30+ jaar
3.27.0.10@P-CD05 (201005 1416)

24 augustus

Door Dirk Kuiper op 22 augustus 2016 21:13
Precies op het afgesproken tijdstip kwam de bus van Grey Line bij het hotel voorrijden. Onze reisleider Kirsten, was een vrolijke jonge vrouw met veel humor. En wat nog veel belangrijker was, ze had veel kennis van zaken. Nadat we iedereen hadden opgehaald reed de chauffeur eerst naar een wijnproeverij. Wat dat soort dingen met een excursie naar de Niagara watervallen te maken heeft blijft mij een raadsel. Het zal wel om de commissie gaan. Aan de andere kant kwam het niet echt ongelegen. Even de benen strekken en een bezoek aan het toilet. Bovendien bleek het aangeboden glaasje eiswijn heel smaakvol. Niet overdreven zoet, maar wel bijzonder geschikt om te drinken bij het dessert. 

Rond vier uur arriveerden we bij de watervallen. Het was niet overdreven druk, we konden overal goed naar het natuurgeweld kijken. Tjonge wat valt daar een massa water naar beneden. De Canadese kant is grootser en imponerender dan de Amerikaanse zijde.

Het weer was prachtig, volop zon en rond de 30 graden. Gek eigenlijk dat ik dat daar niet verwacht had. Gelukkig hebben de mensen in Nederland ook niet te klagen, daar is het zelfs nog een paar graden warmer. 

Na een wandeling van een paar kilometer en veel foto’s verder werden we opgehaald voor het diner. Dat was een buffet in het Sheraton hotel met een fraai uitzicht op de watervallen. Het buffet was bijzonder uitgebreid..en die nagerechten....het is lastig om te kiezen en vooral niet te veel te nemen. 

Na het eten kregen we een plastic poncho uitgereikt want het was tijd voor een vaartocht van een half uur met de Hornblower Niagara Cruise. Adembenemend. Dan merk je pas goed wat een enorme kracht het water heeft. Je komt vrij dicht in de buurt van de waterval zelf. De poncho was niet voor niets, want je wordt echt drijfnat. Ik vond het een unieke ervaring!

Kort nadat we weer aan wal waren werd het donker en werd het vallende water verlicht. Diverse kleuren geven dan weer een heel andere dimensie aan de waterval. Leuk om te zien. 

Normaliter sluit men alleen in het weekend de dag af met vuurwerk, maar deze woensdag werd de dag ook besloten met een show. Je krijgt dan wel een soort Disney gevoel, maar het past ook wel weer in het totaalplaatje.
 
Anderhalf uur later stapten we, redelijk moe dat wel, ons hotel weer binnen. Einde van een mooie dag. Het was niet echt goedkoop, maar het geld beslist wel waard!!

23 augustus

Door Dirk Kuiper op 25 augustus 2016 4:09

De nacht voorafgaand aan onze vliegreis hebben we op Schiphol geslapen. In het Citizen M, een viersterren hotel op zo’n 300 meter van de vertrekhal. Een futuristisch gebeuren, de tv, verlichting en raamverduistering werkten bijvoorbeeld met een IPad. Inchecken doe je eigenhandig via een pc, de keycard maak je ook zelf en afrekenen gebeurt uitsluitend met betaalpassen. 
De kamers zijn niet groot, ze hebben de breedte van een bed, een ronde doorzichtig douche midden in de kamer en een toilet. Maar voor een overnachting best wel aan te bevelen. 
De prijs is voor twee personen 112 euro inclusief een welkomstdrankje en een goed ontbijt.

Op die wijze begin je op een heel ontspannen wijze aan de vakantie. Geen stress om op tijd op Schiphol te zijn. Geen files of niet (op tijd) rijdend OV. Slechts een korte wandeling en je bent op de plaats van bestemming.. 

Daar wachtte ons helaas een kleine teleurstelling. De vlucht had een vertraging van zo’n twee uur en zou i.p.v 11.55 om 14.00 uur vertrekken. Van Air Canada kregen vanwege het ongerief  een voucher om op Schiphol een snack te kopen. Een aardig gebaar vonden wij.

Al met al werd het een beetje een rommelige start. Veel passagiers die werden omgeroepen omdat ze nog geen stoel hadden of niet aanwezig waren. Niet een vliegtuig aan een slurf, maar met bussen naar het vliegtuig die ergens midden op een platform geparkeerd stond en een vertraging die uiteindelijk opliep tot ruim 2,5 uur.

Om 14.45 zijn we vertrokken. Zitplaatsen hadden we vooraf gereserveerd, zodat we een goede plek hadden. Geen stoelen voor ons en met z’n tweetjes naast elkaar. De verzorging was prima en de piloot hield ondanks de opgelopen vertraging van gas geven. Hij haalde zo’n uur van de oorspronkelijke vliegtijd af, zodat we om 16.05 uur op het vliegveld van Toronto zijn geland.

Op het vliegveld verliep alles zoals het hoorde en vrij snel zaten we in een taxi naar het Novotel. Het was duidelijk spitstijd, met behoorlijke file’s tot gevolg. Na een rit van ongeveer drie kwartier stapten we om 18.00 uur het hotel binnen. Het duurt altijd even bij de receptie voordat je bent ingeschreven. Maar het lukte ons om een half uur later onderweg te gaan naar de CN tower, waar we om zeven uur een tafel hadden gereserveerd in het ronddraaiende restaurant. Een leuke belevenis vooral omdat net nog daglicht was toen we aan tafel gingen en het langzamerhand donker werd. Toronto bij avond is ook leuk om te zien. Ook konden we van bovenaf in het Rogers stadion kijken, waar juist een honkbalwedstrijd plaats vond. Prachtig om te zien.

Vanmorgen (het is nu woensdag) hebben we een Tour gemaakt door Toronto met de hop on en hop of. Was erg leuk en gaf een goede indruk van de stad. Over tien minuten moeten we klaar staan. We worden opgehaald voor een middag/avond excursie naar de Niagarawatervallen. Morgen zal ik verslag doen van die trip en hopelijk ook wat foto’s plaatsen. 

25 augustus

Door Dirk Kuiper op 26 augustus 2016 23:53
Toen we eergisteren telefonisch contact opnamen met Fraserway bleek dat we pas om 11.30 uur konden worden opgehaald bij het Sheraton hotel op de luchthaven. Wel wat aan de late kant, maar het betekende ook dat we na het ontbijt rustig aan konden doen. Ook wel eens lekker om even aan de reisblog te werken.

Met een taxi zijn we naar het vliegveld gegaan. Dat is niet echt een koopje, 85 Canadese dollar. Dan is het heel handig dat je met twee echtparen bent, als je de kosten deelt en dan ook nog eens in euro’s omrekent valt het eigenlijk nog wel mee....

De chauffeur van Fraserway was scherp op tijd en samen met een Deense familie werden we in een klein uur naar de locatie van de verhuurder in Coockstown gebracht. Daar stonden twee prachtige campers voor ons klaar. Het verschil met de campers die we 1,5 jaar geleden in Australie huurden was wel erg groot. Mogelijk dat we het toen niet getroffen hadden, maar deze Campers waren schoon, volledig uitgerust en voor onze begrippen heel erg groot.

De uitleg v.w.b. het gebruik van de camper en het invullen van alle noodzakelijke formulieren duurde maar liefst bijna twee uur. We kregen het steeds warmer en niet alleen door de temperatuur. We moesten wel veel onthouden, dat knopje is voor ... en die schakelaar gebruik je ...kortom het duizelt je af en toe gewoon. Gelukkig kregen we er ook een dik boek bij met een Nederlandse gebruiksaanwijzing. 

En toen kwam het moment van rijden. Bijna 10 meter lang en 2,5 meter breed. En een draaicirkel waar je echt van schrikt. Maar voor je het weet ben je eraan gewend en gaat het ons redelijk makkelijk af. En dat allemaal met het BE rijbewijs. 

Het was bijna half drie toen we bij de supermarkt aankwamen. En we moesten ook nog lunchen. We liepen duidelijk achter op ons geplande schema, want de eerste, reeds gereserveerde, camping in het Algonquin park was nog ruim drie uur rijden. Nou ja, het was zaak om ons niet gek te laten maken. Dus eerst maar even een broodje bij Subway en daarna de boodschappen. Dat blijkt ook snel te kunnen want na een half uurtje gingen we echt onderweg. 

We bereikten de camping Lake of two rivers zonder problemen via een mooie route. Parkeren van de camper vereist wat vaardigheid, maar met behulp van wat echtelijke hulp verliep dat schadevrij. Stekker in de paal en alles wat met elektriciteit te maken heeft bleek te functioneren. Water aan- en afvoer had deze camping niet, dus daar gaan we ons morgen verder in verdiepen. Maar stroom is toch wel fijn om te hebben. De airco kon in ieder geval aan, want het leek binnen wel een sauna. Zeker toen we gingen koken. 

Als je dan eenmaal op je stoeltje zit met je bord pasta en een biertje en/of glas wijn bij de hand en je kijkt eens om je heen dan ben je de hectiek van de dag snel vergeten en overvalt je een soort rust. Ook een beetje van moeheid, maar de omgeving is wonderschoon. Zelfs op de camping die, de naam zegt het al, aan een behoorlijk meer is gelegen. 

We besluiten het niet te laat te maken, want morgen staat de volgende rit al weer op het programma, een camping in de buurt van de hoofdstad Ottawa. 

26 augustus

Door Dirk Kuiper op 29 augustus 2016 11:49
De eerste nacht in de camper is goed bevallen. De bedden liggen goed, van enig omgevingsgeluid hebben we niets gemerkt. Het douchen gaat uitstekend, de ruimte is meer dan voldoende. Het is lekker dat het toilet apart is geplaatst. We snappen inmiddels de functies van alle knopjes e.d. 
Het leek in eerste instantie wat ingewikkeld, maar dat viel gelukkig heel erg mee.

Eerst maar eens buiten kijken. Het weer ziet er prachtig uit. Joop en Bep zijn inmiddels ook klaar met het ontbijt. We doen een rondje over de camping. Het is behoorlijk druk, vrijwel alle plaatsen zijn bezet. Terwijl het toch een behoorlijke camping is. Vermoedelijk veel Canadezen die nog vakantie hebben. Pas na 5 september zal het waarschijnlijk wat minder worden. Dan starten in ieder geval de meeste scholen weer.

Nadat we ons van de elektriciteit hebben afgekoppeld, rijden we voorzichtig tussen de bomen van de camping door. Het is negen uur. We gaan eerst onderweg naar de Spruce Bog Boardwalk Trail, een kort ritje van bijna 11 kilometer. De camper geeft alles in mijlen aan zodat ik het aantal kilometers en de snelheid van de Tom Tom aflees. Makkelijk ook met het instellen van de cruisecontrol. 

De Spruce Bog Ecolocy is slechts 1,5 km lang en loopt in een rondje. De weg kwijt raken is niet aan de orde. We zien slechts 1 Spruce Grouse wegvliegen. Voor de rest geen wild.
De volgende stop is bij het Algonguin Logging Museum, wederom een korte rit. Het museum laat vooral zien hoe houthakkers voorheen leefden. Zo’n 150 jaar geleden was het een hard bestaan en een zwaar beroep. Met diverse uitvindingen zoals stoom en later de komst van kettingzagen en vrachtauto’s wordt het langzamerhand beter voor de arbeiders. Mooi in beeld gebracht. Als je in het park op een camping staat hoef je geen toegang tot het museum te betalen. 

Rond vier uur arriveerden we op de camping van Wesley Clover, aan de rand van Ottawa. Weer achteruit op de plaats parkeren. Omdat we gelijktijdig een bocht moesten maken en de bomen gewoon blijven staan, moet je echt wel geconcentreerd aan het stuur blijven draaien om geen schade te veroorzaken.
Het was even zoeken hoe we de watertank moesten vullen. Zodra die gevuld was, moesten de schakelaars in een andere stand geplaatst worden om rechtstreeks het water van de camping in de camper te krijgen. Bij de uitleg van Fraserway ben je bang dat je lang niet alles kunt onthouden, maar eigenlijk wijst alles vanzelf. 

Joop en Bep zorgden voor het diner, zodat Marianne en ik bij de receptie (daar was WiFi) contact met het thuisfront konden hebben. Bellen via what’s app gaat uitstekend en is kosteloos. 

We gaan niet al te laat naar bed, buiten zitten is absoluut geen optie. Het weer is prachtig, het is een heerlijke temperatuur, maar een paar pelotons muggen gooien roet in het eten. Bovendien wacht morgen weer een drukke dag in Ottawa.

 

27 augustus

Door Dirk Kuiper op 29 augustus 2016 12:19
Via de receptie van de camping bellen we een taxi. We laten ons afzetten bij het parlementsgebouw aan de Wellingtonstreet. Om 10.00 uur vindt daar tot eind augustus de wisseling van de wacht plaats, waarbij uiteindelijk drie wachtposten worden neergezet.

We hebben nog een half uur voordat de show begint. Het is druk en er zijn opvallend veel politiemensen aanwezig. Als ik ze vraag waar je het beste kunt gaan staan, kijken ze me wazig aan. Het blijkt dat vorige week de voorlopig laatste wisseling heeft plaatsgevonden. Mogelijk dat het verband houdt met het overlijden van een parlementslid die op deze zaterdag wordt begraven. Het wordt niet echt duidelijk en het is zeker te weten nog steeds augustus. Jammer, maar het is niet anders.

Nou ja, we laten ons niet uit het veld slaan en lopen verder naar de Rideau Locks, een 8 tal sluizen die een hoogte verschil van 25 meter overbruggen. Het blijft fascinerend om te zien. We hebben geluk, een boot gaat juist omhoog. De sluizen worden niet mechanisch bediend. Alles gaat nog met handkracht. Daar zijn maar liefst zes mensen voor in de weer. 

Het is wederom erg warm en vrijwel onbewolkt. Koffie drinken we op een terras naast de sluizen. Daarna gaan we naar het nabij gelegen winkelcentrum Rideau centre waar we ook lunchen. Ideaal zo’n footcourt waar waanzinnig veel keuze is. En voor een hele betaalbare prijs. We eten bij Jimmy the Greek.

Het centrum van Ottawa is niet waanzinnig groot en daardoor goed overzichtelijk. We maken een wandeling door de stad en melden ons rond twee uur bij de kiosk van the lady dive. We hebben in Nederland reeds een bustour gereserveerd. Dat blijkt verstandig te zijn geweest, want alle tochten zijn vol geboekt. In een uur tijd ga je langs alle bezienswaardigheden van de stad. En niet alleen over de weg, ook over het water. Op een gegeven moment gaat de bus te water en gaat dan verder als boot. Een vreemde gewaarwording maar wel grappig. De busboot vaart vlak langs de sluizen. Vanaf het water ziet het er toch weer anders uit. 

Het wordt tijd voor een biertje. Erg veel pubs vind je rondom de Byward Market. Ondanks dat het bijna vijf uur is, is de markt nog steeds geopend. Veel fruit en groenten is er te vinden. Het Canadese tapbiertje dat we bestelden smaakte uitstekend en naar meer. Ook is het altijd leuk om mensen te kijken. 

Het diner gebruikten we in the Fish Market Restaurant in de York Street. Een gezellig en sfeervol gebeuren met een goede keuken. Tja en in een dergelijk restaurant moet je natuurlijk vis eten. Het werd heilbot met frites en een (beetje) groente. Glas wijn erbij, koffie toe en je kunt er weer even tegen. Dat moest ook wel, want om half tien moesten we bij de lichtshow ‘’northern lights’’ zijn. Het parlementsgebouw doet dienst als een soort projectiescherm. Door middel van muziek en beelden wordt in een half uur het verhaal (historie) van Canada verteld. Mooi om te zien.

Met de taxi weer terug naar de camping. Weer meerdere ervaringen rijker.   

28 augustus

Door Dirk Kuier op 30 augustus 2016 1:20
Om half negen vertrekken we richting Montréal. Omdat we de tolweg daar willen vermijden, gaan we rijden via Kemptville, Winchester, Morrisburg en Cornwall naar Lancaster. Op die manier komen we aan de zuidzijde van Montréal aan. In die richting ligt ook de camping. Overigens gaat het niet alleen om het niet betalen van de tol, maar ik wil ook voorkomen dat ik dwars door Montréal moet rijden met die grote campers.  

Een blik op de kilometerteller vertelt ons dat we er verstandig aan doen om eerst te tanken. De tank zit weliswaar nog voor een kwart vol, maar het is zondag en wellicht zijn niet alle benzinestations open. En zekerheid voor alles.

Even later kunnen we tanken. We moeten op de pomp aangeven voor hoeveel geld we willen tanken. De prijs van de benzine was iets meer dan 1 dollar (zo’n 70 eurocent per liter) zodat we voor 100 dollar zo’n 100 liter konden tanken. Dat zou er naar ons idee makkelijk inpassen. Dat bleek inderdaad te kloppen. De tank was weer bijna vol en dat betekende dat we ruim 1 op 4,5  hadden gereden. In de begroting hadden we rekening gehouden met 1 op 3, dus ondanks het forse verbruik viel het toch nog mee....

Onderweg nog wat inkopen gedaan bij de Walmart en koffie gedronken bij Tim Hortons. Ik denk dat veel Canadese families daar een uitje van maken, want het was behoorlijk druk. Daarna nog was blikjes bier en wat flessen wijn en we kunnen de komende dagen weer vooruit. We willen niet te veel kopen, want komende donderdag vliegen we naar Vancouver. En we willen de koffers niet extra overbelasten.

Thuis hadden we al uitgezocht dat we via Salaberry de Valleyfield moeten rijden. Op de Tom zetten we vast het adres van de camping. Het apparaat vraagt of we via de tolweg willen of dat we dat willen vermijden. Wij drukken geen tolweg in. We denken dat het navigatiesysteem het beter weet als wij als we voorbij de afslag Salaberry rijden. Dat bleek dus een misvatting. Hoe dichter we bij Montréal in de buurt kwamen hoe vaker we de bordjes peage tegenkwamen. En dat wilden we juist niet. Uiteindelijk liep de ruzie met Tom zo hoog op, dat we zijn omgekeerd. Jammer van ruim een half uur verkeerd rijden.

Het landschap is zeker niet verkeerd. Het heeft wel iets weg van Nederland. Redelijk vlak. 

Rond drie uur arriveren we bij de KOA camping Montréal. De camping ligt feitelijk in een voorstad, Saint Philipe de la Prairie. Het is een mooie camping met fraaie ruime plaatsen. Gek genoeg zijn van de 140 plaatsen maar de helft bezet.  

De plaatsen zijn ruim en pull thru. We hoeven niet achteruit te parkeren maar kunnen vooruit aankomen en ook vooruit wegrijden. Wel zo makkelijk. 

Ook zijn de plaatsen voorzien van full hook up, dus met aansluitingen voor electra, water en riool. Dat is lekker, want de zwarte en grijze afvoertanks beginnen al aardig vol te raken. Het aansluiten is een eitje, zodat we even later kant en klaar aan de koffie zitten. Helaas niet voor lang, want die muggen....Het lijkt wel of ze het weer allemaal op ons hebben voorzien. Maling hebben ze aan onze muggenspray. Ze worden er zelfs door aangetrokken hebben we het idee. 

Eten doen we dus maar in de camper. Ook het spelletje klaverjas vindt om die reden binnen plaats. De mannen worden ingemaakt....

