon guillemots, double-crested en pelagic cormorants, great blue herons, 9 mannetjes barrow’s goldeneyes (ijslandse brilduiker) en onze eerste common loon (ijsduiker). Door het park loopt een riviertje met aan weerszijden een oud, ongerept rivierbos. In het parklandschap wemelt het van de vogels w.o. kleurrijke cedar waxwings and american goldfinches. Twee luid roepende bald eagles (amerikaanse zeearenden) leveren een fantastisch plaatje op door de telescoop. Er zullen er nog tientallen volgen. Sommige vogels zijn handtam. Red-winged blackbirds en black-capped chickadees komen zelfs op mijn uitgestoken hand zitten. Op een afgelegen trail zijn 2 red breasted sapsuckers druk bezig met hun hofmakerij. Bij ´Prospect Point´, de noordpunt van het park, kijken we uit over de druk bereden Lions Gate Bridge. Deze zee-engte zal twee weken later de landelijke pers halen omdat er een groep orka´s onderdoor zwemt.

Het 400 ha grote stadspark Stanley Park ligt slechts op enkele minuten rijden van de drukke binnenstad van Vancouver. Met zijn oerbos van douglas- en hemlocksparren, vogelrijke meren, stranden en stille wandelpaden is het een van de mooiste stadsparken ter wereld. Het natuurgebied werd al 1888 door de stadsraad opengesteld voor het publiek. Het park trekt ongeveer acht miljoen bezoekers per jaar. Een van de meest gebruikte voorzieningen van het park is de False Creek Seawall, een 12 kilometer lange dijk om het park dat wordt gebruikt om op te fietsen, te wandelen en te skaten. Vanaf de Seawall heb je uitzicht op de ´Strait of Georgia´, een belangrijke migratieroute voor orka´s en talloze soorten zeevogels en steltlopers. Door het park lopen tal van trails waar je nauwelijks mensen tegenkomt. Het park
is vogelrijk met bijv. broedende bald eagles. Zelfs coyotes voelen zich thuis is het park.


Dag 3: Ophaal camper

Op donderdag 30 mei bezoeken we ’s ochtends het beroemde Gastown en Chinatown, de tweeoudste wijken van Vancouver. Gastown heeft gezellige kasseienstraatjes geflankeerd door antieke lantaarns. Er zijn tal van winkeltjes, kledingboetieks, galeries, restaurants en pubs. Chinatown is al lang niet meer het ghetto waar blanken vroeger nauwelijks durfden te komen, het heeft meer weg van een gezellige winkelstraat. We ontbijten er uitstekend. We staan wel verbaasd over de vele zwervers, bedelaars en drugsverslaafden die onbekommerd hun heroïnespuiten zetten.’s Middags nemen we de taxi naar het camperverhuurbedrijf ‘Cruise Canada’. We hebben gekozen voor 2 kleine campers. Een van de instructrices kijkt Loes meelijwekkend aan als ze mijn (beginners)gestuntel met de automaat ziet. “Not afraid?” vraagt ze meelevend. Om 15.00 uur kunnen we eindelijk vertrekken. Een vriendelijke politieagent rijdt ons voor naar een reusachtige supermarkt waar we de nodige inkopen doen. We staan verbaasd over de hoge prijzen van de levensmiddelen. Dankzij de vriendelijke caissière kunnen we profiteren van een kortingskaart. Voor alcoholische dranken moet je hier in een aparte liquor store zijn. Als de koelkast vol zit, hebben we nog tijd over om, via Ladner, naar het bekende Reifel Bird Sanctuary te rijden. Het is best druk op de wegen. Niet zo verwonderlijk, in feite zitten we nog in de zuidelijke buitenwijken van de miljoenenstand Vancouver. Bij gebrek aan beter overnachten we op de rustige, afgelegen parking voor de poort van het park. Een roestende bald eagle, enkele american kestrels, de eerste rufous hummingbird (kolibrisoort), een kerkuil en 5 overvliegende sandhill cranes beloven veel goeds voor morgen.

George C. Reifel Migratory Bird Sanctuary is een beschermd kustgebied in Delta, British Columbia en vormt onderdeel van de Fraser River Estuary. Het gebied omvat wetlands, moerassen en dijken. Door het 300 hectare grote gebied lopen talloze trails. Er staan observatiehutten en bij de ingang kun je een gedetailleerde kaart van het gebied krijgen. Hier hangen ook een drietal feeders waar je je kunt amuseren met de vliegkunsten van kolibri’s (rufous hummingbirds). Het gebied is vooral goed in de winter als er 1000den lesser snow geese (sneeuwganzen) overwinteren. Tijdens de trek wordt het gebied aangedaan door steltlopersoorten als greater en lesser yellowlegs, long billed dowitchers en western sandpipers. Er broeden enkele paartjes sandhill cranes en de bald eagle is een gewone verschijning. Tot nu toe zijn er 250 soorten waargenomen in het park. Het park is het hele jaar open van 9 tot 16.00 uur, lokale tijd.