Morgen naar Montréal.   

  

29 augustus

Door Dirk Kuiper op 30 augustus 2016 3:34

De camping Montréal die we hebben uitgekozen beweert het dichtst bij de stad te zijn gelegen, maar met de auto is het toch nog een half uur rijden. Openbaar vervoer is niet voorhanden. De shuttlebus die wordt aangeboden (in combinatie met de hop on en hop off) kost 60 dollar pp. Wij vinden 240 dollar wat te gortig en bestellen voor 55 dollar een taxi. 

We laten ons brengen naar de Basiliek Notre Dame. Een prachtige, 60 meter hoge, kerk met een indrukwekkend altaar. Het goud contrasteert fraai met de blauwe koepel. Het is jarenlang de grootste kerk van het Noord Amerikaanse continent geweest. De kapel werd in 1978 door brand verwoest, maar kon op basis van oude tekeningen weer herbouwd worden.  Toegang 5 dollar pp.

Vervolgens lopen we via Parijs aandoende straatjes naar een terrasje op de Place Jacques Cartier. We kiezen er een uit en vragen de twee aanwezige medewerkers of we koffie kunnen krijgen. Dat kan wel, maar ze voegen er tot onze grote verbazing aan toe dat ze zelf hun koffie niet te drinken vinden en dat we beter naar de buren kunnen gaan. Hebben ze geen zin om ons te bedienen of zouden ze het echt menen? We nemen maar niet de proef op de som en gaan naar de overkant. Overigens is daar de koffie ook niet om over naar huis te schrijven. 

Gisteravond hadden we al besloten enigszins af te wijken van het draaiboek. De botanische tuinen laten we voor wat ze zijn. We gaan over twee weken op Vancouver Island naar iets soortgelijks (de Butchart Gardens) en dat lijkt ons voldoende.

Vandaar dat we gelijk maar doorgaan met de volgende geplande activiteit: de Underground City. De ondergrondse stad van Montréal is een enorm complex van hallen en tunnels onder het centrum en wordt dagelijks door zo’n 500.000 mensen gebruikt om het verkeer en de strenge winters te ontwijken. Het valt ons niet mee om een van de 120 ingangen te vinden. 

Daarom eerst maar even lunchen in restaurant Houston Avenue op het Square Victoria. Daar kunnen we eens rustig op de kaart kijken en ons beter oriënteren. Na de heerlijke lunch lopen we naar de 800 rue de la Gauchetiere, een van de ingangen van de ‘’ville interieure’’. We lopen door allerlei gangen en via roltrappen verder naar een van de zeven metrostations. Daar kopen we een kaartje en pakken de metro naar China town Montréal.  

De Chinese wijk is niet groot, maar doet wel echt Chinees aan. De vele kleine winkeltjes, eethuisjes en vooral de geur. Leuk om door de straatjes te lopen en letterlijk de sfeer op te snuiven.
Daarna weer verder. Richting oude haven. Daar brengen we eerst een bezoek aan de Bonsecours Market. De dames gaan de winkels bekijken, de heren stellen zich strategisch op....

Een half uur later, het is dan inmiddels vier uur, vinden we het tijd voor een drankje. Het is nog steeds heerlijk weer. Het wordt om die reden een terras aan de kade, Bistro O’Quai. We doen gek en bestellen een kan Sangria rosé. Erg lekker, maar wel wat aan de zoete kant. Het lijkt ons goed om ook het diner daar te gebruiken. Het wordt voor alle vier de smoked meat (gerookt vlees), de specialiteit van Canada en van Montréal in het bijzonder. Daar smaakt de tweede kan Sangria – maar dan van witte wijn – erg goed bij. 

Om bijna acht uur worden we door een taxi weer bij de camping afgeleverd. Bep zorgt voor de koffie en ik kan weer even achter de IPad voor het verslag van vandaag. Morgen vertrekken we vroeg om onderweg naar de volgende camping eerst een bezoek te brengen aan Upper Canada Village, een openlucht museum die ons terugbrengt naar het Canada van rond 1860.

We hebben naar ons idee een goede indruk van Montréal gekregen. Vooral de oude stad is de moeite van het bezichtigen waard.

 

30 augustus

Door Dirk Kuiper op 31 augustus 2016 1:56
Vanmorgen wat vroeger op, want onderweg naar de volgende camping stoppen we geruime tijd bij Upper Canada Village. We schatten in daar zo’n vier uur door te brengen, terwijl we ook nog 270 kilometer moeten rijden, moeten tanken en boodschappen doen.

Om acht uur vertrekken we van de camping. Het is niet druk op de weg, dus het schiet lekker op. Omdat de meter van de tank aangeeft dat nog een kwart hoeveelheid resteert gaan we toch eerst maar tanken. Er zijn voldoende tankstations, maar het kan maar binnen zijn.

We tanken weer voor 100 dollar per camper. De benzineprijs is 97,7 CAD, zodat we ongeveer 102 liter benzine krijgen. Dan is de tank weer bijna vol. Weer iets zuiniger gereden, zeg maar 1 op 5. Ik zie even later dat 70 euro binnenkort van de creditcard wordt afgeschreven. Het valt ons zeker niet tegen.

Rond half elf arriveren we bij Upper Canada Village. Een soort Zuiderzeemuseum, maar dan in de jaren 1850 in Canada. Ondanks dat het vakantie is, zijn er weinig bezoekers. Wel zo prettig, want je kunt alles goed zien. Veel activiteiten zijn namelijk in bedrijf, zoals de (uit Nederland geïmporteerde) houtzaag watermolen, de smederij, bakker etc. De in klederdracht uit die tijd geklede medewerkers stellen ons bezoek erg op prijs. Ze beginnen vaak een praatje en vertellen vol enthousiasme over hun dagelijkse werkzaamheden. 

Dat je altijd moet uitkijken wat je zegt bleek bij de kleermaakster. Toen ze hoorde dat we uit Nederland kwamen antwoordde ze ons ook in het Nederlands. Haar ouders kwamen van oorsprong uit de buurt van Breda en hadden hun dochter onze taal geleerd. Ze sprak het in ieder geval verbazend goed. 

Op de veranda van hotel Willards gebruiken we de lunch. Regelmatig gaat er een paard met wagen voorbij en soms een schoolklas met kinderen, uiteraard allemaal in de kleding van die tijd. Ze gedroegen zich zelfs zoals je dat uit die tijd verwachtte. Netjes in een rij lopend met de juf voorop. Geen gejoel of geschreeuw maar allemaal heel ingetogen.

Na afloop van het bezoek kopen we in de souvenierswinkel nog een brood dat gebakken is in de bakkerij van het dorp. Het is nog warm en voelt dubbel zo zwaar als ons brood. Morgenmiddag aan twee sneetjes genoeg denk ik zomaar.

We stoppen in Brockville bij Food Basics en kopen nog voor twee keer ontbijt, twee keer lunch en een keer diner. Meer is niet nodig, want donderdagmiddag vliegen we verder naar Vancouver. 

De camping die we gereserveerd hebben is 1000 islands Ivy Lea KOA in Landsdowne. Ook weer een mooie camping met zwembad en alle voorzieningen. Camping is wel druk, maar zeker niet vol. De kosten van de camping hadden we reeds bij vooruitbetaling voldaan. Daarna kregen we van Travelhome een kortingskaart voor de KOA campings thuisgestuurd. Korting is 10% van de kosten van de eerste nacht. Scheelt toch maar weer ruim 14 dollar😀.

WiFi gaat goed. Net als op de camping in Montréal hebben we zelfs in de Campers WiFi. Ideaal, alleen moet je er telkens aan denken dat als wij rond vijf uur op de camping arriveren het in Nederland elf uur ’s-avonds is. De berichtjes via whats app stromen binnen zodra de aansluiting een feit is. Fijn om te horen dat het bij en met de (klein) kinderen en de rest van de familie goed gaat.
Morgen starten we met een boottocht door het 1000 islands gebied. We zitten vlak bij de Verenigde Staten. Het water waarop we morgen gaan varen vormt de grens.

Het is inmiddels bijna half tien. We zijn na het door Bep verzorgde diner maar binnen gaan zitten. Jammer, want het is nog steeds heerlijk weer. Maar wederom die muggen....Pfff. Voorlopig en tot nu toe is dat het enige minpunt (en waar we ook last van hebben, want ze steken heel gemeen) dat we kunnen bedenken. 

Ik ga nu eens kijken welke boottocht we morgen het beste kunnen nemen. Het kan en mag niet heel lang duren want we hebben daarna nog een rit van 360 km voor de boeg. Terug naar een camping in Cookstown op slechts 8 km van onze verhuurder Fraserway. 

22 augustus

Door Dirk Kuiper op 31 augustus 2016 14:19


Wij, Joop en Bep van Heuveln en Marianne en Dirk Kuiper, kennen elkaar al sinds de jaren ‘70 (Joop en Dirk zijn oud collega’s), maar gaan nu voor het eerst samen op vakantie.  De keuze viel op een rondje per camper door Oost Canada en een grotere trip door het westelijke deel. De reis duurt in totaal 31 dagen. Bewust en voornamelijk om reden van privacy gaan we met twee campers op stap. 
Besloten werd dat Dirk een voorstel zou maken en dat zou vastleggen in een draaiboek. Zijn suggesties werden voorgelegd aan de medereizigers, die daarop reageerden. Gaandeweg ontstond een document waarin iedereen zich kon vinden. Op basis van eerdere positieve ervaringen (o.a. een camperreis van Marianne en Dirk in Australië) zijn alle campings inmiddels gereserveerd en een aantal excursies vastgelegd. Op die manier hoeven we onderweg geen kostbare tijd te verliezen aan overleg over wat te doen en waar te overnachten. Op zich geeft dat al erg veel rust. Joop werd als penningmeester aangewezen en zal tijdens de vakantie uit de ‘’centrale pot ‘’ de betalingen verrichten. 
De daadwerkelijke start van de vakantie is dinsdag 23 augustus. We vliegen met Air Canada naar Toronto. De dag erna hebben we een bus middag/avondexcursie geboekt naar de Niagara Watervallen. Op de 25e halen we bij Fraserway onze campers op en vertrekken we naar het Algonquin NP. 
Via Ottawa, Montreal en het ‘’1000 Islands’’ gebied komen we een week later weer terug in Toronto. We vliegen dan naar Vancouver. Op zaterdag 3 september halen we voor 17 dagen bij Traveland onze campers op en rijden we naar Hope. Vervolgens gaat de route via Peachland (bij Kelowna), Revelstoke, Banff, Lake Louise, Abraham Lake, Jasper, Blue River, Clearwater, Lillooet naar Whistler. Op 16 september steken we met de boot over naar Vancouver Island. We blijven twee nachten in Tofino en twee in Victoria.  Op 20 september leveren we de campers weer in. Tenslotte nog één hotelovernachting en de reis zit er al weer op.
We hopen, dat de lezers door het bovenstaande enige indruk hebben wie we zijn en wat we van plan zijn te gaan doen. Vanaf 23 augustus zullen we proberen ons reisblog zo actueel mogelijk bij te houden. 
Tot dan!!
  

31augustus

Door Dirk Kuiper op 02 september 2016 5:28
Vanmorgen was het zwaarbewolkt met af en toe een drup regen. Dat hadden we in deze vakantie nog niet eerder meegemaakt. Maar de temperatuur was nog steeds heerlijk. Op ons gemak ontbeten. Gisteravond had ik de vertrektijden van de boottocht langs de 1000 eilanden opgezocht. Om 9 uur zou er een boot vertrekken vanuit Rockport, om 10.15 uur de eerste vanaf Gananoque. Voor de boot in Rockport moesten we terugrijden. Gananoque lag beter op de route, dus ons besluit was snel genomen. Het zou de boot van kwart over tien worden.

Bij de boot aangekomen was het weer niet veel beter geworden. Donkere wolken en af en toe zelfs een klap onweer. Er lag een behoorlijk stuk water voor ons met wat eilanden en aan de overzijde Amerika. Een uurtje varen zou ons 100 CAD kosten. We keken elkaar aan en volgens mij dachten we er alle vier hetzelfde over. Dit tochtje zou naar ons idee geen meerwaarde hebben. Wat we nu zagen zouden we ook vanaf de boot zien. Bovendien zouden we pas tegen half twaalf verder kunnen rijden. We wilden liever wat eerder op de volgende camping arriveren. Dus ergens op een groot parkeerterrein (wat een enorme draaicirkel hebben die Campers toch) gedraaid en richting Toronto. Overigens is Gananoque een heel leuk plaatsje.

Tegen lunchtijd eerst maar weer eens tanken. Bijna 80 liter voor 80 dollar. Op de parkeerplaats de stoeltjes eruit, tafel erbij en het brood van gisteren uit de bakkerij van Upper Canada gegeten. Was erg lekker, ietwat aan de droge kant. 

De route voerde voorbij Clarington richting Lindsay, Sunderland en Udora. Op die manier lieten we Toronto letterlijk links liggen. Dat scheelde de drukte van het verkeer en de tolweg. Het was ook niet echt omrijden, alleen ging het niet over de snelweg. Dat vonden we zeker niet erg, het was een mooie rit. Heuvelachtig, vaak mooie huizen met goed verzorgde tuinen. Als je daar gras moet maaien, dan moet je toch zeker een tractortje hebben waarop je kunt zitten. Zou ik zo een hobby van kunnen maken.

Rond half vier arriveerden we op de camping. De KOA Toronto Noord in Coockstown, op slechts 8 km van de camperverhuurder. Makkelijk voor morgen. 

Plek die we kregen toegewezen was ruim, pull thru en full hookup. Het aansluiten was inmiddels kinderspel, dus snel de telefoons erbij en de berichtjes checken. Alles goed bij het thuisfront. Een paar dagen geleden ontvingen we het bericht dat mijn 92 jarige vader een dubbele longontsteking had. Dan houd je toch je hart vast. Maar gelukkig zijn de antibiotica aangeslagen en gaat het weer beter met hem.

We hebben vandaag een soort restjesdag. Natuurlijk hadden we met inkopen al rekening gehouden dat we niet te veel zouden overhouden, maar precies uitkomen lukt vanzelfsprekend nooit helemaal. Dus nog vijf halve liters bier en twee liter wijn. Om dat op te krijgen zijn we begonnen met een drankje op het terras. Ofwel onder de luifel aan de picknicktafel, die trouwens op elke camping staat. Tot nu toe dan. 

Marianne en ik waren aan de beurt voor het diner. Het werd rijst met een ‘’prutje’’, variërend van kip, champignons, ui, knoflook, perzik, appel, paprika tot tandorikruiden. Het werd dus een eenpansgerecht dat erg lekker smaakte. 
Omdat we slechts 2 km van de Tanger outlet stonden en het ook niet meer verantwoord was om met de camper te rijden zijn Marianne en ik na het eten daar heen gelopen. Joop moest de financiën bijwerken en ook Bep had andere plannen.                                           

Marianne kocht daar nog een rugtasje, degene die ze mee had was gaan scheuren en kon gelijk in Canada achterblijven. De outlet was niet supergroot, maar alle grote bedrijven die je vrijwel altijd in dat soort centra aantreft waren aanwezig. Het was opvallend rustig.

Terug op de camping wachtte koffie, bier en wijn. Ach, het kan vervelender. Daarna nog wat lezen, reisblog bijwerken en naar bed. Morgen gaan we verhuizen naar Vancouver. 

01 september

Door Dirk Kuiper op 02 september 2016 12:45
Alweer de laatste dag van ons verblijf aan de oostkant van Canada. Vorige week bij het ophalen van de camper al afgesproken dat we om 12.30 uur naar het vliegveld gebracht zouden worden met het vriendelijke verzoek om niet later dan 11.30 uur bij hen te arriveren.

Met dat in ons achterhoofd konden we zelfs ‘’uitslapen’’. Alhoewel..., we zijn bijna altijd rond zeven uur wakker en vandaag vormde daarop geen uitzondering. Maar we konden het rustig aan doen.

Het was tijdens de nacht behoorlijk koud geweest en zo vroeg in de ochtend had de zon, die gelukkig weer volop aanwezig was, onvoldoende kracht om het lekker warm te krijgen in de camper. En het idee om na de warme douche in de koude camper jezelf te moeten aankleden trok ons niet echt aan. Dus even de kachel aan. Binnen de kortste keren was het een stuk aangenamer binnen, alhoewel Marianne mopperde dat het snikheet was. Het ontbijt bestond uit yoghurt met banaan en knäckebröd met jam. De rest was al op en de plakjes kaas lagen bij Joop en Bep in de camper.

Om tien uur waren de koffers gepakt en was ook de camper rijklaar gemaakt. Tien minuten later waren we in het dorpje Coockstown aangekomen. Koffietijd bij Tim Hortons. We zijn erachter dat de kleinste maat koffie voor ons meer dan voldoende is. De inhoud daarvan is bij ons al bijna twee kopjes.

Omdat het vliegveld bijna een uur van het verhuurbedrijf af ligt zullen we daar naar verwachting tussen half twee en twee uur arriveren. Het leek ons om die reden slim om nu alvast wat te eten voor de lunch mee te nemen. Subway zat om de hoek en zijn in staat om redelijk lekkere broodjes te maken. Het werd een kaasbroodje met ham en wat groenvoer. Bleek later inderdaad best smakelijk.

Omdat de benzinetank gevuld moest worden afgeleverd, tanken we bij Shell in de Kingstreet. Er moet nog 98 liter bij om de tank vol te krijgen. Gek genoeg bij Joop zo’n 20 liter minder. Joop en Bep volgen ons altijd en moeten soms extra gas geven om nog een verkeerslicht te halen of iets dergelijks. Je mag dan verwachten dat zijn camper wat meer zou verbruiken. Bovendien rijd ik bijna altijd met de cruise control. Zou dat dan zoveel meer benzine slurpen? We komen er niet goed uit.

Om bij half twaalf arriveerden we bij Fraserway. We werden uiterst vriendelijk geholpen. Er werd ons gevraagd hoe we het hadden gehad en hoe de camper zich gehouden had. Op beide vragen konden we uitstekend antwoorden. Daarna nog wat handtekeningen op wat formulieren (o.a. voor het geval ze later nog een boete moeten betalen voor een door ons gepleegde overtreding) en we zijn alweer klaar. Dat ging erg soepel en razendsnel. In de afgelopen week hebben we 1424 km gereden. Mooi binnen de vooraf betaalde 1500 km. Als je daar overheen komt, dan betaal je 41 dollarcent per km en dat kan behoorlijk oplopen.
Al met al komen we toch op een verbruik van 1:4. Dat komt overeen met de opgave van de verhuurder. 

Om exact half een rijden we weg, richting Lester B. Pearson International Airport. We eten het broodje en gaan daarna door de veiligheidscontrole. De vlucht in de Boeing 787-800 zal volgens de borden op tijd vertrekken. We kopen nog een wrap met kip, want aan boord wordt geen maaltijd o.i.d. verstrekt. Overigens kun je er wel wat te eten kopen.

We gaan op tijd het vliegtuig in, maar het vertrek is toch 15 minuten te laat. Te verwaarlozen vinden we, maar de captain biedt toch zijn excuses aan. Er was sprake van een ‘traffic jam’ in de lucht. We hebben goede plaatsen, ook weer vooraf gereserveerd. Met z’n tweeën naast elkaar in een kleine tussenruimte van het vliegtuig waar in totaal 21 mensen zitten. 

Voor mij weer even de tijd om de reisblog bij te werken. We zitten momenteel op een hoogte van 12192 meter. Het is kwart over vier – ik heb na het vertrek mijn horloge drie uur teruggezet naar de tijd van Vancouver – en we moeten nog 2 uur en 34 minuten vliegen. De verwachte aankomsttijd is bijna 19.00 uur.

Na aankomst zullen we een taxi pakken, die ons zal brengen naar het Sandman Hotel Vancouver City Centre. Het hotel is centraal gelegen in de theaterwijk in het centrum van Vancouver en heeft een bar, restaurant en een zwembad. Mogelijk dat ik vanavond nog tijd heb om daar iets over te vertellen.

In ieder geval kunnen we terugkijken op 10  geweldige eerste dagen van de reis. Het weer was uitstekend, we hebben zelfs heel vaak de airco van de camper aan moeten hebben. De oostkant van Canada heeft veel te bieden met veel natuurschoon (bijvoorbeeld het Algonquin park en de Niagara Watervallen), mooie steden als Ottawa en Montreal en vriendelijke en behulpzame inwoners. De wegen zijn over het algemeen goed, maar er is wel veel verkeer op de weg. Dat had ik wel verwacht rondom de grote steden, maar zelfs daar buiten ben je zelden alleen op de weg. Het gebruik van een navigatiesysteem is zeker aan te raden, verkeersborden zijn wat matig aanwezig. 

Inmiddels zijn we in het hotel. De eerste kennismaking met Vancouver was niet overweldigend. Zwaar bewolk met regen. De taxi-chauffeur die ons naar het hotel bracht zei dat dit winterse omstandigheden waren en dat het twee dagen geleden nog ruim 30 graden was.Lekker dan....Morgen zou het wel beter worden. Droog maar wel kouder dan de afgelopen tijd. Nou we zien wel, want het weer kunnen we toch niet beïnvloeden.

Bij binnenkomst in het hotel stond er een enorme groep om in te checken. Kennelijk een bus vol. Dus geruime tijd in de rij gestaan. Maar het moet gezegd, het ging redelijk vlot.Wij kregen een kamer op de 11e etage Joop en Bep kwamen in eerste instantie niet in het systeem voor. Later kennelijk wel, of het werd mooi gespeeld. In ieder geval kregen ze wel een kamer, in dit geval op de 4e etage. Het maakt niet uit, we slapen er alleen maar.

Na nog een diner – wat salade met vis en/of kip – en een biertje gingen we naar de kamers. Het is nu bijna 22.45 uur. Ten opzichte van Toronto is het hier drie uur vroeger. Voor ons gevoel is het nu kwart voor twee. In Nederland is het negen uur later.

We hebben afgesproken om kwart voor acht bij het ontbijt. Morgen gaan we Vancouver verkennen.
 

02 september

Door Dirk Kuiper op 03 september 2016 5:17
Om half zes zijn we klaar wakker. Ik ben in bad gaan liggen en Marianne is op bed nog wat gaan lezen. Later hoorden we dat ook Joop en Bep om half zes wakker waren. Het was zwaar bewolk buiten, maar wel droog. 

Het ontbijt in het hotel was dit keer niet in buffetvorm. Je moest van de kaart bestellen. Dat werd in alle vier de gevallen iets met ei. Geserveerd met rösti, brood en jam. Meer dan voldoende.
Terug op de kamer heeft Marianne gebeld met Traveland, de volgende camperverhuurder. We worden morgen om half tien opgehaald bij het hotel. Dat is een mooie tijd.

Om half negen verlaten we het hotel. We gaan lopend (1,5 km) naar Chinatown waar we een kijkje nemen bij een van de smalste commerciële gebouwen ter wereld het Sam Kee Building. De onderste verdieping is 1,5 meter breed en de bovenste 1.83 meter. We lopen verder naar de wijk Gastown, het oudste deel van Vancouver. Het stadsdeel dankt haar naam aan de pionier Jack Leighton, die daar een saloon met de naam ‘’Gassy’’ had.
Er zijn opvallend veel zwervers op straat. Her en der liggen ze, al dan niet slapend, op het trottoir. Overigens vallen ze niemand lastig of vragen ze om geld. Het geeft wel een trieste aanblik.

De stoomklok in de wijk wil iedereen op de foto nemen en wij vormen daar geen uitzondering op. Elke 15 minuten blaast de klok stoom (af). Het is een fraaie klok. 

We gaan verder naar Canada Place waar om de tien minuten de free shuttle bus naar de Suspensionbridge vertrekt. Het is nog steeds droog, maar wel zwaar bewolk. Je vraagt je af hoe lang het gaat duren voordat het gaat regenen. We hebben wel al wat spetters gehad, het zette echter niet door. 

De bus brengt je over de Lions gate bridge naar de Capilano Rd. In North Vancouver. Bijzonder dat zo dicht bij de stad – circa 20 minuten rijden met de bus - een regenwoud ligt. Als we arriveren begrijp ik onmiddellijk de naam regenwoud. Het begint geweldig te regenen. We krijgen bij de entree flatterende gele plastic capes om ons te beschermen tegen de plensbuien. Aan de andere kant heeft het ook wel iets speciaals die regen. Het is net of het daar in die omgeving erbij hoort. We gaan naar de brug. 137 meter lang en 70 meter hoog boven de Capilano river. 

Waarschijnlijk door de regen is het niet druk. Schommelend en onderweg genietend van het uitzicht bereiken we de overzijde. Niet iedereen dacht er zo over. We zagen tegenliggers die met gesloten ogen en met de hand stevig aan de railing heel voorzichtig verder liepen. Daar hadden wij geen last van, ondanks onze hoogtevrees. 
Aan de andere kant van de rivier kun je een mooie wandeling maken, bijvoorbeeld de treetops adventure. Af en toe wel wat trappen nemen, maar heel goed te doen. Je loopt inderdaad op sommige plekken gelijk aan de bovenzijde van de bomen.  
Kortom, wij vonden het een leuke ervaring die overigens beslist niet goedkoop is. Met z’n vieren waren we 161.50 CAD kwijt...

De bus zette ons tegen half een af bij de Robsonstreet. In het Canadese monopoly is dat de duurste straat, vergelijkbaar met onze Kalverstraat. We gaan daar lunchen bij ‘’De Dutch’’    
Naast uitsmijters, burgers e.d. kun je daar ook pannenkoeken bestellen. Dat deden we dan ook, met maple sirop in plaats van stroop. Erg smakelijk.

Tijdens de lunch begint het weer te regenen. Op tijd binnen dus, maar we vragen ons af wat we met de fietstocht door het Stanley park zullen doen. Twee uur fietsen met de kans om drijfnat te worden. Het klinkt niet aantrekkelijk, zeker omdat we ook geen droge kleren bij ons hebben. De lucht klaart wel wat op, maar blijft soms ook onheilspellend donker. We besluiten de fietstocht te verschuiven naar het einde van de vakantie. Als we de camper hebben ingeleverd hebben we nog een middag over in Vancouver. Daar past mooi die fietstocht in. Hopelijk is het dan wel wat beter weer.

Wandelend gaan we richting Granville Island. Het blijft (dat zul je altijd zien) de rest van de dag droog en zelfs de zon breekt weer door. We laten ons over zetten door een klein bootje van de Aquabus. Het is behoorlijk druk op het (schier)eiland. Natuurlijk veel toeristen, maar ook veel Canadezen. Zij hebben een lang weekend. Aanstaande maandag is het labourday en is vrijwel iedereen vrij. De dinsdag erop beginnen de scholen weer.
We bezoeken de Public Market en slenteren langs de vele winkeltjes en restaurantjes. Het is gezellig.

Wij gaan naar het Dockside restaurant. We nemen daar een lokaal gebrouwen biertje. Het is ietwat zoet met een licht rode kleur. Een soort limonade. Voor het diner nemen we buiten op het terras plaats. Het is nog steeds droog. Het eten is erg goed, net zoals de Canadese rode Merlot.

De bediening heeft een klompje verdiend. We hebben zo’n 50 sleutelhangers bij ons met daaraan een heel leuk klein klompje. Die geven we weg aan..tja iedereen die er een verdient. Dat kan zomaar iemand zijn die een gezellig gesprek met ons heeft, iemand in de bediening, de mensen op de camping, iemand die de weg wijst...noem maar op. Je staat er verstelt van wat voor reacties je krijgt. De ontvangers zijn allemaal verrast en vinden het een leuk presentje om te ontvangen. 

Met de Aquabus gaan we weer naar de overkant en om bijna acht uur stappen we ons hotel binnen. We spreken af om morgen om acht uur te ontbijten en gaan ieder naar de kamer. Ik schrijf de belevenissen van deze dag op en zal proberen dit vanavond nog te verzenden. Het hotel heeft een redelijk goede WiFi verbinding. Ik heb geen idee hoe dat de komende weken zal zijn. 

Morgen gaan we naar de Othello Tunnels Campground in Hope. Ik meld me weer zodra dat mogelijk is.

03 september

Door Dirk Kuiper op 04 september 2016 6:54
Om tien voor tien meldde de taxi-chauffeur zich bij het hotel. Hij bracht ons in zo'n 40 minuten naar Traveland in Langley, een voorstad van Vancouver. Daar werden we allerhartelijkst ontvangen. Het zag er allemaal spic en span uit. 
We kregen een tafeltje (bij Fraserway moest je gewoon aan de balie blijven staan), koffie en een gedegen uitleg. Daarna de noodzakelijke formulieren en de controle van de camper. Dit keer hadden we gekozen voor een zogenoemde A klasse, zeg maar een busmodel. Zag er heel netjes en vooral schoon uit. Twee slide-outs, aan de zijde van de bestuurder over de hele lengte en aan de andere kant bij het bed. Op die wijze krijg je waanzinnig veel binnenruimte. 

De uitleg vergde toch weer enige tijd, want ondanks dat we inmiddels ‘’ervaren’’ waren zat in dit model net weer alles wat anders of in ieder geval op een andere plek. Ook was hij nog wat luxer dan de C klasse van afgelopen week. Dit voertuig was bijvoorbeeld uitgerust met ‘’hydraulic levelling jacks’’, stelpoten die de camper automatisch waterpas zetten. Een ideaal systeem, maar wel weer extra knopjes en schakelaars. 

We werden meerdere malen gewaarschuwd dat we moesten uitkijken met de bochten. Niet alleen moet je ze niet te krap nemen, maar ook moet je in het bijzonder opletten met de andere kant. De achterkant komt namelijk ruim een meter naar buiten. Meer dan de helft van de verhuurde voertuigen komt met schade aan de achterzijde terug. Wel naar de ene kant gekeken en de andere kant even niet gezien....We knopen het in onze oren. 

Vlak voordat we weg willen rijden biedt een vrouw ons een bbq aan. Haar vakantie zat erop en een dergelijk apparaat mee naar huis nemen gaat natuurlijk niet. Vandaar dat ze ons er blij mee wilde maken. Dat is gelukt en onder dankzegging aanvaard.

Toch wat later dan gedacht, stappen we in. Er zitten geen voordeuren in, maar er is slechts 1 toegangsdeur aan de zijkant. Je moet dus binnendoor naar de bestuurdersplaats. Het eerste dat opvalt is het voorraam. Dat is gigantisch groot en biedt daardoor veel zicht..
Voorzichtig gaan we op weg. De camper is iets korter (8.86 mtr) en wat breder (2.58 mtr) dan de vorige. Het rijden is even wennen. Plezierig is in ieder geval de veel kleinere draaicirkel. 
Het eerste te rijden stukje is maar kort, 2 kilometer naar winkelcentrum Frasercrossing.   

Snel boodschappen bij Safeway en wat blikjes bier en een pak Merlot van vier liter aangeschaft. Kunnen we er weer even tegen. Natuurlijk zijn we geen kolen en aanmaakblokjes voor onze nieuwe aanwinst vergeten. 

Als alles aan boord is, vertrekken we via de Highway 1 in oostelijke richting naar Hope. Hope is gelegen aan de Fraser River en is aan alle zijden door bergen omgeven. Het stadje is ook wel bekend als filmset van de film ‘’First Blood’’ van Sylvester Stallone. 

Vlak bij Hope parkeren we de camper van Joop en Bep en gaan we met de andere verder naar Hell’s Gate. We rijden langs de Fraser River, eerst richting Yale. Rond 1850 was dat een populaire stad voor goudzoekers. In die dagen telde het stadje maar liefst 20.000 inwoners. Tegenwoordig wonen er slechts nog 200. 

Na een uurtje rijden komen we bij Hell’s Gate. Op die plek is de kloof van de rivier het smalst. Een watermassa van 38 meter breed en 50 meter diep kolkt door de kloof. We kopen de benodigde tickets en gaan met een kabelbaan (de airtram) naar de veel lager gelegen overkant. We lopen over de Suspensionbridge en kijken vol bewondering en ontzag naar het water dat zich bulderend door de nauwe doorgang perst. Het is niet te zien of er zalmen tegen de stroom in zwemmen. De man die de lift bedient vertelt ons, dat we beter naar wat rustiger water in de buurt van Othello tunnels kunnen gaan. Daar heeft hij er vorige week honderden gezien. Nou dat treft, want die kant gaan we juist op.

Even over zes uur bereiken we de camping, de Othello tunnels Campground and RV park aan de Othello Road in Hope. Een niet al te grote camping, die een wat rommelige indruk geeft, maar waar wel alles aanwezig (full hook up) is. We krijgen twee ruime plaatsen naast elkaar. Het aansluiten op water en elektriciteit is snel geregeld. De rioolaansluiting doen we op de volgende camping wel weer. We blijven toch maar 1 nacht. 

Bep en Joop zorgen voor het eten. Ik maak de bbq aan en bak vier ‘’Jamie Oliver’’ worsten. We eten buiten aan de picknicktafel. De koffie drinken we rondom de bbq. Het is wat fris buiten en inmiddels donker. We spreken af dat we morgenochtend al om acht uur gaan wandelen naar de Othello Tunnels. Dat moet wel zo vroeg, want we willen om drie uur ‘s-middags in Summerland zijn. Dat ligt 285 km verder. Daar gaan we een treinoverval meemaken. En wie wil dat nou niet meemaken? Ik ga mijn reisblog schrijven. Tot morgen.         

04 september

Door Dirk Kuiper op 05 september 2016 5:20
Om kwart voor acht gaan we lopend naar de Othello Tunnels in het Coquihalla Canyon Provincial Park. In de 19e eeuw besloot de Canadian Pacific Railway dat er een treinverbinding moest komen door de Kootenay regio naar de kust, de Kettle Valley Trail. Bij Hope moest de verbinding over en door een diepe nauwe kloof. Door de Railway werd een groot aantal tunnel en bruggen gebouwd over het ravijn. In de jaren vijftig werden de tunnels overbodig en werd het een wandelpad. De eerste delen van de Rambo film zijn er opgenomen.

De tunnels liggen op 1400 meter afstand van de camping. Dat is te voet goed te doen evenals de ca. 4 km tunnels. Het geeft een apart gevoel om door de donkere tunnels te lopen. Zaklantaarn lag natuurlijk nog in de camper. We voelen ons nietig tussen de hoge bergen. Wat een wereld van verschil met de oostkant van Canada. Daar is het niet meer dan heuvelachtig, hier zijn we net buiten Vancouver en het lijkt Zwitserland wel. 

We kijken goed in het snel stromende water of we zalmen zien en warempel...we zien er in het heldere water ineens tientallen zwemmen. Het is een bijzonder schouwspel. Zeker als je je bedenkt dat de volwassen zalmen hun leven in de oceaan doorbrengen en dan terugkeren naar de regio waar ze zijn geboren om in het zoete water te paaien. We zijn op dat vroege tijdstip overigens lang niet de enige bezoekers. En ook nog eens op de zondagmorgen. 

We lopen terug. We zijn op ons hoede voor de eventuele aanwezigheid van beren. Een ander en voor ons volstrekt nieuw fenomeen om rekening mee te houden. Bij de camping hing een bordje dat daar onlangs een beer gesignaleerd was. 

Tegen half tien vertrekken we richting Peachland. We rijden via Merritt via de Hwy 5, de Coquialla Hwy. Een prachtige weg die ons laat klimmen naar een hoogte van 1244 meter. De motor van de 10 cilinder gaat af en toe behoorlijk te keer. Of zou dat geluid van de benzine zijn die in een soort draaikolk terecht is gekomen? Het metertje zakt angstwekkend snel. En dat met ruim 300 liter in de tank. Dat wordt morgen schrikken bij het tankstation. Helemaal omdat de prijzen hier beduidend hoger liggen dan aan de oostkant. Daar betaalden we voor een liter circa 1 CAD, in Vancouver schommelde het rond de 1,20 CAD. Hier in deze omgeving zagen we tankstations die de benzine aanboden voor plm. 1,12 CAD. 

In Merritt drinken we bij het visitors centre een kop koffie. Zelf gezet in de camper want we hadden het geluk net achter een touringcar te arriveren. Iedereen die in de bus zat wilde iets te drinken kopen, dus er stond een rij...En dan is een camper ideaal.

Tegen lunchtijd arriveerden we bij Todd’s RV & camping in Peachland. De camping is prachtig gelegen aan het Okanagan lake. We moeten wel uitkijken voor de ‘’Ogopogo’’ een soort monster vergelijkbaar met die van Loch Ness. Een mythe van ca. 100 jaar geleden.

De camping is niet groot. Dat geldt zeker voor de plaatsen. Het vergt de nodige stuurmanskunst om de Campers op de aangewezen plekken te krijgen. Het lukt zonder schade. De camper van Joop en Bep sluiten we aan. De stelpoten van de camper bewijzen hun dienst. Automatisch wordt de camper waterpas geplaatst. In dit geval zodanig, dat de voorbanden een stuk boven de grond zweven. Een aparte gewaarwording. Ik zal er morgen een foto van maken. Het is nu bijna 22.00 uur en hartstikke donker buiten.

Met onze camper gaan we naar De Kettle Valley Steam Railway in Summerland, ongeveer drie kwartier rijden. 
Als we ons melden bij de receptie om tickets te kopen maken we een praatje met Tasandra Cowie, de station manager. Ze herinnert zich onze mailwisseling met betrekking tot de reservering nog heel goed. Dat was vorig jaar november zegt ze, bijna een jaar terug. We waren in ieder geval de eersten die de reis boekten.
We gaan een rit van ongeveer twee uur maken met een oude stoomtrein. Dat is niet zo heel bijzonder, maar de afloop wel. Tegen het einde van de reis mogen we van de conducteur nog even een stukje meerijden om het rangeren te bekijken. En ja hoor, daar gaat het fout. We worden opgewacht door een tiental boeven op paarden. Ze dwingen al schietend de trein tot stoppen en houden de sheriff onder schot. Een aantal schurken gaat de trein binnen en eist geld van de passagiers. Tja, je moet wel, zeker als je bedenkt dat de opbrengst later ten goede zal komen aan diverse goede doelen in de omgeving. Het is een leuk schouwspel.

Na afloop wordt alles weer goedgemaakt en worden alle passagiers getrakteerd op een heerlijke barbecue. Samen met de boeven. 