Dag 4: George C. Reifel Bird Sanctuary

Onder een stralend zonnetje maken we de volgende dag een mooie wandeling door het park. We zien o.a. tientallen bald eagles (ook drie vogels op nest), killdeer plovers, cinammon teals (kaneeltaling), blue winged teals, green winged teals (amerikaanse wintertaling), red tailed hawks (roodstaartbuizerds) en onze eerste turkey vultures (kalkoengier). Stan ziet een american mink. Vanaf de uitkijktoren op de noordwestelijke punt van het eiland zien we zelf nog enkele tientallen late sneeuwganzen. Terwijl Loes en ik op de terugweg naar steltlopers
zoeken, hebben Stan en Ad een ‘close encounter’ met een paartje sandhill cranes.

We zijn inmiddels helemaal uitgerust en de camper kent geen geheimen meer. Het is tijd voor de Rocky Mountains m.n. Banff en Jasper. Het is al middag als we over de Hwy´s 1 en 5 via Hope richting Merritt rijden. ’s Avonds overnachten we op een grote highway parking, 80 km voor Merritt. Steller’s jays zijn, net als chipmunks, talrijk op de parking. Boven ons hangen 3 turkey vultures en 1 bald eagle. De meeste zangvogelsoorten determineren we inmiddels moeiteloos. Dat moet wel visueel gebeuren, de zangen kennen we niet. Aan de determinatie van de vele flycatchersoorten beginnen we daarom niet. We zitten al op 62 vogelsoorten.

ca. 190 KM

Dag 5: Roche Lake Park

De volgende ochtend rijden Loes en ik al vroeg richting Merritt. Al na 3 km zien we langs de snelweg mule deer, white tailed deer en zelfs 2 adulte elanden (moose). De campers rijden 1 op 5 zodat we in Merritt moeten tanken. We beseffen dat het benzineverbruik een ferme post op de begroting zal worden. In Merritt slaan we rechtsaf op de rustige 5A, die tot Kamloops op 25 km parallel aan Highway 5 loopt. Dit is een wondermooie route langs vogelrijke meren en door licht glooiend extensief agrarisch landschap. Pas nu begrijpen we het ‘common’ in common loon. We zien werkelijk overal ijsduikers. De ijsduiker is zo’n beetje de nationale vogel van Canada. Hij staat afgedrukt op de een dollarmunt die hier liefkozend “loonie” wordt genoemd.

Regelmatig zien we bald eagles en (cosmopolitan) ospreys op hun nest zitten. Vanaf één stop zien we zelfs drie broedende visarenden. De meren zijn geweldig vogelrijk. Het hoogtepunt vormt een meer bij Quilchena: het beschermde ´Beaver Reach Flats, Wildlife conservation Project´. Wat de eenden en futen betreft, kunnen we na een uurtje zowat heel de soortenlijst afstrepen. We zien o.a. lesser scaup (kleine topper), redhead (amerikaanse tafeleend), gadwall (krakeend), greenwinged teal (amerikaanse wintertaling), american wigeon (amerikaanse smient), blue-winged teal, cinnamon teal, ring-necked duck (ringsnaveleend), bufflehead, ruddy duck (stekelstaarteend), pied-billed grebe (dikbekfuut), horned grebe (kuifduiker), eared grebe (geoorde fuut) en rednecked grebe (roodhalsfuut). Voor de krenten in de pap zorgen een kolonie zwarte sterns en enkele prachtige western meadowlarks. Het summum zijn echter de 9 wilson’s phalaropes (grote franjepoot) die zenuwachtig foerageren aan de rand van een plasje. Deze prachtige franjepoten broeden in het binnenland op plas/dras randen van meren. Het is moeilijk voor te stellen dat de prachtig uitgekleurde exx vrouwtjes zijn. Boven de extensieve vlaktes jagen 2 blauwe kieken, american kestrels, swainsons buzzards (prairiebuizerds). Zwaluwen zijn talrijk met violet green swallow, cliff swallow, tree swallow, rough winged swallow en barn swallow (boerenzwaluw).

Tijdens dit vogelgeweld wordt wel duidelijk dat m.n. Stans interesse en bioritme niet correspondeert met de onze. In goed overleg gaan we een “daterelatie” (“driving apart together) aan. We zullen de gehele reis op dezelfde plaatsen overnachten maar niet altijd samen optrekken. Ad en Stan vinden ’s middags een prachtige overnachtingsplek: 30 km voor Kamloops; 12 km naar rechts over een goed te berijden grindpad richting Roche Lake Park. Pal voor het park naar rechts en na 300 meter weer rechts naar het Horseshoe meer. We betalen $ 11 (€ 9,-) per camper. Op het meer dobberen twee ijsduikers waarvan een met 2 jonkies op de rug. ’s Avonds zijn ze zo vriendelijk hun prachtige roep te laten horen. Volgens enkele vriendelijke vissers zwerft er een zwarte beer met een jong in de buurt rond. Uiteraard ook hier bald eagles en roepende western sandpipers (amerikaanse oeverlopers).