Terug op de camping is het weer wat manoeuvreren om op de plaats te komen maar al snel zitten we aan een glas wijn de dag door te nemen. Het was wederom een bijzonder geslaagde dag. Het weer zat behoorlijk mee en is best mooi te noemen. Half bewolk met een zonnetje. Het is niet superwarm, een graadje of 20 schat ik. Ik teken er voor de rest van de vakantie voor.

Morgen is het Labour dag. Het zal overal druk zijn. Morgenochtend doen we de was (nou ja Marianne heeft aangeboden dat verder op zich te nemen) en verder niets. In de middag gaan we naar de Sumac Ridge Estate Winery voor de welcome home tour. We zitten niet voor niets in de wijnstreek van Canada. Hoe de wijn smaakte meld ik morgen.  

05 september

Door Dirk Kuiper op 06 september 2016 0:07
Vannacht rond een uur of drie werden we wakker van een tak die telkens tegen de camper aan sloeg. Het was kennelijk wat harder gaan waaien. Aan dat geluid ga je je steeds meer ergeren, dus er was maar een remedie: naar buiten en die tak te lijf gaan.
Zo gezegd, zo gedaan. Dus daar liep ik in mijn onderbroek en gewapend met een zaklantaarn naar de bosjes achter de camper. Aan die kant van de camper is ook een trap bevestigd, zodat ik bij de tak kon komen. Met enig geweld kon ik hem breken en konden we, na dit nachtelijke avontuur, verder slapen. Dat ging prima, want de bedden van de camper liggen uitstekend. Om half acht werden we wakker.

Vanmorgen konden we  rustig aan doen. Niets speciaals op het programma. Ook wel eens lekker. Dus op ons gemak ontbeten. Marianne ging aan de was en ik ben de rioolaansluiting gaan vastmaken. Tien uur koffietijd en daarna met z’n allen naar het op 10 minuten lopen gelegen winkelcentrum. Nog een paar dingen voor de lunch en het diner nodig. Na de lunch onze camper afgekoppeld en rijklaar gemaakt. Het weer is uitstekend. Beetje Nederlands, 23 graden af en toe een wolk(je) en droog.

Gisteren hadden we de Sumac Winery al zien liggen toen we onderweg waren naar de treinoverval. Zelfs Tom kon dus een rustdag houden. We werden vriendelijk welkom geheten, betaalden 15 dollar p.p. en kregen daarna een interessante rondleiding. Het hoogtepunt was de proeverij van zes verschillende wijnen. Ik heb wat nipjes genomen, want ik moest natuurlijk weer terug rijden. Marianne vond dat geen enkel probleem en offerde zich graag op om de rest van mijn wijn op te drinken. Bij elke wijn kregen we een ook hapje te proeven. Alles was bijzonder smakelijk. Uiteindelijk gingen we met een fles port (ook geproefd) de deur uit. Ter vervanging van de toetjes die we nooit nemen want dan passen we op een gegeven moment niet meer in de campers...en in deze port zitten helemaal geen nutteloze calorieën. Voordeel van Canadese port.....

Zoals toegezegd plaats ik bij dit stukje een foto van de campers terwijl ze waterpas staan afgesteld. Het is bij de camper aan de rechterkant het beste te zien dat de voorwielen omhoog staan. Het lijkt trouwens net of die camper wat scheef staat, maar dat is kennelijk gezichtsbedrog. Hij staat echt recht. Om aan te geven hoe hoog ze wel zijn, ben ik voor onze camper gaan staan. Ik vraag me af hoe ik het voorruit kan schoonmaken. Er zijn inmiddels wel een paar insecten tegenaan gevlogen.

Op de terugreis van de wijnproeverij zie ik dat de tankinhoud nog een kwart vol aan geeft. We besluiten te tanken bij het tankstation vlak bij de camping. Eerst goed kijken of we wel onder de overkapping door kunnen. We zullen de eersten niet zijn die de bovenzijde van de camper op die wijze aan gort rijden. Het paste echter ruimschoots. De benzineprijs was 112,9 dollarcent. Je moet aangeven hoeveel je wilt tanken. Een snelle berekening leerde dat er zeker voor 200 dollar benzine in moest passen. Dat bleek te kloppen, want 177 liter later – je staat inderdaad een poosje bij de pomp – stroomde er nog steeds niets uit de vulopening terug. Je bent geneigd om onder de auto te kijken of er geen lekkage is opgetreden. Als je het uitrekent, dan halen we de 1 op 3 nog niet eens. Dat is wel heel duur op die manier. Het enige dat ik kan bedenken is dat de cruise control toch wel veel verbruikt. Ik probeer echter zoveel mogelijk een bepaalde snelheid te houden om Joop die achter ons aanrijdt niet helemaal knettergek te maken. Hij moet juist af en toe fel accelereren om bij te blijven om of net nog een groen verkeerslicht mee te pakken. Bij het tankstation kan ik met een lange stok met wisser het voorruit enigszins reinigen. Alleen bij het bovenste deel van het raam kan ik niet komen.  

Het is inmiddels half vijf. We zitten aan de koffie. Wij zijn aan de beurt voor het diner.. Het wordt een makkelijke maaltijd bestaande uit een hamburger van de bbq (gelijk nuttig gebruiken dat kado), sla en stokbrood met kruidenboter. Vandaag wel een toetje. Aardbeien met rode port. 

Mogelijk dat we vanavond een kaartje gaan leggen. Joop en ik moeten revanche nemen, want de vorige keer werden we behoorlijk ingemaakt.

Morgenochtend vertrekken we naar Revelstoke. We rijden via Kelowna naar Vernon. Daar bezoeken we een boerderij en zullen we voorzover het er nu naar uitziet vers fruit gaan kopen. Of zelf plukken. In ieder geval gaan we daar de koffiestop doen. Bij Auntie May’s Café. Later op de dag arriveren we volgens planning bij Salmon Arm. Daar is de grootste pier van Canada met een prachtig uitzicht over het vogelreservaat. We hopen dat het weerbericht wat in de war is, want dat geeft voor morgen 90% kans op regen. We proberen om rond drie uur in de middag de camping in Revelstoke te bereiken.

Zodra het mogelijk is en de WiFi meewerkt meld ik me zo spoedig mogelijk weer.

06 september

Door Dirk Kuiper op 07 september 2016 0:15
Inmiddels is het drie uur in de middag en zijn we aangekomen op de camping in Revelstoke. Het was een mooie rit, bijna 250 kilometer. Het weer zat mee. Wel zwaar bewolk, maar de hele weg droog. Het is niet warm, de temperatuurmeter van de camper gaf 18 graden aan. 

We hebben twee grote plaatsen en staan naast elkaar. Zodanig, dat de ingangen tegenover elkaar liggen. Dat is wel zo gezellig. Alleen zitten de aansluitingen van de elektriciteit, water en riool dan voor onze camper aan de ‘verkeerde kant’, zodat ik onder de camper moest kruipen om de slangen naar de andere kant te krijgen.

Om half negen zijn we vertrokken van Todd’s camping. Z’n kantoor was leeg en de baas was ook nergens meer te vinden dus helaas geen klompje. Wel hebben we vriendelijk Tot ziens geroepen. Laat mij ook eens een flauwe woordspeling gebruiken...

De eerste stop was anderhalf uur later. Inderdaad koffietijd bij Auntie May. Ze bakken in hun eigen bakkerij appeltaart(en). Tja, en wat doe je dan in zo’n geval? Blijven watertanden en weglopen of eraan toegeven. Het vlees is zwak en het zag er toch wel erg verleidelijk uit. Allen Joop was sterk, dus vier koffie en drie maal appelgebak. Bij het afrekenen bleek, dat we de dagaanbieding hadden genomen. Bij ieder stukje taart was de koffie gratis. We doen er alles aan om ons vakantiebudget binnen de perken te houden...

Na de pauze nog even in de winkeltjes van de boerderij gekeken. Uiteindelijk alleen wat pruimen gekocht. Ze smaken goed, alleen zijn ze nog wat ‘al dente’. 

Het was een uurtje rijden naar Salmon Arm. De pier die daar ligt schijnt de langste van Canada te zijn en ligt in het Sushwap Lake. Je hebt daar een prachtig uitzicht over het meer, het vogelreservaat en de bergen op de achtergrond. Leuk om over heen te lopen. In een parkje hebben we aan een picknicktafel de lunch gebruikt.   

De rit naar de camping duurde anderhalf uur. Bij het inschrijven voor bijna 9 dollar een zak hout gekocht. Kunnen we vanavond een kampvuur maken. Ook hier geldt een beer waarschuwing. 

Revelstoke Campground is redelijk groot. Het ziet er netjes en goed verzorgd uit. De plaatsen zijn pull thru en full hook up. Er is een zwembad en er worden blokhutten verhuurd. Er zijn opvallend weinig kampeerders. Het zal toch niet van de ene op de andere dag naseizoen geworden zijn? Marianne besluit om een witte was te doen in de wasmachine van de camping. Kunnen we weer even vooruit.

Joop en Bep koken vanavond, dus wij hebben vanaf nu rust. Lekker een boek lezen. Had ik me al veel eerder voorgenomen, maar tot nu toe kwam het er niet van. Morgen gaan we naar Banff. Dat wordt een iets langere rit dan vandaag, circa 310 kilometer. 

Ik ga nu kijken of we bij de receptie een internet verbinding kunnen krijgen. Tot de volgende keer! 

07 september

Door Dirk Kuiper op 09 september 2016 22:51
Om half acht vanmorgen liep ik buiten om de slangen van de water- en rioolaansluiting schoon te maken. De camper is prachtig, maar over de plaats van deze aansluitingen is naar mijn idee minder goed nagedacht. Ze zitten namelijk in dezelfde ruimte. 
Het poetsen viel niet mee met mijn stramme ledematen en nat gras. Je zit dan een beetje op je hurken te klooien, want de benodigde kraantjes zitten ook nog eens op een onmogelijke manier weggewerkt. Nou ja, alles krijgen we uiteindelijk op tijd opgeruimd, zodat we volgens afspraak en samen met onze tijdelijke buren om acht uur het terrein afrijden. 

Het is behoorlijk fris buiten (9 graden) en er liggen plassen op de weg van de nachtelijke regenbuien. De eerste stop is al na ruim 24 km, de Giant Cedars Boardwalk Trail. Een mooie aangelegde route van zo’n 500 meter door een bos met Ceders die meer dan 500 jaar oud zijn. Ook hier bordjes met waarschuwingen voor beren. We hebben er tot nu toe niet een gezien, maar toch loop je anders door het bos dan dat je normaal gewend bent. Bij de uitgang van het park worden we gecontroleerd door een Ranger, die kijkt of we wel in het bezit zijn van een Nationale Parken Pas. Die hadden we al in Nederland gekocht en zou om de binnenspiegel moeten hangen. Die zit echter niet in onze auto, zodat we hem netjes in het raam geplakt hebben. 

We rijden verder via de Trans Canada Hwy 1 naar het Glacier National Park. Er geldt een algemene waarschuwing dat het weer – ook tijdens de zomermaanden – slecht kan zijn in het park. We waren het bord nog niet voorbij of het begon flink te regenen. De bewolking hing erg laag, zodat je de wolken af en toe een hand kon geven. Het gaf wel een speciaal effect die slierten wolken door de bomen. Aan de ene kant iets dreigends, maar tegelijkertijd  krijg je ook een ‘’knus’’ gevoel dat je zelf lekker warm binnen zit. Omdat het park op de grens van Mountain Standard Time en Pacific Standard Time ligt moeten we de horloges een uur vooruit zetten.

In het plaatsje Golden gaan we tanken. De benzine is hier weer wat duurder, 112,9 dollarcent per liter. In onze tank gaat 158 liter voor de prijs van 179 dollar.
Joop, die nog niet eerder had getankt, krijgt zijn tank vol met 235 liter. Als we het uitrekenen – wij hebben circa 250 km meer gereden -  blijken beide voertuigen ongeveer hetzelfde verbruik te hebben. Dat is niet gering, ruim 1 op 3.  

Elke woensdag is er naast de 10th Ave North tussen 12.00 en 17.00 een ‘’Golden Farmers Market”. We reden er bijna langs, dus even een kleine omweg en een parkeerterrein op.  Welgeteld acht kramen waarvan er een was waar je je kon laten masseren. Dat zie je op de Nederlandse markt niet. Misschien een gat in de markt? Oke, beetje flauw, maar dat werd je ook van die markt. Toch nog wel wat gekocht. Maar liefst twee broden. Konden we gelijk voor de lunch aanschuiven op het parkeerterrein tussen de twee campers. Je zag de voorbijgangers denken.....

Na een korte wandeling door het plaatsje zijn we verder over de Hwy 1 gereden en bereikten we enige tijd later het Yoho National Park. Het woord Yoho staat voor mirakel of ontzag. Dat is niets te veel gezegd voor dit werkelijk schitterende park. Het is door de UNESCO uitgeroepen tot een ‘’world Hermitage site’’ waarmee de unieke historische, natuurlijke en recreatieve waarden erkend worden. Op een berg aan de kant van de weg zien we een aantal bighorn sheeps staan. Een mooi gezicht.

Een uurtje verder (5 km voor Field) bereiken we de afslag naar het Emerald Lake. Op de route naar dat meer kom je langs een mooi fotomoment: the Natural Bridge. Ik verwijs zonder verdere woorden naar de bijgaande foto. Het Emerald Lake ligt op een hoogte van 1309 meter. Het dankt zijn naam aan het emerald (smaragd) groene water. Het ziet er prachtig uit. Een bruidspaar laat zich in een kajak fotograferen. Dat zullen hele mooie foto’s worden. 

Maar we moeten verder. Nog steeds in oostelijke richting zetten we koers naar                                                                                                                                                                                                            Banff. De weg daar naar toe is fabelachtig mooi. De zon weerkaatst tegen de hoge bergen op de achtergrond. Het plaatje lijkt zo te zijn weggelopen uit een puzzel van 1000 stukjes. 

Op de Tunnel Mountain Campground in Banff hebben we twee plekken gereserveerd. Alles is al vanuit Nederland geregeld en betaald, zodat we vrij snel klaar zijn bij de receptie. Dat is maar goed ook, want hier is het wel weer druk. De Campers staan in de rij om het terrein op te kunnen komen. Het meisje bij de receptie vraagt ons dringend om geen voeding o.i.d. buiten de camper te plaatsen omdat er onlangs wolven en beren op het terrein zijn gesignaleerd. Ik beloof het.

Het is een grote Campground, bestaande uit drie terreinen. Tunnel Mountain 1 en 2 en de Trailer Court. Wij hebben voor de laatste gekozen. De Campers staan in lanen geparkeerd met een weg in het midden. Mooie, royale plekken, met water en elektriciteit aansluiting. 

We kunnen met de zogenoemde 2 dollarbus naar het stadje rijden, maar we kiezen, gelet op de tijd, toch maar voor de camper. Het parkeren kan uitstekend en zonder verdere kosten bij het station. Daar ben je 400 meter van het stadscentrum verwijderd. Goed te doen dus. 

Op 299 Banff Avenue zit Earl’s kitchen and bar. Een goed restaurant gelegen op de eerste etage met uitzicht op de bergen. Het eten is uitstekend net als de wijn. Die vandaag voor de helft van de prijs is. Jammer dat ik terug moet rijden. Hadden we toch maar het OV genomen... 

Om het eten te laten zakken en Banff wat beter te leren kennen, maken we een wandeling door de gezellige straten. Alle winkels zijn nog open, de meesten tot 22.00 uur. Er zijn ongelofelijk veel restaurants. Over een paar maanden zal alles hier in het teken staan van de wintersport. Daar lijkt Banff voor gemaakt te zijn. 
Marianne en Bep zijn wat armer maar twee kledingstukken rijker geworden, dus de hele missie was geslaagd te noemen. 

We kopen nog wat wijn want dat verdampt hier redelijk snel en gaan terug naar de camping. Daar maken we de balans op: weer een bijzonder geslaagde dag waarin we heel veel mooie natuur gezien hebben. 

Morgenochtend gaan we, mits het een beetje knap weer is, met een gondel de berg op, halen we wat boodschappen en in de middag verhuizen we de boel naar Lake Louise Trailer Campground.

Er is op deze camping helaas geen goed werkende WiFi verbinding, zodat ik dit verhaal wat later zal versturen.  
 

08 september

Door Dirk Kuiper op 09 september 2016 22:55
Het is bijna acht uur als we opstaan. We mogen uitslapen vandaag, want we vertrekken pas om negen uur. Het is koud in de camper. Dus lekker even de verwarming aan en dan douchen. Nou, daar dacht de camper dus heel anders over. Niks geen warmte, maar ijskoude lucht kwam er uit de roosters. En wat ik ook probeerde....het bleef koud. Ik heb nooit een ochtendhumeur, maar vandaag werd dat wel ernstig op de proef gesteld. Dus de drie pitten van het fornuis aan gedaan. ‘’Heb je wel gelezen wat er op de sticker naast het gasfornuis staat’’ vroeg Marianne. “Pitten van het gas nooit gebruiken voor verwarming in verband met koolmonoxide”. En dat wil je dan ook weer niet. Je haalt weliswaar wel de krant, maar...Snel aankleden dan maar en ontbijten met een kopje warme thee. 

Ruimschoots op tijd gaan we richting Banff. Ongeveer vijf minuten buiten de stad moeten we, aan de voet van Sulphur Mountain, de Banff Gondola tegenkomen. Daar dacht Banff dus heel anders over. Een prachtig conferentie-oord, dat wel, maar geen teken van een berg. Laat staan van de Gondola. Kennelijk klopte het adres dat ik in Tom had ingevoerd niet. Dat begon lekker vanmorgen. Bij de Places Of Interest kwam Tom ineens tot leven. Enige tijd later leverde hij ons bijna voor de deur af. 

Om van de gondels gebruik te kunnen maken moeten eerst tickets gekocht worden. Aan seniorenkorting doen ze niet mee. Onze penningmeester mocht zo’n 220 dollar aftikken. Zo, dat zijn nog eens prijzen. Je wordt dan wel in een vierpersoons gondel naar een hoogte van 2281 meter boven zeeniveau gebracht. En weer terug ook, alhoewel sommige mensen lopend terug gaan. Zelfs zien we mensen die te voet naar boven gaan. Wij zouden dat ook graag doen, maar helaas ontbreekt ons de tijd daarvoor.

Het weer zat gelukkig mee. Het was weliswaar bewolkt, maar droog. Af en toe deed de zon ook z’n best om mee te doen en konden we in de in augustus jl. geopende nieuwe ‘’world-class upper terminal’’ genieten van een werkelijk schitterend uitzicht. Het Banff National Park is het eerste nationale park van Canada en het derde ter wereld. Het park beslaat 6641 vierkante kilometer aan bossen, meren en bergen. Na een uurtje, inclusief koffiepauze met een uitstekende WiFi verbinding, vertrekken we weer. Alles goed met het thuisfront. Alleen heb ik mijn iPad niet mee naar boven genomen zodat ik de blog van gisteren niet kon doorsturen.  

We doen bij een supermarkt in Banff de noodzakelijke inkopen voor de komende dagen. Daarna verlaten we Banff en rijden naar de Hwy 1. Na 7 kilometer pakken we wegnummer 1A, de Bow Valley parkway. Deze weg is in 1989 geopend als een rustiger en vooral mooiere route naar Lake Louise. Daar zijn we het helemaal mee eens. Op een parkeerterrein eten we buiten de camper onze lunch. Bep verrast ons met heerlijke gebakken eieren.

Een uur vroeger dan verwacht arriveren we bij Lake Louise Trailer Campground. Het is pas twee uur en er staat al een file Campers en trailers voor de receptie. Zelfs staat er een bordje dat de camping vol is. We maken ons geen zorgen want ook deze camping is vanuit Nederland gereserveerd en betaald. Ook hier krijgen we uitleg dat we geen voedsel buiten mogen laten staan. We krijgen zelfs een waarschuwing op papier mee.        
Er leven ongeveer 12 Grizzly beren en diverse zwarte beren in dit gebied. Ze worden regelmatig op de Campground gesignaleerd. Om die reden is het gedeelte waar tenten staan omheind met schrikdraad. Er staat 7000 volt op de draad, maar wel met een gering wattage. 
In de Campers zijn we veilig staat er, mits we, vooral in de avond, binnen blijven. ‘’If you must walk in the RV Campground after dark, avoid shrubby areas, carry a bright flashlight, travel with others, make noise and use extra caution’’. Tja, op een camping kun je de vreemdste dingen tegenkomen. Daar kunnen we trouwens alle vier over meepraten want zowel Joop en Bep als Marianne en Dirk hebben elkaar leren kennen op een camping....

De Campground is redelijk groot. De plaatsen daarentegen zijn wat minder groots in omvang, wel pull thru. Er is alleen aansluiting op elektriciteit. Water en afvoer is op een centraal gelegen plek aanwezig. Die hebben we vandaag niet nodig. We mogen geen kampvuur maken.

Om half vier verwachten we dat de grootste drukte weg zal zijn bij het Moraine lake. Dat klopt redelijk, het parkeren van de camper lukt vrij makkelijk. Het meer ligt 13 kilometer verder dan Lake Louise en is ongeveer de helft kleiner dan Lake Louise. Maar net zo mooi, of volgens velen nog mooier. Dat komt dan vooral omdat de weerspiegeling van de bergen (the Valley of the ten peaks) in het water zorgt voor fabelachtige beelden. Die vlieger ging bij ons niet op. Het was droog en de zon scheen, maar daar hield het mee op. Er stond een behoorlijke wind die flinke golven op het water veroorzaakte. Bovendien was het gewoon koud. Tien graden. Boven het vriespunt, maar het voelde wat ijzig aan. Veel toeristen liepen met handschoenen. Daar had ik nou nooit aan gedacht toen ik de koffers inpakte. Maar de beelden waren inderdaad bijzonder fraai. Het water was azuurblauw. Op de, op de achtergrond gelegen, bergen lag nog sneeuw. Wederom een plaatje dat je zelf gezien moet hebben wil je het geloven. Overigens kreeg het beeld van het meer en de bergen de grootste bekendheid toen het werd gebruikt als achterkant van het oude Canadese 20 dollar biljet. 

Terug op de camping waren Marianne en ik aan de beurt voor het diner. Buiten naast de camper stond veel minder wind, zodat we aan de picknicktafel konden eten. 

De Campground ligt ingesloten tussen de rivier de Bow en de Canadian Pacific Railway. De machinisten laten in ieder geval ter hoogte van de Campground de bijzonder luidruchtige hoorn van de trein diverse malen achter elkaar horen. Ik als een beetje een treinenfanaat vind dat best leuk, alleen weet ik niet of ik er morgenochtend nog zo over denk.

Ik heb een goed bericht over de kachel. Als rastechneut heb ik er even aan geknutseld en hij doet het weer uitstekend. Wat ik er precies aan gedaan heb weet ik niet, maar daar gaat het niet om. Het is inmiddels weer 23 graden in de camper en volgens Marianne is het om te stikken zo heet. Gedwee als ik ben zet ik hem een stuk lager.  

Deze camping heeft geen WiFi, dus ook vandaag geen reisblog. Ik hoop dat ik ze morgen kan verzenden. We zijn dan als het goed is op het David Thompson Resort bij het Abraham Lake.

09 september

Door Dirk Kuiper op 10 september 2016 23:08
Om half negen vertrekken we naar Lake Louise. We hoeven slechts een paar kilometer te rijden. We zijn zo vroeg omdat het altijd erg druk is bij dit meest gefotografeerde meer van West Canada. We willen de grote toeristenstroom vermijden. Het advies is dan om vroeg of heel laat op de dag te komen.

Het meer heeft een intens saffierblauwe kleur en ligt op 1731 meter boven het zeeniveau. Het is ca. twee kilometer lang en plm 600 meter breed. Op het diepste punt ben je 69 meter verder als je de grond bereikt. Dat wordt dan wel een koud klusje, want het water bereikt nooit een hogere temperatuur dan 4 graden. 
Lake Louise bestaat uit twee delen, een klein stadje ‘’The Village’’, en het daadwerkelijke meer. Het is genoemd naar Prinses Louise, de vierde dochter van Koningin Victoria.

Het is inderdaad nog niet druk. Het eerste dat opvalt is het kolossale Fairmont Chateau Lake Louise. Een hotel dat in 1890 werd gebouwd door de Canadian Pacific Railway. Het zorgt voor behoorlijke onrust in de omgeving, alle bustours gebruiken deze plek als stopplaats. Als je Chinees spreekt ben je spekkoper.... Overigens is het huidige hotel in 1924 herbouwd nadat de houten voorloper door brand werd verwoest.

We begrijpen waarom het meer zo vaak wordt gefotografeerd. Is het nou blauw of turquoise? In ieder geval is het heel erg mooi. In de zomer komen er dagelijks zo'n 15.000 bezoekers.   

We maken een wandeling langs het meer. Telkens heb je een ander uitzicht. We zijn onder de indruk van het natuurschoon. We zijn het zelf natuurlijk ook, maar het is jammer dat er zoveel toeristen zijn. 

Na een uurtje vertrekken we naar het Abraham Lake. Voor ons wordt dat de overnachtingsplaats op een spectaculaire route, de Icefields Parkway. Dit is absoluut een van ’s werelds mooiste snelwegen tussen Banff en Jasper. De weg is 232 km lang en loopt tussen twee bergruggen, de Front Rangers in het oosten en de Main Rangers in het westen.

Bij Lake Louise heb ik de dagteller op 0 gezet. Na 3 kilometer hebben we een koffiepauze bij Herbert Lake met een schitterend uitzicht over Mount Temple (3544 mtr). Na 25 km rijden we langs Hector Lake, na Lake Minnewanka het tweede grootste meer van Banff National Park. Het water lijkt aantrekkelijk om in te duiken, maar schijn bedriegt. Het is maar liefst 90 meter diep en een van de koudste meren van Canada.
Na 36 km zien we Bow Lake (1920 mtr hoogte)liggen, een meer dat gevoed wordt door de Bow gletsjer, die het einde vormt van de Wapta Icefields.

Vijf kilometer verder stoppen we op het parkeerterrein van Peyto Lake (1880 mtr.). We moeten via een smal pad zo’n 400 meter lopen. Dat is niet ver, maar het is af en toe behoorlijk steil. Er wordt een behoorlijke aanslag op de conditie gedaan, maar na een kwartier ploeteren komen we toch bij het uitkijkpunt. De beklimming was gelukkig niet voor niets. Wat een fenomenaal uitzicht over het meer en de bergen.  De kleur van het meer is zo super blauw, dat veel mensen denken dat foto’s van het meer zijn gefotoshopt. Maar het is echt zo blauw.  

We gaan weer onderweg naar de volgende stop. Dat wordt bij de Mistaya River Canyons. Weer zo’n steil pad, alleen nog wat lastiger te lopen met allerlei keien en boomstronken. Nu eerst in ongeveer 10 minuten naar beneden. Ook die wandeling werd beloond. Het water van de Bow River perst zich daar met kracht door de Canyon. Het blijft fascinerend om te zien, elke keer weer.

Het eerste deel van de Icefield Parkway eindigt vandaag voor ons bij de kruising Hwy 11 en Saskatchewan. Van daaruit volgen we de route naar Nordegg. Aan die weg ligt onze camping. Het is ineens veel minder druk op de weg.  

Veertig km verder arriveren we bij het Abraham Lake. Dat is geen toeristisch meer en is pas in 1970 aangelegd. Het heeft zijn naam te danken aan een wedstrijd waarbij iedereen een voorstel mocht insturen.

De Campground David Thompson Resort is redelijk groot. Dat komt omdat er nog huisjes en appartementen worden verhuurd. Bijzonder is, dat op de camping ook een tankstation aanwezig is. De camping is bijna uitgestorven. De plaatsen zijn groot. Ook deze camping hebben we al in Nederland betaald. Het is pull thru en full hook up.

Omdat we al om 13.00 uur op de camping zijn (in totaal hebben we vandaag maar 125 km gereden) lunchen we daar. Wel zo makkelijk. We kunnen buiten eten aan de picknicktafel. Het is, net als de hele dag al, zonnig met af en toe bewolking. Er staat af en toe wel behoorlijk veel wind.

Er is WiFi op de Campground aanwezig, maar dan moeten we bij de receptie gaan zitten. Het kost dit keer geld, 5 dollar. Dan mag je wel twee uur gebruik maken van internet. Op 1 apparaat. Ik heb nog drie dagen te versturen van het reisblog, dus Marianne en ik gaan dat nu proberen. Het is inmiddels vier uur. We hebben de tijd, want vandaag verzorgen Bep en Joop het eten. Dat is niet helemaal waar, want de eerlijkheid gebied te melden, dat tot nu toe alleen Bep heeft gekookt.

Morgen gaan we verder op de Icefield Parkway en gaan we een rit maken met een ‘’snowcoach’’ (een bus met enorme banden) over 320 vierkante km ijs. Als we er niet doorheen zakken zullen we ergens in de middag op de Whistler Campground in Jasper arriveren. 

10 september

Door Dirk Kuiper op 11 september 2016 19:37
Voordat we vertrekken van de camping David Thompson gaan we tanken. Ondanks dat we beide tanks vrijwel tegelijkertijd vullen, zijn we daar toch een kwartiertje mee zoet. Bij ons gaat er voor 147 dollar in en bij de camper van Joop 145 dollar. Dat klopt wel, want onze camper had een extra ritje gemaakt naar het Lake Moraine. De prijs is 115 dollarcent per liter, maar omdat we campinggasten zijn, krijgen we drie cent per liter korting. Dat lijkt niet veel, maar met onze hoeveelheden loopt dat bedrag toch nog wel op.

Vandaag willen we een excursie doen met de snowcoach/skywalk. Omdat er op de Icefield Parkway veel toeristen rondtoeren die wellicht hetzelfde idee hebben, vertrekken we om kwart voor negen. Het is zaterdagmorgen en er is bijna niemand op de weg. Er staat wel veel wind en dan blijkt dat onze Campers behoorlijke windvangers zijn.  

Het eerste deel van de route is hetzelfde als gisteren het laatste stuk, we rijden namelijk 40 km terug. Ik heb de cruise control ingesteld op 90 km per uur. Bij een bocht moet ik plotseling vol in de remmen. Ik kijk in m’n spiegel en zie dat Joop het allemaal ook goed kan beremmen. Midden op de weg staat een groepje berggeiten. In de gauwigheid tellen we er een stuk of 12. Ze kijken ons onverstoorbaar aan en hebben niet de geringste behoefte om te vertrekken. Geeft ons de gelegenheid om het fototoestel te pakken en het bijzondere tafereel vast te leggen. Uiteindelijk lopen ze weg. De ABS lampjes van de camper branden. Zelfs als ik weer ga rijden blijf ik rode lampjes in het scherm zien. Ik zet de camper aan de kant en herstart de motor. Gelukkig gaan alle lampjes uit en werkt alles weer naar behoren. 

Bij de Saskatchewan River Crossing komen we weer op de Icefield Parkway en zet ik de dagteller op 0.

Na 37 km buigt de weg naar het oosten en klimt steil omhoog rond Parker Ridge. We zitten dan op een hoogte van 2100 meter. Een paar kilometer na de Sunwapta Pass (2023 mtr.) zien we de eerste borden van de Columbia Icefield Glacier Adventure. We parkeren de voertuigen op een van de grote parkeerterreinen. 

De firma Brewster, die heel veel excursies in de buurt verzorgt, heeft het groots aangepakt.  Ik krijg een gevoel dat tussen Disney en Van der Valk in ligt. Een groot gebouw, goed verzorgd, slim ingedeeld en gericht op het maken van omzet. 
Er is een theater, meerdere restaurants, de onvermijdelijke souveniershop en uiteraard ook een verkoopruimte voor tickets. Voorheen kon je daar entreebiljetten kopen voor alleen de gletsjertour, maar dat hebben ze sinds kort handig gecombineerd met de skywalk. Dat is ook te merken aan de prijs, 85 dollar p.p. Penningmeester Joop vertrekt echter geen spier en betaalt zonder morren.

Ondertussen merken we dat we vrij gebruik kunnen maken van WiFi. Dat treft, zeker omdat het in Nederland nog niet midden in de nacht is. Dus even druk internet verkeer via de GSM’s. Gelukkig is bij de thuisfronten alles goed.

We mogen om half elf met de bus mee. Deze brengt ons in een paar minuten naar het begin van de gletsjer. Daar staat de befaamde snowcoach. Een groot gevaarte, met zes enorme wielen. In ongeveer 20 minuten brengt hij ons naar de 250 meter dikke ijsmassa. Het grootste ijsgebied in Noord Amerika (de Noordpool uitgezonderd). Alhoewel, het lijkt wel een poolexpeditie. Er staat een ijzige wind en de temperatuur zal om het nulpunt schommelen. En toch zie je mensen met baby’s van een paar maanden oud en zelfs een man met een korte broek. Hij had wel handschoenen aan. Dat dan weer wel.

We zijn gewapend met een twee lege flesjes. Op de gletsjer vullen we die met water. Daar krijg je trouwens een partij koude handen van..Het water is prima drinkbaar.
Als je daar zo staat tussen die gigantische bergen op die enorme ijsmassa dan overvalt je een gevoel van nietigheid. Het geheel laat niet alleen een spectaculaire maar zeker ook een overweldigende indruk achter.
Ik heb vele lagen kleding over elkaar aangetrokken, maar ga toch al na tien minuten de bus weer in. Ook de anderen volgen heel snel. Het is te koud buiten.

De bus brengt ons weer terug. Hij moet daarbij een steigingspercentage van maar liefst 32% overwinnen. Ik heb dat wel eens op internet bekeken. Maar nu je het zelf, in het echt, meemaakt, beleef je het allemaal veel intenser. Wat zit er een kracht in dat voertuig!

We stappen over in een andere, zeg maar normale, bus. Die brengt ons in tien minuten naar de skywalk. Een uitkijkpunt waarbij je 250 meter de diepte in kijkt. Alsof dat nog niet erg genoeg is, hebben ze boven die diepte een wandelplateau gemaakt waarvan de bodem gemaakt is van glas. De eerste stap die je daarop zet kost enige moeite. En toch doe je het en ook blijf je gefascineerd naar beneden kijken. We vinden een rondje voldoende. 

Al met al was de hele excursie de moeite en het forse bedrag wel waard. We besluiten de tour om half een met een lunch in het restaurant. Een heuse burger met friet en koffie, want die tijd hadden we gemist. Nog wat berichtjes op whats-app.....

Na de excursie gaan we weer verder richting Jasper. Het is overduidelijk, dat de beroemde Indian Summer is begonnen. De diversiteit van bomenkleuren is nu al heel mooi om te zien. Dat belooft wat voor de komende tijd.

Om drie uur komen we aan bij Whistlers Campground in Jasper. Daar blijven we twee nachten staan. Ook hier hangt weer een bordje vol. En ook hier weer worden we gewaarschuwd. Nu niet voor beren, maar voor herten. Ze zijn in hun bronstijd en kunnen agressief worden als je ze te dicht benaderd.

De plaatsen zijn ruim, pull thru en full hook up. Joop en Bep stallen hun camper. Met z’n vieren gaan we een kijkje nemen in Jasper.   

De sfeer in het centrum van Jasper is behouden gebleven en doet enigszins denken aan de pionierstijd. Een gezellig stadje. Er worden wat souvenierswinkels bezocht. 

Terug op de camping gaat de barbecue aan. Het is de kookbeurt van Marianne en Dirk. Het worden vier biefstukken, sla, stokbrood en kruidenboter.

Na het eten gaat Bep koffie zetten. Joop merkt dat de rioolaansluiting niet goed vast zit en vraagt Bep om de slide-out in te trekken. In dat proces blijft de slide-out echter hangen achter een nog openstaande klep. Gevolg: klep en slide-out zodanig verbogen dat ie niet helemaal meer sluit. En dat is wat lastig, want dat betekent dat we in ieder geval langs een garage moeten voor een reparatie. Gelukkig staan we hier twee dagen zodat morgen op het gemak met Traveland gebeld kan worden om te overleggen wat het beste is om te doen. 

Het is inmiddels half elf in de avond. We gaan naar bed en zijn benieuwd naar de ontwikkelingen van morgen.

11 september

Door Dirk Kuiper op 13 september 2016 2:49
Het is nu zondagmorgen, half twaalf. De koffie smaakte prima. De dag begon toch al goed, want om half negen klopte Bep op de deur met twee, nog warme, gekookte eitjes. Dat is nog eens lekker wakker worden. 

Het was wel droog, maar zwaar bewolk. Om die reden besluiten we om de geplande skytram (met een gondel de berg op) niet te gaan doen. De wolken hangen immers (te) laag in de bergen, zodat de mooie vergezichten niet goed tot hun recht zullen komen. Bovendien hebben we twee dagen geleden in Banff een dergelijke tour gedaan en zullen we dat ook nog in Whistler gaan meemaken. We moeten het ook niet overdrijven. 

Het gaf Marianne de gelegenheid om weer een was te doen, mij om het reisblog verder te schrijven en Bep en Joop om met Traveland te bellen. Na wat mislukte pogingen kregen ze contact. Er is gelukkig normaal met de camper te rijden, maar er moet wel door een garagebedrijf naar gekeken worden. Dat hoeft niet per se vandaag, maar kan tijdens de door ons te rijden route. 

Aanstaande woensdag zijn we in Kamloops, een wat grotere plaats. We gaan daar boodschappen doen bij de Walmart. Traveland zal proberen daar in de buurt een afspraak met een garagebedrijf te maken. 

Vanmiddag moeten we ook langs een supermarkt. Waarschijnlijk gaan we dat combineren met de Maligne Lake Cruise. Het zonnetje komt er inmiddels weer bij. Eerst maar even lunchen en overleggen wat we precies gaan doen.   

Het is nu drie uur in de middag. We hebben boodschappen gedaan bij de plaatselijke super en ook de wijn/biervoorraad is weer op peil. De beslissing om of met de cruise mee te gaan werd voor ons genomen:  vandaag was alles uitverkocht. Wellicht dat we het programma van vandaag naar morgen verschuiven. Morgen wordt het de hele dag zonnig. Hoe dat gaat aflopen wordt ook morgen besloten. Ook maandag zit men vol, maar wellicht vallen er nog mensen af. We kunnen morgen tussen 9 en 10 uur bellen. We zien wel.

In ieder geval hebben we onverwacht een heerlijk rustige zondag. Ik zit nu naast de camper in de zon. Het is net vakantie.