ca. 80 KM

Dag 6: Revelstoke

Op zondagmorgen zitten Loes en ik al om 06.00 uur in de camper. Het weer is schitterend. We hopen op zeldzame zoogdieren. Door een prachtig secundair bos rijden we langzaam terug naar de Highway. Behalve mule deer, white tailed deer, chipmunks en squirrels zien we niets bijzonders. In theorie kunnen hier bobcat (rode lynx), canadian lynx en zelfs cougar (poema) de weg oversteken. We volgen de hwy 1 naar Salmon Arm waar we boodschappen doen. Pas voorbij Chase ontbijten we op een parking aan de rand van een prachtig meer. De common loon is inderdaad enorm ´common´. Wat een verschil in tolerantie met onze parel- en roodkeelduikers. We zien overal vis- en bald eagles, al dan niet op nest. Net als de common loon zijn de arendsoorten veel minder verstoringsgevoelig dan bij ons in Europa. Middelste zaagbek en mourning dove (treurduif) willen ook op de soortenlijst. Een Canadees bezweert ons dat we vanaf deze parking ’s avonds zeker river otter (visotter) zullen zien. Helaas, de dag is nog te jong. We rijden door tot Revelstoke en bezoeken het infocentrum. Ad en Stan zijn nog niet gearriveerd en we hebben de hele middag voor ons zodat we besluiten om de prachtige doodlopende “23” naar het noorden 40 km af te rijden. We rijden door een prachtig gebied. Een wandeling op een door de zon beschenen bospad levert talloze vlinders op met blauwtjes, koningspages, gehakkelde aurelea’s en prachtige milbert’s tortoiseshell, de canadese variant van onze kleine vos. Ik zie enkele vliegenvangersoorten maar waag me niet aan de determinatie. Terug bij de camper scan ik de hogere hellingen. Tot mijn stomme verbazing blijkt een van de talrijke sneeuwvlekken te bewegen. Het is onze eerste magistrale mountain goat.

Inmiddels hebben Stan en Ad een plaatsje voor ons gereserveerd op de lommerrijke KOA camping even ten oosten van Revelstoke. Elke camperplek is uitgerust met "Full-Hookup" = aansluitingen voor electra, water en riool voor zowel grijs water (keuken en douche) als zwart water (toilet). We kunnen heerlijk buiten in het late avondzonnetje eten.

ca. 250 KM

Dag 7: Glacier National Park

Met volle watertanks en lege afvaltanks verlaten we Revelstoke en rijden richting Glacier National Park. Een boardwalk langs een mooie rivier levert american redstart en middelste zaagbekken op. Enkele km’s vóór het infocentrum stoppen we bij veelbelovende hellingen die we afturen naar mountaingoats. Als ik Ad een helling met z’n telescoop zie scannen zeg ik hoogmoedig: “daar ben je kansloos, die helling heb ik net gehad.”. Enkele seconden later een luide lach: Ad ontdekt drie mountaingoats. Dat blijken er later zelfs 5 te zijn. In het prachtige infocentrum kopen we toegangspasjes voor alle Canadese nationale parken (CAD $ 135 per camper). Deze zijn een jaar geldig. Op een instructiefilmpje leren we hoe te handelen als we een beer tegen komen: Handen omhoog en geruststellend “ho bear, ho bear”
zeggen. We dachten toen (nog) dat het zo’n vaart niet zou lopen. We zetten de klok een uur terug want we rijden niet alleen Alberta maar ook een andere tijdzone in.

Door een prachtig landschap maar over een drukke weg rijden we richting Golden. Deze Highway 1 is de verbindingsweg tussen Calgary en Vancouver. Vanaf Golden wordt het een heel stuk rustiger op de ‘95’. Rechts van ons ligt de wondermooie Columbia River, zeker 1,5 km breed met bosjes, inhammen, poelen, stroomversnellinkjes en plas/dras gebieden. Zelfs tijdens het rijden zien we overal vis- en zeearenden en kalkoengieren. Bij Parson kunnen we rechtsaf over de spoorlijn en een van de bruggetjes waar we de camper op een mooi plekje kwijt kunnen. We vergapen ons aan de vogelrijkdom. Boven ons vliegt een paleated woodpecker (neefje van onze zwarte specht), 2 trompetzwanen, mannetje blauwe kiek, zeeën visarenden, kalkoengieren en eastern kingbirds. Als we opwandelen, raken we in gesprek met een Canadees die beweert dat er ’s avonds een zwarte beer komt foerageren op een weiland 20 km verderop. Binnen 5 minuten zitten we terug in de campers. Pal voor Spillimacheen liggen links 3 weilandpercelen. Onmiddellijk bij aankomst zien we onze eerste zwarte beer, grazend tegen de bosrand. De fototoestellen maken overuren, later zullen deze foto’s allemaal in de prullenbak verdwijnen. 500 Meter verder kunnen we, tegenover de pub, rechtsaf over het spoor en de brug. Op een infobord lezen we dat dit deel van de rivier beschermd is. We hebben weer een machtig mooie overnachtingsplek. Vanuit de campers zien we bevers onder ons langs zwemmen. We zien zowel vis- als zeearend op nest. Een wandeling levert wood ducks, de eerste luid roepende belted kingfishers, blue winged teals, buffleheads, hooded mergansers, common loons en downy woodpecker op. Ad en Stan horen ’s avonds coyotes huilen maar dan zijn Loes en ik al in dromenland.

ca. 184 KM

Dag 8: Kootenay National Park

De volgende ochtend heeft Ad een stoutmoedig voorstel. We rijden het pad verder af en slaan linksaf een grindweg die, dwars door hellingbossen, uiteindelijk bij Radium Hot Springs uitkomt. De lange, vaak slechte, weg is prachtig maar de bossen worden door ranchers gebruikt om vee in te scharen. Radium Hot Spring ligt aan de zuidpunt van het Kootenay National Park, de laars van Banff National Park. Op de ´93´ rijden we door Kootenay naar het noorden, richting Banff.