Bep en Joop hebben gekookt. Een vispakketje met sla en stokbrood/kruidenboter. Na het eten gaan we snel de Campers in. Het is koud buiten. Ik zet de kachel op 21 graden en ga een cd kijken. Marianne leest een boek op haar IPad. Als we gaan slapen zet ik de verwarming op 14 graden. Er wordt nachtvorst verwacht. Brrr.

Morgen vertrekken we in ieder geval naar Blue River en zullen we op enig moment arriveren op de camping met dezelfde naam: Blue River Campground. Op de volgende 6 campings is WiFi aanwezig dus als het meezit tot morgen.

NB. Ik kom erachter, dat ik soms de dagen wat door elkaar gooi. Ik heb het zojuist weer aangepast. Nu staat als het goed is alles weer op de juiste datum. Wat ik ook bemerkt heb, is dat mensen reageren op de reisblog. Ik kan dat echter niet zien. Waarom is mij een raadsel, maar mocht je eventueel een vraag stellen en van mij geen antwoord krijgen dan weet je wat de reden is. Ik zal een mail aan Travelhome zenden of het normaal is dat de verzender geen berichten kan lezen.

12 september

Door Dirk Kuiper op 13 september 2016 4:32


Vannacht behoorlijke nachtvorst gehad. Op de camping werd verteld dat het -4 graden was. Wij hadden de verwarming de hele nacht op een laag pitje laten branden en hebben het dan ook niet koud gehad. Bep en Joop zijn kennelijk niet van die mietjes en hadden de verwarming uit. Zeker lekker dicht tegen elkaar aan gelegen....Maar toen ze vanmorgen wilden douchen kwam er geen water uit de kraan. Inderdaad, bevroren. Het duurde gelukkig niet lang voordat het weer ontdooid was.

Toen ik uit het raam keek, deed het bijna pijn aan m’n ogen. Een onwaarschijnlijk blauwe lucht en de zon die zich van zijn goede kant liet zien. Het beloofde een mooie dag te worden. 

Om kwart over negen zijn we vertrokken. Eerst naar een telefooncel op de camping. Marianne ging bellen met Maligne Lake Tours. Dat liep goed af, we konden mee met de boot van kwart voor twaalf. Er werd bij verteld, dat het vanaf Jasper ongeveer een uur rijden zou zijn. Het Maligne Lake is het grootste meer in de Rocky Mountains. Het heeft een lengte van 22 kilometer en een maximale breedte van 1,5 km. Op het diepste punt meet het 92 meter.

We lieten de camper van Joop en Bep in Jasper op een parkeerterrein achter en zijn met onze camper verder gegaan. Het was rustig op de weg, zodat we ruimschoots op tijd de tickets konden afhalen. Bij het telefonisch bestellen vanmorgen moesten we de gegevens van de credit card al doorgeven. 

Onderweg werd Joop gebeld door Traveland. Ze hadden voor komende woensdag in Kamloops voor een eventuele reparatie een afspraak gemaakt met een collega camperverhuurder Fraserway. Het bedrijf waar we ook de eerste week de camper van gehuurd hebben. Overigens blijkt er vrijwel normaal met de camper gereden te kunnen worden. Er is alleen wat meer windvang doordat de slide out niet helemaal meer goed sluit.

Bij aankomst bij het meer was er zelfs nog tijd voor koffie. We waren lang niet de enigen. Weer busladingen vol werden uitgeladen. Dit keer hoorden we heel veel Nederlands om ons heen. 

Het weer was nog steeds lekker. Een soort wintersport temperatuur. Wel koud, maar in de zon toch heel goed te doen. Dus de koffie op het terras. 

Met een kleine boot (max 38 personen) vertrokken we over het Lake Maligne richting Spirit Island. Een heel klein eiland (eigenlijk schiereiland) maar wereldberoemd. Ik weet niet precies waarom, maar iedere toerist die daar in de buurt komt moet het gezien hebben. Misschien is de reden, dat je er alleen per boot kan komen. In ieder geval is de omgeving  adembenemend mooi. Je kunt geen superlatieven genoeg bedenken om te vertellen wat je allemaal ziet. 

De boot vaart met een snelheid van circa 35 kilometer per uur in ongeveer een half uur naar Spirit Island. Ondertussen vertelt de reisleider wat wetenswaardigheden over het meer, dat meestal vanaf juni pas ontdooid is. De koudste temperatuur ooit gemeten is 53 graden onder nul. We zitten op 1675 meter boven zeeniveau.  

Bij Spirit Island worden we een kwartiertje los gelaten. We mogen foto’s nemen en eventueel naar het toilet. 

Ik zal wat foto’s proberen mee te sturen van de werkelijk schitterende omgeving. Natuurlijk helpt het mee, dat mooi weer is. Het kwam dus goed uit dat we gisteren niet konden gaan. 

Na de boottocht die 1,5 uur duurde hebben we in het restaurant de lunch gebruikt. Daarna weer een uurtje terug naar Jasper om de andere camper op te halen. En vervolgens nog ruim 200 km naar Blue River. 

Onderweg een koffiestop en een ijsje voor Dirk bij het Visitorscentre Mount Robson. Met haar 3954 meter is het de hoogste berg in de Canadese Rocky Mountains. Meestal in de wolken gehuld, maar vandaag is de top mooi te zien. In het park moeten we de horloges weer een uur terugzetten.  

We rijden via de Hwy 5 zuidwaarts. Een mooie weg. Om vijf uur rijden we langs de River Safari bij Blue River. Eigenlijk zouden we vandaag daar naar toe gaan, maar dat hebben we verplaatst naar morgenochtend. Het is een 12 km lange vaartocht door de Grizzly Bear Valley, gevolgd door een tocht met een Jeep de bergen in. Naar het leefgebied van de beren. Spannend, maar het wordt toch ook wel eens tijd dat we wat beren gaan spotten.

De camping Blue River Campground ligt twee kilometer verder dan de Safari. Het is een kleine camping, beetje rommelig, maar ook wel gezellig. De plaatsen zijn vrij smal, maar wel weer redelijk lang. We kunnen de Campers zo op de plaats rijden en morgen er aan de andere kant er weer uit, pull thru. Ook zijn alle aansluitingen aanwezig, evenals free WiFi. Dus maar weer even contact met het thuisfront.  

Marianne kookt en Joop en Bep halen wat hout voor het kampvuur. Acht dollar voor een kratje. We eten buiten. De temperatuur is aangenaam. De komende dagen wordt het steeds beter. We zagen zelfs een weerbericht 26 graden aangeven de komende dagen. 

Ook de koffie doen we buiten. Inmiddels is de zon verdwenen en kan het kampvuur ons niet warm houden. Ik zet de kachel binnen op 21 graden, terwijl ik me bedenk, dat er nog steeds mensen op de camping arriveren die een tent opzetten. Ben ik toch maar wat blij met onze camper.

We spreken met Joop en Bep af, dat we morgenochtend om half negen vertrekken. De safari tocht duurt 2,5 uur. Als we dus om negen uur mee kunnen is het al weer half twaalf voordat we terug zijn. Na de lunch gaan we naar het Wells Gray National Park. Een bijnaam voor dit park is ‘’Waterfall Park’’. Daar zijn er nogal wat van. De belangrijkste is de Hemcken Falls. Met zijn 141 meter hoogte is deze waterval de vierde grootste van Canada. Ter vergelijking: deze waterval is bijna drie keer zo hoog als de Niagara Waterval. 

En dan moeten we ook nog plm. 150 km rijden naar Clearwater. De volgende camping, waar we in het Painted Turtle restaurant om 18.00 uur hebben gereserveerd voor het diner. Het verjaardagscadeau van Dirk/Marianne aan Bep/Joop.

Best weer een drukke dag dus.  

13 september

Door Dirk Kuiper op 14 september 2016 6:36
Weer een nacht rond het vriespunt. Het opstaan is echter niet erg, de verwarming aan boord heeft voor een aangename temperatuur gezorgd. Snel de gordijnen open en... niet de verwachte zon. Integendeel, net aan zicht tot de volgende camper. Dichte mist. En we zouden vandaag nog wel op berenjacht gaan...

Toch maar op tijd vertrokken. De Blue River Safari lag een paar kilometer van de camping. Het was kwart voor negen. De eerste buslading met toeristen stond al te trappelen om in de boten plaats te nemen. Buiten dat het mistig was het was nog steenkoud ook. Vier graden boven nul. En dan het water op. Het zag er niet echt aanlokkelijk uit. Het meisje achter de balie verzekerde ons echter dat het om negen uur zonnig zou zijn. Joop vond het kennelijk een aardig meisje, geloofde haar op haar blauwe ogen en beloonde haar met een klompje.  En betaalde ook nog eens vier keer bijna 180 dollar. Heerlijk zo’n doortastende penningmeester. 

Met nog twee mensen uit Zurich gingen we letterlijk de boot in. Een zelfde soort als op de Everglades, alleen dan met een vrij luidruchtige buitenboord motor. Een tocht over het Mud Lake. De kans dat we beren zouden zien was groot, maar garantie tot de hoek. Ze kunnen niets garanderen. Het blijven wilde dieren tenslotte.

Eerst zachtjes maar al snel ging het met een behoorlijke vaart. En koud dat het was...Ondanks de dekens die we hadden gekregen bleef de kippenvel op m’n rug staan. Kort nadat we waren vertrokken zag ik echter de eerste zwarte beer van die dag. Op slag ben je de kou vergeten. Op zijn gemak (het was een mannetje volgens onze gids) scharrelde hij langs het water. Niet geïnteresseerd in andere dingen dan wat te eten en te rusten. Ze zijn in deze tijd vrij dik omdat ze zich vol eten om de winterslaap door te komen. Toch wel bijzonder als je dat zo ziet. Even later zien we een tweede zwarte beer. Daar blijft het echter bij. Als we ruim een uur later weer terugkomen breekt de zon door. Het is bijna half elf....

We nemen een kop koffie om door te warmen. Daarna volgt de jeeptour door de bergen. Een vlotte jonge dame is onze chauffeur en gids. De jeep is ietwat apart geprepareerd: de bestuurder en bijrijder hebben normale deuren maar de achterpassagiers helemaal niet. Ook zit er geen dak op. Van veiligheidsriemen of zoiets hebben ze helemaal nooit gehoord, dus je moet je zien vast te houden aan een balk die aan de bovenzijde loopt. Eigenlijk levensgevaarlijk. Joop stapt snel voorin, zodat de dames en ik achterin moeten. Na overleg besluiten we dat Marianne  in het midden mag zitten zodat Bep en ik de buitenkant opzoeken. Het is inmiddels wel een lekkere temperatuur geworden en al hobbelend gaan we op weg naar de top van de berg. Volgens de gids het natuurlijke leefgebied van de beren. In de winter valt hier 10 tot 15 meter sneeuw.

Nou volop mooie vergezichten, maar de beren hebben zich verstopt. De gids vindt het vervelend, maar heeft niet anders te bieden dan dezelfde garantie als tijdens de boottocht. Tot de hoek. Ze hoopt dat we op weg naar beneden meer geluk hebben en jawel, twee bochten later zien we twee beren in het struikgewas. Maar helaas niet goed te zien. Dus weer verder naar beneden. En dan plotseling, midden op de weg. Een grote zwarte beer. Vlakbij. Het is net of hij z’n kansen inschat. Ik vind de auto zonder deuren ineens geen verstandige keuze meer. Maar gelukkig draait de beer zich om en wandelt de weg af. Op korte afstand achtervolgt door vier filmende en fotograferende mensen en een blije gids. De beer blijft zeker 200 meter voor ons uit lopen. Af en toe stopt hij eens, kijkt om, maar besluit toch telkens om weer verder te gaan. Een prachtig gezicht. 

Net zo plotseling als hij voor ons was verschenen, verdwijnt hij ook weer. Als we even later links naast ons kijken zien we maar liefst vijf beren. Aan de kant van Bep, op ongeveer vier meter afstand. Om ze niet af te schrikken, spreken we niet. Het enige geluid dat je hoort zijn de klikkende fototoestellen. In totaal 10 beren tijdens een safari is geen slecht gemiddelde.

Weer beneden eten we wat in het drijvende restaurant. Het is al ruim in de middag als we vertrekken. We rijden naar een bezinestation waar ze ook propaangas verkopen. We zitten nog wel half vol, maar met die koude nachten....We tanken gelijk de Campers maar weer vol. Ze houden van een lekker slokje. De prijs van een liter ligt hier vrij hoog, 120 dollarcent.

Tegen drie uur arriveren we op de camping. Dutch Lake Resort en RV park in Clearwater. We krijgen twee mooie, grote plaatsen. Dicht bij het water. Alle voorzieningen aanwezig en pull thru. Alles keurig netjes verzorgd. Heel veel Nederlandse kampeerders. Zal toch wel met de naam van de Campground te maken hebben. 

Omdat we graag de Helmcken falls in het Wells Gray National Park willen zien, vertrekken we met een camper die kant op. Het is niet direct naast de deur, bijna 45 kilometer verderop. De weg zit vol kuilen. Het bezoek is wel de moeite waard. Van 141 meter hoogte plonst er een gigantische hoeveelheid water naar beneden. Indrukwekkend schouwspel.

Negentig km later zijn we weer terug. We kleden ons om en gaan om 18.00 uur aan tafel in het Painted Turtle Restaurant van de Campground. We hebben een tafeltje op het terras dat grenst aan het meer. Er overvalt ons een gevoel van rust. Prachtig uitzicht, 23 graden Celsius en lekker eten. We toosten (nogmaals) op de verjaardagen van Joop en Bep.

Het is donker als we naar de Campers lopen. Morgenochtend om acht uur vertrekken we naar Kamloops. Eerst naar de garage van Fraserway. We zijn benieuwd. 

NB. Ik heb vandaag antwoord gehad van Travelhome. Er was een fout gemaakt door de IT afdeling waardoor de reacties op het reisblog in ieder geval bij ons niet te lezen waren. Met ingang van vandaag is dat hersteld. We zagen gelijk een reactie van Rob en Hanneke. Of de andere dagen ook hersteld kunnen worden weet ik nog niet. Die vraag staat uit bij Travelhome.

14 september

Door Dirk Kuiper op 15 september 2016 4:06
Ook deze woensdagochtend is de wereld klein. Het is weliswaar een mooi gezicht om de mistflarden boven het meer te zien hangen, maar om te rijden is het wat minder. Toch maar om acht uur vertrokken naar de garage in Kamloops.

Het is kennelijk heel koud geweest afgelopen nacht want de vrij brede rivier waar we langs rijden is bevroren. Eerst willen we het niet geloven, maar het is echt waar. Het is rustig op de weg, zodat we anderhalf uur later het terrein van Fraserway opdraaien. Inmiddels is het zonnetje gaan schijnen en loopt de temperatuur snel op. De meter van de auto wijst 21 graden aan.

De eerste monteur die bij de camper komt, kijkt wat zorgelijk en heeft een second opinion nodig. De tweede lijkt er wat meer verstand van te hebben en ligt al vrij snel op z’n rug onder de auto. Het duurt niet lang voordat hij meldt dat hij waarschijnlijk het probleem heeft gevonden. Ook verwacht hij dat het met z’n drie uur verholpen is. Als we om 13.00 uur terug zijn, zou de slide out weer moeten functioneren. Hij houdt wel een slag om z’n arm. 

Omdat we toch nog boodschappen moeten halen gaan we naar de Walmart. Bij een bekertje koffie bij de Mac Donalds (zit in de Walmart) kijken we naar de reacties op de reisblog. Sinds gisteren kunnen we ze lezen. Maar nog steeds niet van de dagen daarvoor....

Rob en Hanneke doen een goede lunchsuggestie. In Kamloops heeft Bernadette Kraakman een pannenkoeken restaurant. Bernadette is een van oorsprong Nederlandse zangeres die geboren is in Volendam. We hebben nog een uur over voordat we weer naar de garage moeten. Het restaurant is 8 minuten vanaf de Walmart. Dat is goed te doen. Dus op naar ‘’restaurant Amsterdam’’. Ziet er erg leuk uit. Zelfs Venco drop en stroopwafels zijn er te koop. Maar natuurlijk ook pannenkoeken en kroketten. Tja en dan val je voor de verleiding. De dames nemen twee kroketten met brood, de heren een pannenkoek. Marianne en Dirk verdelen hun portie. Zo kun je van twee dingen snoepen. Het was erg lekker.

Om een uur melden we ons weer bij de garage. De slide out is gelukkig weer gerepareerd en sluit helemaal. Het blijkt dat ze op twee motortjes lopen, die gezamenlijk hun prestatie moeten leveren. Het probleem was dat ze niet meer synchroon liepen. Nadat ze geresed waren, functioneerde alles weer naar behoren. In ieder geval kunnen we weer verder.

We moeten nog een kleine 100 km naar Cache Creek. Net buiten Kamloops verandert het landschap. De uitgestrekte bossen maken plaats voor de bruine en kale Fraser Canyon. De streek van de vroegere ‘’goldrush’’. Deze omgeving staat bekend om de hoge temperaturen en de zeer weinige neerslag. In de zomer overstijgen de temperaturen (in de schaduw) al snel de 40 graden Celsius, waardoor de streek de titel van ‘’Canada’s Hot Spot’’ kreeg. 

Om half drie zijn we op de camping, Brookside Campsite aan de East Trans Canada Hwy. Een betrekkelijk kleine camping, maar ook weer volledig uitgerust en mooie, niet al te grote  plekken.   

Marianne gooit voor de laatste keer deze vakantie de was in een machine. Joop en Bep installeren hun camper. Als we klaar zijn, gaan we met een camper naar de Hat Creek ranch. 
We vinden de ranch plm. 12 km verder, op een van de weinige overgebleven stukken van de Cariboo Wagon Road die nog toegankelijk is voor het publiek. De meeste gebouwen dateren uit 1860. Een drukke tijd. Duizenden goudzoekers kwamen uit Amerika over om hun geluk te beproeven. De ranch is eigenlijk een herberg en bood onderdak aan allerlei figuren die op doorreis waren. Er is ook nog een koets met twee paarden. Natuurlijk maken we daar een ritje in. Met een beetje fantasie beleef je dan de tijd van weleer. 

Als we terugkomen op de camping moet de airco aan. Het is 28 graden geworden. Niet te geloven, vanmorgen moest de kachel nog op hoog.

Dirk maakt de barbecue aan. Rijst, groenten en vlees staan op het menu, met als nagerecht aardbeien met slagroom en ter afsluiting koffie. 

We gaan tegen half negen de campers in, want ondanks dat we een knap kampvuur hebben gemaakt wordt het snel fris.  

Morgen vertrekken we naar Whistler. Die stad is vernoemd naar het gefluit (whistle) van de vele marmotten die in het gebied leven. Het is zowel in de zomer als in de winter een populaire bestemming en is ontworpen met de bezoeker in gedachten. Het heeft een prachtig uitzicht op de bergen en is autovrij.

De WiFi op de camping is niet snel. Ik hoop dat ik dit bericht kan verzenden.

 

15 september

Door Dirk Kuiper op 16 september 2016 4:37
Om half negen zijn we vertrokken. De tank van de camper gaf alweer half leeg aan, dus eerst maar tanken. Op zich viel het mee, er paste maar 139 liter in de tank. Ook de prijs viel niet tegen, 109,6 dollarcent. Hoeven we ons over de benzinevoorraad de komende dagen geen zorgen te maken.

Dat de rit mooi zou worden, had ik al regelmatig op internet gezien en gelezen. Wegnummer 99 south staat ook bekend als de Sea to Sky Highway. In ons geval eigenlijk net andersom, we gaan immers vanuit de bergen richting zee.
De route begon ongeveer 12 km buiten Cache Creek. Eerst aarzelend, maar het begon steeds meer op Oostenrijk/Zwitserland te lijken. Alleen net iets heftiger. De hoge, met sneeuw bedekte, bergen en een weg die al kronkelend daar doorheen loopt gaven vrijwel hetzelfde gevoel. Maar de daling percentages waren over het algemeen forser dan we tot nu toe gewend waren.  We kwamen bordjes tegen waarop 15% stond en waarop de vrachtwagenchauffeurs werd geadviseerd een lagere versnelling in te schakelen. Ik heb dan ook regelmatig terug geschakeld naar de 1e versnelling van de automaat.  

Ik vind dat soort wegen geweldig. Behoorlijk veel bochten, af en toe een echte haarspeldbocht, lekker sturen dus. Joop is er helemaal niet enthousiast over, terwijl Marianne ook wat gereserveerder reageert. Ik zie haar telkens met haar voet op de grond duwen, maar aan die kant van de auto hebben ze geen rem gebouwd.  

Ik begrijp het ook wel een beetje. In de vorige camper zaten we op een redelijk normale hoogte, maar nu zitten we vrij hoog in de cabine. Dan kijk je net even meer de diepte in dan als je wat lager bij de grond bent. De Canadezen houden ook niet echt van vangrails of andere afzettingen, zodat je telkens geconfronteerd wordt met iets wat erg mooi is, maar wat je eigenlijk liever niet wilt zien. Steile afgronden aan jouw kant... Als je geen last van dit soort angsten hebt, dan is het echt waanzinnig mooi. Het ene schitterende vergezicht is net voorbij of het andere, misschien nog wel mooiere dient zich al weer aan. Denk niet dat ik overdrijf, het is echt zo. En dat bijna 200 kilometer lang, tot aan Whistler.

Na een koffiestop en een kijkje bij een boerderij die verse spullen verkocht, waren we om half twee op de camping, Riverside Resort. Een mooie, goed verzorgde en grote camping. De plaatsen zijn wat klein uitgevallen, wel met volledige hook up. Ook hier weer een beer waarschuwing. 

Eerst de lunch gebruikt en de Campers geïnstalleerd. Airco aan, want het was stralend mooi weer en rond de 28 graden. We besloten om lopend naar Whistler te gaan. In ongeveer een half uur waren we in Village Centre. Het is een autovrij stadje en is leuk om zowel in de zomer als ’s-winters te bezoeken. En als je denkt dat je de enige toerist bent, dan heb je het behoorlijk mis.

Joop en Bep gingen wat eerder terug (zij verzorgen het eten vanavond) en wij hebben nog wat langs allerlei winkeltjes geslenterd. Natuurlijk een foto bij de Olympische ringen en een biertje op het terras. Kennelijk werden we aangezien voor erg rijke mensen of het is gewoon zo duur. Ik vermoed het laatste, want voor twee bier mochten we 17,99 dollar afrekenen. 
Eigenlijk zouden we nog met de kabelbaan de bergen op gaan (peak to peak), maar het ontbrak ons een beetje aan zin en tijd. Dus die doen we een andere keer.....

Toen we de camping weer opliepen – wat zakt dat bier toch naar je benen – kwam Bep melden dat we over vijf minuten kunnen eten. Wat een luxe toch.

Inmiddels zitten we, redelijk in het donker, buiten tussen de Campers aan de koffie. Morgen staat de overtocht naar Vancouver Island op het programma. We twijfelen een beetje over de vertrektijd van morgenochtend. Gelet op onze gemiddelde snelheid van vandaag (maar zo’n 40 km per uur) besluiten we om half zeven te vertrekken. 

Bovendien meldt het weerbericht ons, dat de zon er even genoeg van heeft. Er worden regenbuien verwacht. Wellicht beïnvloed dat ook nog onze rijsnelheid.

Vanavond dus niet te laat naar bed. Het was een mooie dag, alhoewel daar door sommigen ietwat genuanceerd naar gekeken werd....





  

16 september

Door Dirk Kuiper op 17 september 2016 3:20
Volgens schema zijn we om half zeven vertrokken. Het was zelfs nog donker. Het was betrekkelijk rustig, terwijl de weg vele malen sneller te berijden was dan gisteren. Veel minder bochten en hoog/laag verschillen. Tja, als je alles van te voren weet.....

Eerder dan verwacht arriveerden we dan ook in Horseshoe Bay. Vanaf die plaats vertrekt de boot naar Vancouver Island. Al om half negen meldden wij ons bij het ticketverkoop loket. Het bleek mogelijk om een boot eerder te nemen, dan de door ons gereserveerde van tien over half elf. Dat was een meevaller, sterker nog: de boot zou al na tien minuten vertrekken. Wat helemaal aardig was, dat we zelfs de twee keer 15 dollar reserveringskosten terug kregen. Per enkele reis kostte de overtocht 99,99 euro. Per voertuig.

Aan boord hebben we bij de Starbucks koffie gehaald. We hadden een mooi plekje achter op de boot, met een vrij uitzicht. Zo konden we kijken of we wat ‘’langs’’ zagen zwemmen. Af en toe ziet men walvissen e.d.
De kapitein meldde vlak voor aankomst in Nanaimo dat een aantal orca’s naast de boot was gesignaleerd. En inderdaad, je zag af en toe een fontein water omhoog spuiten. Maar het was toch wel op enige honderden meters, dus goed te zien...helaas niet echt.

Door de tijdtechnische meevaller waren we al om kwart over tien op het eiland. Dat kwam zeker niet ongelegen, aangezien we vandaag nog ruim twee honderd kilometers moeten rijden. En niet allemaal via de snelweg.
We hadden vooraf ingeschat om rond half zes op de camping aan te komen. Dat kan nu aanmerkelijk eerder zijn. Alhoewel...we staan inmiddels al een half uur stil bij wegwerkzaamheden. Er staat een enorme file achter ons. Ach ik kan weer even aan het blog werken.

We zien tijdens de route borden met stijgings- dan wel dalingspercentages van 18%. Dat is constant op de motor afremmen en af en toe ook stevig remmen wil je niet uit de bocht schuiven. Bovendien moet je telkens rekening houden met de lengte (bijna 9 meter) en breedte (2.50 meter), zodat je de bochten niet te krap moet nemen.

We lunchen aan het begin van het regenwoud. Regenwoud? Inderdaad, we zitten amper buiten of de eerste druppels vallen. Het blijft gestaag door regenen. Het is nu bijna half vijf.

De camping heet Crystal Cove beach resort. Ligt inderdaad aan het strand en is redelijk groot. Full hook up, maar de camper achteruit op de plek. Hadden we trouwens afgelopen nacht in Whistler ook. Plekken zijn groot. Hout om te stoken is hier gratis. Overal elders betaalden we voor een klein netje circa 10 dollar. 

We hebben in de camper koffie gedronken. Dadelijk gaan we naar het vier kilometer verder gelegen stadje Tofino. Als er voldoende plaats is gaan we eten in The Schooner restaurant. Hier een begrip. 

Het is acht uur. We komen net terug van het diner. Gelukkig was er plaats, maar we waren dan ook vroeg. In de tijd dat wij zaten te eten zijn diverse mensen weggezonden. Men zat vol. Het was niet goedkoop, maar wel heel erg goed. De heilbot die Marianne en ik hadden was gevuld met krab, garnalen en blauwe kaas. Een bijzondere combinatie, maar lekker...

Het regent nog steeds. Op zich geeft dat een gezellig getik op het dak. Vannacht vinden we het goed, maar morgen mag het wel weer droog worden. Het weerbericht is het daar tot nu toe niet mee eens. Morgen willen we op walvisjacht gaan. We wachten het af...

17 september

Door Dirk Kuiper op 18 september 2016 18:22
Toen we wakker werden hoorden we het nog steeds op het dak van de camper, regen. En wat we hoorden was zeker geen motregen. Tot nu toe hadden we veel geluk gehad met het weer, maar dit was absoluut niet besteld. Het weerbericht beloofde ook niet veel goeds, zelfs met thunderstorms en aanwakkerende wind in de middag. Dat leek ons minder geschikt voor de drie uur durende boottocht op zoek naar walvissen. Zeker niet omdat het een ook nog eens een vrij dure aangelegenheid was, 487 dollar met z’n vieren. Bovendien hebben we een alternatief,  ook vanuit Victoria kan een soortgelijke tocht gemaakt worden.

Koffietijd werd gecombineerd met overleg. Het weerbericht gaf ook aan, dat het in de buurt van Victoria wel zonnig en droog was. Daar zouden we morgen naar toe gaan en twee dagen blijven. We waren het er snel over eens. We zouden een wandeling over het strand, dat grensde aan de camping, maken en daarna zouden we Tofino laten voor wat het was en vertrekken. Nog niet helemaal naar Victoria, maar tot aan Duncan, gelegen op circa 60 km voor Victoria. Deze plaats, die toch al op de route lag, staat bekend als de ‘’city of totems’’. Er staan langs de weg veel totempalen. Duncan ligt in het Cowichan district, waar voorheen de Cowichan indianen woonden. 

De wandeling over het strand verliep geheel droog. Maar hele donkere wolken verraadden wat de dag nog in petto had. Dan konden we beter met regen rijden en de zon weer opzoeken. Later bleek dat we daarmee een verstandige beslissing hadden genomen.

We begonnen maar weer eens met onze nieuwe hobby: tanken. De pomp gaf niet meer dan 125 dollar benzine per creditcard transactie. De prijs viel mee, 111,9 dollarcent per liter. De tank was daarmee nog niet helemaal vol, maar we redden dit tot aan de camperverhuurder aan toe. Dan nog een keer voltanken en inleveren. 
De voertuigen blijken wel echte zuipschuiten. De laatste keer dat Joop het verbruik uitrekende kwam hij op 1 op 3,3 liter. De bergritten hakken er behoorlijk in.  

Nog steeds in het regenwoud – het was inmiddels half een – hebben we de lunch gebruikt. Luifel uit, want het goot nog steeds uit de lucht. Het gaf ergens ook nog wel een apart, zeg maar knus, gevoel. De regen die onophoudelijk om je heen viel terwijl we zelf droog buiten zaten. Op een paar meter afstand van een watervalletje. De enige herrie die we hoorden was van een ambulance die hard voorbij reed. Met alle toeters en bellen.

Even later bleek waar de ambulance voor nodig was. Twee jonge vrouwen waren met een auto naast de weg beland. Auto in de kreukels, vrouwen gewond, maar voor zover wij konden zien viel dat gelukkig wel mee. De benodigde hulpdiensten waren al aanwezig. Overigens was dit het eerste ongeval dat we zagen. De mensen rijden over het algemeen erg voorzichtig en zijn zeer beleefd naar elkaar toe. Ook fietsers (rijden gewoon op de snelweg) en voetgangers worden met alle egards behandeld. Als je bijvoorbeeld maar even probeert de straat over te steken,  staan de auto’s al stil. We zijn eens in China met vakantie geweest....zelfs op de zebrapaden rijden ze je van je sokken.

De route was nog steeds erg mooi. We reden langs 800 jaar oude douglas sparren en enorme rode Cedars in een van de laatste stukken oerbos van het eiland. Doordat het zaterdag was, was er weinig vrachtverkeer op de weg en hadden we geen last van wegopbrekingen. De weg was af en toe te smal om twee vrachtwagens elkaar te laten passeren. Onze camper heeft de breedte van een vrachtwagen. Het is heerlijk om wat ruimte te hebben in de camper, maar op dit soort momenten is het wel eens wat lastig. 

Verder door naar de oostkant van het eiland, ooit het eigendom van de Saanich indianen. We verlaten het regenwoud en echt...het is niet te geloven, maar het wordt droog en de zon breekt door. De temperatuur schiet omhoog van 14 naar 22 graden.

Even voorbij Port Alberni (stad midden op het eiland), zien we een aantal voertuigen aan de kant staan. Men kijkt allemaal naar drie zwarte beren die in een boom zitten. En nog behoorlijk hoog ook. We maken wat foto’s, maar of het wat geworden is zien we pas later. Het was erg tegen de zon in. Het aantal beren tijdens deze vakantie is daarmee opgelopen tot 13.  

Na ongeveer vier uur rijden komen we aan in het plaatsje Chemainus, bekend om zijn grote muurschilderingen. Je moet dan wel van de snelweg af het stadje in. Maar het is het waard. De meest mooie schilderingen zijn op de muren van de huizen aangebracht. Het is ook nog eens een gezellig stadje om doorheen te wandelen. Er is zelfs een vrij grote winkel waar (nu al?) kerstspullen worden verkocht. 
 
Voor het eerst deze vakantie moeten we op zoek naar een camping. Boekjes erbij en Tom Tom om raad gevraagd. Net buiten Duncan blijkt een camping te zitten. Dat is 17 km verder dan Chemainus. Dat wordt hem.

Twintig minuten later komen we bij de camping aan. De buurt werd steeds meer industriegebied achtig met af en toe een autosloperij. De camping maakte een soortgelijke indruk. Dat werd hem dus niet. 

De eerst volgende camping blijkt op 17 km terug te liggen, vlak bij Chemainus. Ja, die hadden we onderweg al gezien. Waren we toen maar gelijk gaan kijken.   

Dus maar weer terug. En maar hopen dat er nog voldoende plek was. De eerste aanblik was niet al te bemoedigend. De entree maakte een verlaten indruk. Het was nog maar zes uur en toch was het kantoor van Country Maples R.V. Resort al gesloten. Dat hadden we nog niet eerder meegemaakt.

Er hing een briefje, dat als je een plaats nodig had je op een bord moest kijken. Met een stift stonden op een whiteboard de nummers van de beschikbare plaatsen geschreven. Dat viel mee gelukkig; er was nog ruimte. We konden zelfs nog kiezen uit volledige hook up, alleen elektra en water of geen voorzieningen. Wij kozen voor water en stroom en veegden twee nummers van het bord. We moesten onze naam en creditcard gegevens op een briefje noteren en dat deponeren in een brievenbus. Zo makkelijk kan het gaan. Het is overigens een vrij grote camping, zelfs voorzien van een (openlucht) zwembad. En ook hier weer een beer waarschuwing. 
 
Het diner bestond uit vier verschillende soorten pizza’s, waarvan iedereen telkens een kwart kreeg. De eerste pizza had een wat vreemde kleur bodem....toen stond de oven nog wat te hoog, maar de rest kon op een applaus rekenen. Glaasje wijn erbij. Lekker en super eenvoudig.
Tot nu toe hebben we nog steeds het diner buiten kunnen gebruiken. Dat willen we de laatste twee dagen ook nog zo houden.

Als het goed is en het weerbericht gelijk heeft, is het morgen zonnig. Het plan is om dan naar de camping in Victoria te rijden. Dat is immers niet zo ver meer. Daar kijken we of het mogelijk is om een whaletour te doen of dat we die de dag daarop nog kunnen maken.         

Deze camping heeft wel Wifi. Daar is echter een code voor nodig, die verkrijgbaar is bij het kantoor....dus ik hoop, dat ik deze bijdrage morgen weer kan verzenden.

Inmiddels is het al de volgende morgen en staan we zelfs al op de camping in Victoria. Leuke plekken, pal aan het water. 
We gaan straks met een whaletour die we op de camping hebben gereserveerd. We worden om half drie opgehaald. Het is erg mooi weer, zonnig en weinig wind. Af en toe stijgt er een watervliegtuig op. 

De verdere belevenissen stuur ik in de volgende blog.

18 september

Door Dirk Kuiper op 19 september 2016 16:37
Volgens afspraak zijn we vertrokken naar Victoria. Om 10.00 uur waren we al op de camping, Westbay Marine Village aan de Headstreet. Wat aan de vroege kant, maar we hadden geluk, de plaatsen die wij hadden gereserveerd waren net vrijgekomen. Het zijn mooie, vrij grote plaatsen, full hook up. 
Pal aan het water, met zicht over de haven met aan de overzijde Victoria. We hadden het niet beter kunnen treffen voor deze laatste twee dagen/nachten. Het weer was heerlijk, zonnig en 26 graden. 

Tijdens het inschrijven op de camping hadden Marianne en Joop een vier uur durende whaletour gereserveerd. Een soort privé tour, met maximaal 12 personen aan boord van de boot. Niet goedkoop, maar ach...hoe vaak doe je dit soort dingen.

We hebben nog even tijd en gaan lekker in de zon zitten. De watertaxi vaart om het kwartier langs en het is druk met de watervliegtuigen. Op slechts een paar honderd meter van ons vandaan maken ze met veel kabaal vaart op het water en stijgen dan op. Het landen is wat minder spectaculair, maar het blijft een leuk gezicht om naar te kijken. Een otter meldt zich voor ons in het water. Hij is op visvangst en dat gaat hem heel soepeltjes af. Hij duikt en komt even later weer boven op een visje kauwend. 

Om kwart voor drie werden we opgehaald en in een rit van tien minuten naar de haven gebracht. Daar lag de BC Luna, een supersnelle boot. Achter de boot 2 motoren van ieder 350 pk. Het water was rustig, volgens de kapitein een perfecte dag om walvissen te spotten.

In de haven ging het nog kalmpjes aan, maar buitengaats gingen de snelheidshandels omlaag. Met een vaart van ruim 70 km per uur stoven we over het water. We zoeken het water af naar enig teken van leven. Menig maal verwarren we een drijvende boomstam  voor een walvis. Maar dan plotseling steekt in de verte de rugvin van een orka boven het water uit. Niet één, maar zelfs een hele groep.

De kapitein vaart dichterbij en schakelt op honderd meter van de orka's de motor op stationair. Het zijn volgens de kapitein circa 6 killer whales, die jagen op  zeeleeuwen, walvissen en zelfs haaien. Na enige minuten met de orka’s mee gevaren te hebben zegt de kapitein dat hij naar een ander plekje wil varen omdat hij gehoord heeft dat daar drie walvissen zwemmen.  

Een half uur later kijken we over de rustige zee (we hebben volgens de kapitein erg veel mazzel, want de laatste dagen waren er hoge golven) of we iets zien. En inderdaad ons geluk houdt niet op. Twee walvissen zwemmen vlak langs onze boot. Een fascinerend gezicht. Het zijn volwassen dieren van ongeveer 12 meter lengte. Heel goed hoorbaar en prachtig om te zien zijn de waterfonteinen als ze hun adem uitblazen. Ze blijven een poosje aan de oppervlakte en duiken dan weer naar beneden. Dat gebeurt telkens weer. Na een minuut of vier komen ze weer boven om adem te halen. Waar dat precies is, weet je natuurlijk niet. Dus iedereen tuurt gespannen in het water. En dan plotseling zie je ze weer. De boot gaat daar dan naar toe en vaart een stukje met ze mee. Wederom overal om je heen hoor je het geklik van fototoestellen. 
Na verloop van tijd duiken beide dieren weer onder. Als een soort groet klappen hun enorme staartvinnen op het water en sierlijk verdwijnen ze weer. Iedereen aan boord is er stil van.