De weg vanaf Radium Hot Springs, dwars door Kootenay N.P. , leidt naar Castle Junction in Banff National Park en de Trans-Canada Highway. Het park is vernoemd naar de rivier de Kootenay. De andere rivier is de Vermillon. Kootenay National Park vormt de laars van Banff N.P. In 2004 werd de noordelijke helft van het park getroffen door bosbranden, welke duidelijk hun sporen hebben nagelaten. De grootste toeristische attractie in het park zijn de warme bronnen die een temperatuur hebben van 35 tot 47 graden Celsius. “Radium Hot Springs” is vernoemd naar de geurloze hete bronnen die binnen het park liggen.

We zijn nog maar net in Kootenay of we scoren een (bruine) zwarte beer in de wegberm. De weg loopt ook nu weer door een prachtig gebied met mooie hellingen, bossen en talloze meertjes. Jammer van het tamelijk intensieve vrachtverkeer. We vinden een afgelegen parking langs de rivier. Een visser vertelt dat er 500 meter verder een zwarte beer aan het grazen is. De parking ligt idyllisch langs een snel stromende rivier. Zoals op elke parking staan ook hier vuilnisbakken en nette toiletten.

ca. 125 KM

Dag 9: Banff National Park

Op woensdag 5 juni zijn Loes en ik al weer om 6.30 uur onderweg. Ontbijten doen we onderweg want we willen profiteren van de mooie ochtenduren. Bij een picknickplaats zien we 2 zwarte beren en 4 snowshoe hares. De snowshoe hare heeft een cyclus van zeven jaar. He hoogtepunt van deze cyclus was juist afgelopen winter. Zelden zagen mensen zo gemakkelijk lynxen, vertelt een vriendelijke ranger. De snowshoe hare is het stapelvoedsel van de bobcat (rode lynx) en de canadian lynx. We maken een wandeling langs de Marble Canyon en verbazen ons over de geweldige diepe kloof die de rivier in verloop van 100.000den jaren heeft uitgesleten. Behalve onze derde american dipper zien we hoary marmot, dark eyed junco, hermit thrush, tamme red squirrels en enkele gray jays.

De volgende stop is Vermillon Crossing waar een eland met bebloed achterlijf de rivier oversteekt. Welk drama steekt hier weer achter? Hier melden zich ook de eerste wapiti’s. We hebben het hoofddoel van onze reis bereikt: de nationale parken van Banff en Jasper. We steken de Highway tussen Banff en Jasper over en rijden via de Bow Valley richting Banff. Op deze bypass bevindt zich geen doorgaand verkeer, alleen natuurliefhebbers. Al snel meldt zich onze vijfde zwarte beer, een zenuwachtig beest dat regelmatig de weg oversteekt. Ongeveer 20 km voor Banff stuiten we op langzaam rijdend verkeer en druk gebarende rangers. Een van de parkwachters waarschuwt ons dat 100 meter verder 4 grizzly’s in de struiken pal langs de weg slapen. We moeten ze langzaam voorbij rijden en mogen niet stoppen. Loes heeft aan een illegale stop van 2 seconden voldoende om onderstaande foto te maken. 500 Meter verder draaien we om, om het rondje nog een keer te maken. De rangers staan het glimlachend toe. Je ziet immers niet elke dag grizzly’s. De door ons gewaarschuwde Ad en Stan zullen de grizzly’s even later ook zien.

De Vermillon Lakes tegen Banff zijn landschappelijk mooi maar vallen qua vogelrijkdom tegen. We rijden het toeristische Banff binnen. Het plaatsje telt 5000 inwoners, een aantal dat in de zomer gemakkelijk kan toenemen tot 35.000. Na de boodschappen in Banff kunnen we water tanken en lozen op een (nog) gesloten camping. We vinden een afgelegen, rustige parking met adembenemend uitzicht langs het Minnewanka Lake. Op het meer dobberen 6 grote zaagbekken. Stan tovert de zoveelste uiterst smakelijke maaltijd op tafel. We overnachten tussen enkele andere campers. Het benzineverbruik mag dan prijzig zijn; aan campingkosten zijn we bijna niets kwijt.’s Nachts regent het, dat deert ons niet want we hadden een fabuleuze dag.

 

ca. 78 KM

Dag 10: Banff National Park

De volgende ochtend schijnt de zon weer. Om 6.30 uur zijn we weer ´en route´. Ad en Stan zijn nog in diepe rust. Op de parking grazen 3 wapiti’s en 500 meter verder zien we onze eerste groep van zo’n 30 bighorn sheep. Ad weet (wat later) een mooie foto te maken. Via de Bow Valley rijden we richting Lake Louise. Ad en Stan zien de 4 grizzly’s terug (nu lopend), wij helaas niet. Lake Louise valt tegen: niet de omgeving maar de drukte. Duidelijk wordt dat de Aziaten ons qua welvaartsniveau weldra zullen overvleugelen. We zien bussenvol met Zuid-Koreanen, Indiërs, Chinezen en Japanners. Clark’s nutcracker en gray jay zijn talrijk. Ze loeren op achtergelaten voedsel. Ook bij het afgelegen helderblauwe Moraine Lake blijven we niet lang: het is te druk. Wel nemen we uitvoerig de tijd om de prachtige harlequin ducks (harlekijneenden) te bewonderen.We rijden terug naar de 1A en vinden een mooie, afgelegen picknickplek langs de rivier voor de overnachting. Als ik me het in sappige gras neervlij, zit ik al snel onder de teken. Ik was m’n haar in het ijskoude water van de rivier. Ik voel m’n hersens krimpen door het ijskoude water: zo voelen gewone mensen zich dus.

ca. 71 KM

Dag 11: Banff National Park

Op vrijdag 7 juni vervolgen we om 7.30 uur onze weg op de Icefield parkway richting Jasper. De Icefields Parkway, ook bekend als de Alberta Highway 93, is de beroemdste weg door het hart van de Canadese Rocky Mountains. De weg loopt van Lake Louise, in Banff National Park naar Jasper National Park over een afstand van 230 kilometer. Hier sluit de weg aan op de Trans-Canada Highway (Highway 1). Onderweg zie je veel natuurpracht, van besneeuwde bergtoppen, dramatische rotspartijen, turquoise gletsjermeren tot klaterende watervallen. Aangezien de Icefields Parkway door twee nationale parken voert, dien je in het bezit te zijn van een geldige parkpas. Het voordeel is dat het doorgaande verkeer deze weg vermijdt. De weinige files worden veroorzaakt door de wilde dieren die langs of op de weg lopen. Het bewolkte weer doet geen recht aan de grootsheid van het landschap. Veel wandelingen zijn afgesloten door de aanwezigheid van beren. Dit is de beste tijd om beren waar te nemen. Ze dalen af naar de grazige vlaktes die zich vaak pal langs de wegen bevinden. Vanaf eind juni wordt het muggenrijk en rijpen de bosbessen. De beren trekken dan naar de hogere berghellingen. Waar de rivieren zich verbreden liggen mooie picknickplaatsen. We zien bighorn sheep, snowshoe hares, mule deer en white tailed deer.

Vanaf een van de picknickplaatsen ontdekken we op een steile berghelling 2 mountaingoats met ieder een jong bij zich. De ´oooohs´ en ´aaaahs´ van de vaak Aziatische toeristen die door onze telescopen kijken, zijn niet van de lucht. Als we de telescoop naar het tegenover gelegen meer draaien zien we (late?) greater scaups (grote toppers), ijslandse brilduikers en grote zaagbekken. Een bij de Saskatchewan River Crossing slaan we rechtsaf op de ´11´, richting Abraham Lake (50 km) Net buiten het park zien we een zwarte beer. Het is mooi te zien hoe hij zich door het prikkeldraad wurmt. Niet ver voorbij de Parkgrenzen ligt ‘Kootenay Plains Ecological reserve’. Beschermd door  enormebergketens is de temperatuur meestal vrij mild op deze hoogvlakte. Ook is de neerslag gering. Doordat er in de winter weinig sneeuw ligt, overwinteren er veel wapiti’s en mule deer op deze hoogvlakte die verder dient als corridor voor roofdieren als wolf, poema en lynx. Er hangen talloze nestkastjes waar vooral tree swallows en prachtige mountain bluebirds dankbaar gebruik van maken.

Langs het (onbeschermde) Abraham Lake ligt een groot veld waar je mag kamperen. Ook hier weer een fantastisch uitzicht. We praten met een Nederlandse mevrouw die met een Canadees getrouwd is en die het, aan de grootte van de camper te zien, buitengewoon goed stelt in Canada.

ca. 142 KM

Dag 12: Jasper National Park

De volgende ochtend rijden we over dezelfde weg terug naar de Icefield Highway. Dat levert nog eens twee zwarte beren op. Bij het tankstation op de Saskatchewan River Crossing kunnen we alles lozen en aanvullen. Ook de propaangastank (koken, koelkast) wordt (voor ons) gevuld. Dit is de enige plaats tussen Banff en Jasper waar je kunt tanken. We rijden door een magistraal landschap en zien groepen bighorns en enkele mountaingoats met jongen. We lunchen op de parking van het Icefield Centre waar het heel druk is. Het weer is prachtig. Veel toeristen gaan met speciale bussen de Icefields op die we in de verte zien liggen, dat is niet aan ons besteed. We vervolgen onze weg richting Jasper en bezoeken de indrukwekkende Athabasca Falls waar Loes foto’s maakt van het Venusschoentje. Niet veel verder kunnen we weer een rustige bypass op de 93A. We zitten inmiddels in Jasper N.P., het grootste bergpark in West-Canada. We vinden een rustige picknickplaats 20 km voor Jasper. De picknickplaats heeft de toepasselijke naam: “meeting of the waters” omdat er 2 rivieren samenvloeien. Aan het gedrag te zien hebben zowel grote zaagbek als bald eagle hier ergens hun nest.

Op de picknickplaats hebben veel bomen krabsporen van beren. Ik wandel de stille weg terug af, richting rivier die we even daarvoor overgestoken zijn. Ik sta stokstijf stil als op nog geen 10 meter voor mij een jonge zwarte beer oversteekt. Berenmoeders met jong zijn het gevaarlijkst. Mijn hoop dat de berin al overgestoken is, vervliegt als ik een berenkop uit de struiken zie verschijnen. Met de kop omhoog in mijn richting, steekt ze langzaam over. Ik heb
dan inmiddels mijn eerste passen achteruit gezet. Gelukkig heeft de berin meer aandacht voor haar jong dan voor mij. Ik voel me wat minder dapper dan dat ik gedacht had te zijn in zo´n close encounter. Met ferme pas, wandel c.q. loop ik naar de campers. We gaan met z´n allen (behoedzaam) terug waar de berin met haar jong nog op de weg loopt. Ad en Stan kunnen mooie foto’s maken.

ca. 210 KM

Dag 13: Jasper National Park

Het weer is de volgende ochtend schitterend. We rijden verder richting Jasper. We zien twee zwarte beren. Een van hen graast wellustig in de berm, trek zich niets aan van het verkeer en gaat zelfs onbekommerd een vijftal meters in het bos liggen slapen. Een Canadees vertelt ons dat de berin niet alleen is. Hij wijst ons op haar 2 jonkies (een bruin, een zwart) hoog in een boom. In Jasper bekijken we de grote Whistler Camping. De wapiti’s lopen tot bijna in het stadje.

Slim: sappig voedsel in overvloed, er wordt niet gejaagd en wolven komen niet zo dicht bij het stadje. We rijden via de ‘16’ naar het oosten en nemen de afslag naar het Maligne meer. Onderweg zien we een kudde bighorns waaronder een wijfje met jong pal langs de weg. Bighorn metWe vinden een parking langs het Medicine Lake. Het meer heeft hier mooie plas/dras randen. We zien de alom aanwezige bald eagles, 5 grote zaagbekken en 3 harlequin ducks. ’s Nachts merken dat we vrij hoog zitten; het valt niet mee warm te blijven onder het dunne dekbedje.

ca. 54 KM

Dag 14: Jasper National Park

De volgende dag is het zonnig. We rijden terug richting Jasper. Tegenover camping Whistler kunnen we water aanvullen en lozen. We rijden naar Jasper Tramway waar we voor CAD $33 p.p. met een lift het dak van de Rocky Mountains bezoeken. We zien 2 soorten marmotten. Patricia Lake en Pyramid Lake zijn landschappelijk mooi maar, op 2 baltsende dikbekfuten na, arm aan vogels. Via de ´16´ (Yellowhead Highway) rijden we vanaf Jasper naar het westen richting Mount Robson. Wordt de Icefields Parkway door iedereen omschreven als mooiste Rocky Mountain weg: voor mij zijn de eerste 30 km (vanaf Jasper) van de ´16´ landschappelijk het mooist. In een breed dal zoekt een brede rivier traag zijn weg richting oceaan. Droogvallende uiterwaarden creëren enorme extensieve grazige vlaktes. Met de hellingbossen van de Rockies in de onmiddellijke nabijheid lijkt me dit een paradijs voor beren en herten.

We stoppen waar we kunnen want ook deze weg is vrij druk. Ook de weg zelf heeft brede grazige bermen. Nergens zien we zoveel berenpoep op en langs de weg als hier maar de eigenaars zien we niet. Via de walkie talkies spreken af om zo snel mogelijk een overnachtingsplek te zoeken. Na 35 km rijden we campground Lucerne op. De campground ligt tegen een prachtig meer met (hoe kan het anders) roepende bald eagles en common loons. Rond de campers scharrelen red squirrels en dark eyed junco’s. Loes en ik hebben dan al besloten om de volgende ochtend, in alle vroegte, het traject naar Jasper opnieuw af te rijden: het is dan minder druk en we hebben alleen nog maar 4 slapende grizzly’s gezien.

 ’s Avonds komt een parkwachter de CAD $ 16 per camper ophalen. We nodigen hem uit in de camper. Ik vraag hem voor de zekerheid of we kans maken op grizzly’s als we de volgende ochtend om 06.00 uur terug richting Jasper rijden. “Of course”, zegt hij, “but right now there is one at the campground entrance” Hij is nauwelijks uitgesproken of hij zit alleen in de camper. Stan heeft nog net de tegenwoordigheid van geest om af te rekenen. We rennen naar de campingingang (de laatste 100 meter wat behoedzamer). En ja: aan de overkant van de weg is een enorme grizzly van de dandelions aan het smullen maar … hoe komen we, zonder dekking, dichterbij? Een langzaam rijdende camper biedt de oplossing. In zijn luwte wandelen we richting grizzly. Op Ads verzoek geeft de vriendelijke camperbestuurder te kennen dat we, in geval van nood, in de camper kunnen springen. Ter hoogte van de grizzly stopt de camper. We kunnen de beer lang bekijken en mooie opnames maken.

 

ca. 158 KM

Dag 15: Wells Gray Provincial Park

De volgende ochtend vertrekken Loes en ik om 6.30 uur terug richting Jasper. Het zonnetje schijnt en het is heel rustig op de weg. Niet ver van de ingang graast een wapiti. Ongeveer 10 km van de camping is het prijs. Een jonge onrustige grizzly steekt, pal voor ons, de weg over. Met zijn kleine pientere oogjes kijkt hij ons even aan. Loes is paraat met haar fototoestel. Even voor Jasper draaien we om. Op ongeveer dezelfde plaats weer een grizzly (mogelijk dezelfde). Na zijn graasactiviteiten loopt hij een beboste helling op. Plots blijft hij staan met zijn kop bergopwaarts gericht. Gefixeerd staat hij gedurende twee minuten doodstil. Mijn, tegen Loes, uitgesproken vermoeden wordt bewaarheid. Boven het jonge dier zien we een adulte grizzly achter wat struiken verschijnen. Helaas verdwijnen beide dieren snel uit beeld.

Terug op de campground hebben we heel wat te vertellen. Na het ontbijt rijden we verder richting Mount Robson. Onderweg ligt een dode eland langs de weg. In een van de Canadese kranten lazen we al dat er de laatste maanden 13 grizzly’s zijn gedood door menselijke activiteiten (meestal verkeersongelukken). Van een boswachter hoorde ik dat de divisie die de talloze interacties tussen mens en wilde dieren moet stroomlijnen de grootste is van de Canadian Wildlife service.

Mount Robson is met zijn 3954 meter de hoogste berg van de Canadese Rockies. Meestal ligt de top in nevelen gehuld maar niet op deze zonnige dag. Daarna overbruggen we de fikse afstand naar Wells Gray Provincial Park waar we willen overnachten.

Voorbij Mount Robson houden we op de T-kruising links aan (Yellowhead South Highway). We rijden zuidwaarts. We passeren het dorpje Blue River waar de 1 uur durende Blue River boottocht georganiseerd wordt: 12 km varen door de spectaculaire Grizzly Bear Valley. We rijden door: grizzly’s hebben we nu uitstekend gezien en de zalmtrek moet nog op gang komen. Na een bezoek van het “Wells Gray Info Centre” in Clearwater rijden we noordwaarts het park in. Blue Wells Gray Provincial Park staat vooral bekend om zijn vele watervallen waarvan Helmcken Fall de bekendste is. Grizzly is zeldzaam in het park maar zwarte beren zijn er des te meer. Al vrij snel ontdekken we er eentje op een van de hellingen. Op de parking van de Spahats watervallen breekt er een onweer los. We overnachten op een rustige parking nabij Dawson Falls. Nu is het Ad die tijdens een wandelingetje voor een zwarte beer komt te staan. Ook hij besluit ijlings terug te keren naar de campers. Het blijft de hele nacht regenen.

ca. 229 KM

Dag 16: Green Lake

De volgende dag, woensdag 12 juni, is het weer opgeklaard en krijgen we weer een mooie zonnige dag. We bezoeken de imposante Dawson en Helmcken Falls. We rijden terug naar Clearwater en slaan rechtsaf richting Kamloops. Via een door Ad voorgestelde route gaan we, weliswaar met een omweg, richting Vancouver. De route zal wondermooi blijken. Na 30 km slaan we in Little Fort rechtsaf op de ´24´ richting 100 Mile House. De weg gaat gedurende vele km´s vrij steil naar boven. We zien veel brewer´s blackbirds en enkele yellow warblers. Bij Lone Butte gaan we op een binnenweg linksaf naar Green Lake. We vinden een mooie campground (CAD $ 16 per camper) langs het meer waar verrassend veel vogels op zitten. De buurman brengt ons hout voor het kampvuur. Zo gaat dat hier. ’s Avonds horen we vanuit 2 richtingen coyotes huilen. Ad en ik turen door de telescoop het meer af. Dat levert weer de nodige verrassingen op. We zijn stomverbaasd als we 6 ijseenden ontdekken, geflankeerd door 2 paartjes zee-eenden. Het wit achter in de nek en boven de snavel duldt geen twijfel: surf scoters (bril zee-eenden). Als ik een derde paartje denk te ontdekken, wijst Ad me op het wit onder de ogen bij het mannetje: dit blijkt een paartje white winged scoters (grote zee-eenden) te zijn. Ook hiervan ontdekken we een tweede paartje. Met nog een aanwezig groepje black scoters (zwarte zee-eenden) kunnen we ook deze bladzijde uit de vogelgids scheuren. Op het meer liggen tussen de 30 en 40
ijsduikers, een groep ijslandse brilduikers, lesser scaups, een groep western grebes (ook baltsend), roodhalsfuten, krakeenden, grote zaagbekken en canadese ganzen Bald eagle en great blue heron zijn algemeen. Aan het overkant van het meer grazen mule deer.

ca. 170 KM

Dag 17: Lliooet

De volgende ochtend rijden we deze mooie weg verder af. Voorbij het grote meer liggen tal van vogelrijke kleine meertjes met o.a. lesser scaups, buffleheads, eared grebes, horned grebes, red necked grebes, ijslandse brilduikers, amerikaanse oeverlopers, green-winged teals, american wigeons, shovelers, blue-winged teals, cinnamon teals, redheads, ring-necked ducks en opvallend veel ruddy ducks (rosse stekelstaart). In het aangrenzende extensieve agrarische landschap veel brewster’s blackbirds, golden crowned sparrows, mountain bluebirds, enkele killdeer, western kingbirds en mourning doves. Na deze onverwachte meevaller rijden we via ’70 mile house’ richting Clinton waar we de binnenweg naar Pavillon nemen. De (smalle) asfaltweg verandert in een (goed te berijden) grindweg. De sterke motors van onze campers hebben geen enkele moeite met de 14% steile hellingen. Tijdens de afdaling rijden we door een fantastisch mooi open gebied met (extensief) begraasde bloemrijke flauw glooiende hellingen. We doen boodschappen in Lillooet. Door een woest berglandschap rijden we vervolgens over de ‘99’ richting Vancouver waar we een mooi plekje langs de rivier vinden om te overnachten.

ca. 155 KM

Dag 18: Richmond

Vrijdag wordt een rijdag. Tijdens het ontbijt kijken we uit op een nestelende wilson’s warbler. Via Pemberton, Whistler rijden we in steeds drukker wordend verkeer dwars door Stanley Park en Vancouver Downtown naar Richmond. In Richmond checken we bij ‘Vancouver Whale Watching Tours’ onze telefonische reservering voor de orkatocht de dag erna. Dat is dik in orde. Via Ladner rijden we naar de ingang van het Reiffel reservaat om te overnachten. We hernieuwen onze kennismaking met het groepje sandhill cranes
ca. 266 KM

Dag 19: Richmond

De volgende ochtend vertrekken we om 9 uur naar Richmond voor de walvistocht. We zijn benieuwd wat ons te wachten staat. Aan het weer zal het niet liggen, dat is perfect. In het bureau krijgen we knalgele pakken aan. We betalen de senioren prijs: CAD $ 105 p.p. Even later zitten we op de Explorator, een open boot. Na de spectaculaire doortocht van een groep orka’s onder de Lion’s Gate Bridge enkele weken daarvoor, neemt een t.v.-station interviews af met enkele opvarenden. Ad hoort (uiteraard) tot een van de geïnterviewden. Zijn geïmproviseerde lofzang over Canada doet de interviewster bijna wegsmelten. We krijgen te horen dat de orka’s vrij ver weg zitten zodat we 2 uur lang met behoorlijke snelheid naar het zuiden varen. We zitten al vrij snel in Amerikaanse wateren maar dat schijnt geen probleem te zijn. Eindelijk duidt een groep dobberende schepen op de aanwezigheid van orka’s. Als we aankomen zijn ze net onder water maar dat duurt niet lang. Gedurende meer dan een uur kunnen we 7 orka’s volgen die gestaag zuidwaarts trekken. Regelmatig verblijven ze enkele minuten onder water. We hebben ze enkele malen vrij dichtbij. Het is de schepen verboden om binnen een straal van 100 meter van de orka’s te komen. Het is geweldig om deze intelligente toppredator van zo nabij te aanschouwen. De terugroute loopt langs wondermooie eilanden en een grillige, rotsachtige beboste kuststrook. We zien groepjes bruinvissen, harbour seals (grijze zeehond), brandt´s, double crested en pelagic cormorants, 2 black oystercatchers, pigeon guillemots, common murres, marbled murrelets en rhinoseros auklets. We zijn pas om 17.00 uur terug bij de aanlegsteiger. Deze avond overnachten we op de picknickplaats ‘Wellington Point Park’ aan de westkant van Ladner (richting Reiffel). Een groepje (vriendelijke) hangjongeren attenderen ons op een harbour seal. De stoere gestalte van Ad maakt indruk op hen: “I want to copy you, when I am older” zegt een van hen complimenteus. We zien een zevental bald eagles. In de dichte begroeiing zijn luid zingende marsh wrens, common housefinches (die uitgevlogen jongen voeren) en sneaky common yellowthroats actief. Ondanks het ‘no overnight parking’ hebben we een rustige nacht.


ca. 15 KM

Dag 20: White Rock

Na een uitstekende nachtrust rijden we via de 10 naar de 99 South richting Seattle. Onderweg
vullen we de propaantank en de benzinetank. We nemen de afslag naar White Rock en volgen
de borden naar de Peace Arch camping. De prachtige camping is groen en bloemrijk. House
finches en rufous hummig birds zijn algemeen. Ook hier ‘full Hook’-voorziening. We betalen
CAD $ 37 per overnachting. We poetsen de campers, ik de buitenkant, Loes de binnenkant.
‘s Avonds nemen we een taxi naar White Rock. Aan de kust is een mooie boulevard met
talloze restaurantjes. We eten uitstekend en maken ons op voor onze laatste campernacht.

ca. 33 KM

Dag 21: Camper inleveren

Op maandag 17 juni leidt Loes ons feilloos naar Cruise Canada. De controle is een fluitje van
een cent. We hebben in 18 dagen 3100 km afgelegd. We krijgen onze borg terug en rijden met een taxi naar het vliegveld waar het lange wachten begint. Het vliegtuig vertrekt stipt op de geplande vertrektijd van 17.50 uur voor de 9 uur durende vlucht naar Schiphol. Het eten in het vliegtuig is matig. We hebben wel een eigen schermpje met keuze uit films, muziek, spelletjes enz. We zetten de klok 9 uur vooruit. Op Schiphol kunnen we bijna onmiddellijk op de Fyra stappen. Bij het station in Breda wacht Aletta ons op. Om 15.00 uur zijn we (met opkomende jetlagverschijnselen) terug in het vertrouwde Chaam.

ca. 30 KM