Het wordt tijd voor de zeeleeuwen meldt de kapitein. Dat was een makkie voor hem, want op een eiland waar een vuurtoren op staat liggen er honderden. Het is volgens de kapitein hun vaste rustplaats. Hij waarschuwt dat ze ‘’een uur in de wind’’ stinken. Nou hij heeft gelijk. Wat een lucht verspreiden die beesten. Af en toe zwemt een zeehond voorbij. Het is een drukte van belang daar op het water.

Maar ook aan deze enerverende tocht komt een einde. Nog een klein uurtje terug varen en we arriveren weer in de haven van Victoria. 

We besluiten daar te dineren en stappen bij Earl’s binnen. Die restaurantketen kennen we nog van Banff en was ons goed bevallen. Dat lukte deze keer ook. Met de taxi terug naar de camping.

Daar hebben we nog een poosje buiten gezeten met het zicht op een verlicht Victoria. Einde van wederom een mooie dag.

Morgen gaan we met de taxiboot naar de stad, want gisteravond hebben we er niet zo veel van kunnen zien. 

Het is bijna de laatste dag van de vakantie. Vanavond de koffers inpakken, want morgenochtend vertrekken we al om half zes (!) naar de veerboot in Swartz Bay. We varen dan in 1 uur en 35 minuten naar Tsawwassen op het vaste land. Voor 12 uur moeten we de camper ingeleverd hebben, waarna we naar ons hotel gebracht worden.

Vanaf ons hotel meld ik me weer met het laatste verslag. 
 

 

19 september

Door Dirk Kuiper op 19 september 2016 22:46
Vanmorgen redelijk rustig aan gedaan. Koffie om tien uur bij de camper. We besloten vandaag alleen nog maar een bezoek te brengen aan Victoria en het overige deel van de dag lekker in de zon te gaan zitten.

Om half twaalf namen we de taxiboot. De halte grenst aan de camping, dus als je het bootje ziet aankomen, wordt het tijd om daar naar toe te gaan.

Op zich is een tochtje best wel duur, tien dollar p.p. naar de overkant Fisherman's wharf. Wel een retourtje. Dan denk je op zich dat het wel meevalt, 40 dollar, maar de taxi van gisteravond was 12 dollar. Dat scheelt, ook al neem je de taxi als retour, nog wel een beetje. 

Maar het is leuk. Fisherman's wharf was niet zo groot, wel erg gezellig. Ook een aantal zeehonden kwam ons daar gedag zeggen. Het was nog te vroeg voor een halibut lunch, dus langs de kade richting down town gelopen. Ik dacht dat Victoria veel meer Engels zou aandoen, maar dat viel wel tegen. 

Om half een waren we in Chinatown van Victoria. En voor de afwisseling ook wel eens aardig, een Chinese lunch. Lekker maar wel heel veel, zodat we gelijk voor morgenmiddag een lunch hebben. 

Op ons gemak terug gelopen en weer de boottaxi genomen. Die was iets verder gelegen, dan waar we vanmorgen aan wal gegaan waren.. Daarvoor was ons ticket natuurlijk niet meer geldig, dus de penningmeester werd geacht om nogmaals 16 dollar af te tikken. 

Zo waren we om half drie weer terug. Stoeltjes uit de camper en lekker genieten in de zon. Morgen immers weer een drukke dag voor de boeg.

Vanavond is het restjesdag. We moeten proberen al het eten en drinken op te maken. Dat gaat redelijk lukken, alleen met de wijnvoorraad moeten we stevig doordrinken willen we dat nog opkrijgen. Dus vlak voor het eten eerst maar koffers pakken en daarna aan de alcohol.  

Plotseling gaat het heel snel. Alleen morgen nog de hele dag op Canadese bodem, maar woensdag gaat het toch echt richting Nederland.
En daar kijken we ook wel weer naar uit, want het is fijn om de (klein) kinderen en alle overige familie, vrienden en bekenden weer te zien!

20 september

Door Dirk Kuiper op 21 september 2016 4:25
Om vijf uur gaat de wekker. Voor m’n gevoel is het nog midden in de nacht. Het is donker buiten en koud in de camper. Dat is nog eens vakantie. 

Een half uur later start ik de motor van de camper. Op de stille Campground maakt dat een reuze herrie, maar we moeten wel. We hebben gereserveerd voor de eerste boot die om zeven uur vertrekt. Je moet in dat geval tussen zes en half zeven aanwezig zijn. Het is ruim een half uur rijden naar Swartz Bay.

We arriveren om kwart over zes. Een half uur later start het laden van de voertuigen in een rap tempo. Wij moeten onze camper aan de linkerkant van de boot plaatsen, Joop en Bep aan de rechterzijde. Als we om zeven uur in de rij aansluiten om een ontbijt te halen voelen we dat de boot al vaart.

Bij aankomst op Tsawwassen gaat het mis. Niet schokkend, maar lastig. Joop en Bep, die altijd achter ons rijden (wij hebben Tom aan boord) verlaten eerder het schip. Wij zijn een van de laatste voertuigen. Joop is in de veronderstelling dat ik al weg ben en zet de achtervolging in. Hij weet van vroeger nog hoe dat moet. Ik daarentegen zie Joop in geen velden of wegen en denk dat hij nog ergens in het ruim bivakkeert. Dus ik wacht een poosje tot ik zeker weet dat er geen voertuig meer aan boord is. Dan de rollen omgedraaid en wij achter Joop en Bep aan. Maar die kunnen met goed fatsoen nergens op de weg stoppen en rijden door. Tot ze drie kilometer later bij een kruising een beslissing moeten nemen. Vijftig procent kans dat het goed gaat. Ze moeten richting US border (ja wie denkt daar nou aan) en gaan prompt de andere kant op. Tom stuurt ons de goede kant op en zo ben je elkaar behoorlijk kwijt. Diverse telefoontjes later – de provider zal blij met ons zijn – weten we van elkaar niet meer waar we zijn en moeten Joop en Bep het zelf zien uit te zoeken. Zonder Tom en zonder kaart (die zat natuurlijk ergens onder in de koffer). 

Om tien uur melden wij ons bij het kantoor van Traveland. Afgetankt en wel. Het inleveren verloopt prima. In totaal hebben we 3336,8 km gereden. Keurig binnen de 3500 waarvoor we betaald hebben. Een kwartier later gaan we in de voorste rust. We kunnen niet anders dan wachten. Joop en Bep, die ineens veel meer Vancouver hebben gezien dan gepland, komen een uur later aan. Na het invullen van wat paperassen worden we met een taxi naar hotel Sandman Signature Airport hotel gebracht. Er is een kamer beschikbaar, de andere volgt later. Dus alle bagage gestald in een kamer.

Met een taxi gaan we naar fietsverhuurder Spokes op de hoek W. Georgia Street en Denman Street. We huren daar drie fietsen, Joop is bang dat hij de weg kwijt raakt en blijft waken bij Spokes. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat hij niet zo van fietsen houdt. De dames en ik willen een 12 km lange fietstocht door het Stanleypark maken. Dat zouden we op vrijdag 2 september al gedaan hebben, maar is toen door ons uitgesteld i.v.m. het wat regenachtige weer. Dat bleek een juiste beslissing, want het is nu stralend mooi weer. Niet super warm, een graad of 20. 

In tegenstelling tot andere grote stadsparken zoals Central Park in New York en London’s Royal Park, is Stanley Park niet aangelegd, maar een bewaard gebleven ‘’wildernis’’ in het hart van de stad. Het bevat stranden, tuinen, halfwild bos, wandel-  en fietspaden. Beroemd zijn de negen totempalen bij Brockton Point.

Anderhalf uur laten zijn we weer terug. Het was een leuke tocht, de moeite waard. Dan worden ook de kosten berekend. Nou, dat was niet gering, 54 dollar. En de toeristen staan echt in de rij om fietsen te mogen huren. De hele dag door....

Langs de kustlijn zijn we daarna naar Canada Place gewandeld. Het doet ons veel aan het Operahouse in Sidney denken.

Het was nog best druk. Ook hier vliegen de hele dag watervliegtuigjes af en aan. 
Naast het station zijn we in een restaurant gaan bijkomen van alle vermoeienissen van vandaag. Het trof, het was happy hour. Biertje erbij, heerlijke zalm en een klein nagerecht. 
We mogen van onszelf eenmalig zondigen, het is immers onze laatste avond in Canada.

Een taxi bracht ons weer terug naar het hotel. We spreken af morgenochtend om half negen te gaan ontbijten. We worden om half tien met de hotelshuttle naar het vijftien minuten verder gelegen vliegveld gebracht.

De vlucht is tot nu toe niet vertraagd. We vliegen om 11.45 uur en landen in Toronto om 19.13 uur. We hebben 1,5 uur overstaptijd en vertrekken met vlucht AC 824 om 20.45 uur naar Schiphol waar we de volgende morgen (we vliegen tegen de tijd in) om 10.15 uur zullen landen.
 
Dit was de voorlaatste blog. Morgen in het vliegtuig heb ik meer dan voldoende tijd om de laatste te schrijven. Hoe hebben we Canada ervaren, heeft het aan de verwachtingen voldaan, komt het in de top acht van de verre bestemmingen die we hebben bezocht? Kortom een soort evaluatie. Ik veronderstel, dat ik die van ons huisadres zal gaan versturen.

NB. Vandaag ontving ik van Travelhome een bericht, dat de in de eerste weken geplaatste reacties op het blog zijn aangemerkt als ‘’spam’’. Al deze reacties zijn vernietigd en kunnen dus helaas niet meer worden geplaatst. Ik vind dat erg jammer, ik had ze graag gelezen en gedeeld met Joop en Bep. 



 

21/22 september (evaluatie)

Door Dirk Kuiper op 22 september 2016 19:13
Inmiddels zijn we weer goed in Nederland aangekomen.

De terugreis met Air Canada verliep prima. Alleen serveren ze wel een heel karig ontbijt. Een kopje koffie of thee met een plakje bananencake...
Het slapen in het vliegtuig is niet onze sterkste kant, dus we zitten nu een beetje verdwaasd aan tafel. We gaan bewust nog niet slapen, want dan gaat het vanavond helemaal verkeerd en duurt het nog langer voordat je in je normale ritme komt.
 
Dit is in ieder geval mijn laatste verslag van de vakantie naar Canada 2016. Een soort evaluatie. Laat ik beginnen met het bedanken van ons reisgezelschap Joop en Bep van Heuveln. Mede door hen is de vakantie geweldig verlopen. Ook dank aan de medewerkers van Travelhome voor de begeleiding bij het samenstellen van de reis. 

Ons doel was om in een betrekkelijk korte tijd van in totaal 32 dagen een deel van Oost en een wat groter deel van West Canada te bezoeken. Daar zijn we goed in geslaagd met in de eerste week een bezoek aan de Niagarawatervallen, het Algonquin park en de steden Toronto, Ottawa en Montreal. De laatste drie weken hebben we doorgebracht aan de westzijde van Canada, startend en eindigend in Vancouver. De route ging via Hope, Kelowna, Revelstoke, Banff, Lake Louise, Abraham Lake, Jasper, Blue River, Cache Creek, Whistler en op Vancouver Island de plaatsen Tofino en Victoria.

De meeste indruk maakten de Niagarawatervallen, de Suspensionbridge en aansluitende tocht door het regenwoud in Vancouver North,  de Othello tunnels en de daarin waargenomen zalmentrek, de diverse meren (met bijzonder mooie kleuren water zoals Peyto Lake, Emmerald lake en Lake Louise), met de snowcoach de gletsjer op (Columbia Icefield Glacier), de kabelbaan in Banff, de boot/jeeptour met in totaal 10 gespotte beren en de walvistour.

De mooiste routes gingen over de Columbia Icefield Parkway, de Sea to Sky Highway en door de Pacific Rim op Vancouver Island.

Opvallend was de vriendelijkheid van de Canadese bevolking. Heel vaak werd ons spontaan hulp aangeboden als je maar even op de (land)kaart keek. Ook de rustige, voorkomende rijstijl was aangenaam. Voetgangers zijn heilig, oversteken verloopt zonder haast. Ook opvallend was dat het over het algemeen erg schoon was. Dat gold niet overal, delen van de grote steden zoals Vancouver hebben wijken waar groepen zwervers verblijven. Daar is de reinheid wat minder.

Het is natuurlijk niet echt vreemd, maar heel veel huidige Canadese inwoners hebben op enigerlei wijze banden met Nederland. Sommigen spreken het nog een beetje, vaak hebben ze familie ergens in ons land. Men wil ook bijna altijd weten waar we vandaan komen. Ook dan blijkt, dat Nederland bekend is. Heel veel mensen zijn er wel eens geweest of kennen het in ieder geval.

Als plezierig werd de frequente aanwezigheid van schone en kosteloze openbare toiletten ervaren. 

Grappig was de treinrit met een oude stoomtrein (Kettle Valley Steam Railway in Summerland) waarbij je werd overvallen door een groep cowboys op paarden. Er werd met revolvers geschoten dat het een lieve lust was. Op die wijze kon je toch enigszins ervaren hoe de mensen zich gevoeld moeten hebben die het in werkelijkheid meegemaakt hebben. In ons geval werd alles weer goedgemaakt met een gezamenlijke barbecue. Ook leuk was het diner in het 360 graden draaiende en 350 meter hoge restaurant van de CN tower in Toronto. Op enig moment kun je in het (open)honkbalstadion kijken. Bij ons was er net een wedstrijd aan de gang. 

Bijzonder was de Glacier skywalk, waarbij je staande op een glazen doorzichtige bodem bijna 300 meter de diepte in kijkt. De eerste stap moet je bewust en durven zetten....Ook verrassend was de Tour met een bus door Ottawa. Tijdens de reis rijdt het voertuig het water in en gaat een poosje verder als boot. 

Interessant was het bezoek aan het Algonquin logging museum (liet zien hoe de houthakkers voorheen leefden), de Rideau sluizen in Ottawa, de basiliek Notre Dame in Montreal, Upper Canada Village (openlucht museum in Morrisburg) en de Hell’s Gate airtram over de Fraser River Canyon.

Fraai was de tocht over het Maligne Lake tot en met het wereldberoemde Spirit Island. Maar ook het uitzicht over de plm. 140 meter hoge waterval van de Helmcken falls in het Wells' Gray National Park was adembenemend.

Het hebben van een draaiboek hebben we als bijzonder prettig ervaren. Zeker als je met een groep(je) op stap gaat. Je hebt een leidraad, hoeft niet telkens meer te overleggen (dat is thuis al gebeurd) en de campings staan gereserveerd. We hebben tot vier keer toe meegemaakt dat de camping waarop wij stonden vol was. Het geeft je dan toch een prettig gevoel dat je je daar geen zorgen over hoeft te maken. Nadeel is wel, dat als je eventueel pech krijgt het schema in de war kan lopen. Wij hebben het draaiboek een aantal keren bijgesteld (die ruimte moet je wel daarvoor laten), vooral i.v.m. het weer. Achteraf gezien –dat is natuurlijk makkelijk praten – hebben we verstandige keuzes gemaakt.

Nu we het er toch over hebben, het weer is over het algemeen goed geweest. Heel warm in het oosten, soms heel koud (vooral ‘s-nachts) in de Rocky Mountains. Temperaturen onder nul. Verwarming is dan wel noodzakelijk, in ieder geval handig. Zeker als je wilt douchen in de camper....Weinig regen waar we echt last van hebben gehad; de regen die viel kwam over het algemeen in de nacht naar beneden of viel tijdens ons verblijf in het regenwoud. Wel behoorlijke regenval in Tofino. Om die reden hebben we het bezoek een dag ingekort en zijn we verhuisd in de richting van Victoria. Daar was het wel mooi weer.

De Campers zijn goed bevallen. De eerste week Fraserway, de laatste weken was Traveland de verhuurder. Beide premium verhuurders. Voertuigen zijn mooi, nieuw en schoon. Ook groot, maar dat was onze eigen keuze. De eerste week was het een model C-XLarge Motorhome (MH29-31S) van bijna 10 meter. Die van Traveland was een A klasse (A29) van bijna 9 meter. Beide voertuigen zijn 2.50 mtr breed. De A klasse is een soort bus, met een enorm raam aan de voorzijde. Je zit ook aanmerkelijk hoger dan in de overige RV’s. Je hebt dan ook een prachtig (uit)zicht. Ik vond dat wel prettig. Het rijden ging mij in beide voertuigen redelijk makkelijk af. Joop heeft het rijden met de Campers (vooral het laatste type) als minder leuk ervaren. Een persoonlijke smaak dus. 

Lastig vonden wij de volstrekt onlogische plaatsing van de riool- en wateraansluiting van de tweede camper. In 1 ruimte en erg moeilijk bij te komen. Schoonhouden van de ruimte is een crime. 

De voertuigen gebruiken de nodige brandstof. Je tankt weliswaar de goedkoopste benzine met een octaangehalte van 87, maar de prijsverschillen kunnen enorm zijn. Wel iets om rekening mee te houden. In het oosten betaalden we 96,9 dollarcent per liter (goedkoopste pomp), aan de andere kant kan de prijs aanmerkelijk oplopen. De duurste pomp leverde daar een liter voor 119,9 cent. Een verschil van maar liefst 23 dollarcent per liter tussen Oost- en West Canada.

Bewust hebben we twee Campers gehuurd. Dat is ook uitstekend bevallen. Je hebt toch je eigen privacy. We hebben lang niet elke avond in elkaars gezelschap doorgebracht, ook was het prettig om je eens in je eigen camper terug te trekken en bijvoorbeeld rustig een boek te lezen.
Consequenties zijn natuurlijk wel een duurdere huurprijs en een hoog gezamenlijk brandstofverbruik. Beide Motorhomes hebben samen een afstand van 9012 km afgelegd. Daarvoor was 2554 liter benzine nodig. Een niet gering gemiddeld verbruik van 1 liter op 3,5 kilometer. De totale benzinekosten bedroegen daardoor 2.811,62 dollar. Per RV derhalve: 1.405,81 CAD. 

De producten in de winkels zijn over het algemeen van dezelfde prijsklasse als in Nederland, zeker als je rekening houdt met de koers van de dollar. Wij hebben 0,70 eurocent gerekend voor 1 Canadese dollar. Waar om gedacht moet worden is dat op vrijwel alles nog een General Sales Tax (GST) wordt berekend. Dus ook op maaltijden, souveniers, kleding etc. Per provincie daarbij nog de Provincial Sales Tax (PST). Dus soms denk je dat de prijs meevalt, maar betaal je bij het afrekenen beduidend meer.
In dat verband moet ook rekening gehouden worden met het bijzondere fooiensysteem. Gebruikelijk is 10 tot 15%. Niets geven is zeer ongebruikelijk en zelfs onfatsoenlijk! Op het betaalapparaat waar je de creditcard in moet stoppen is het intikken van een bedrag of percentage voor de fooi een standaard onderdeel van de procedure.

Het hebben van een navigatie systeem is aan te raden, de Canadezen werken veelal met wegnummers met de aanduidingen noord, zuid, oost en west. Als je dat weet gaat het allemaal prima, zit je er minder goed in, verwacht dan niet te veel routeborden. De wegen zijn over het algemeen goed te berijden. Er is soms wel de nodige vorstschade aan het asfalt. Dat wordt dan over het algemeen in de vier/vijf beschikbare zomer maanden hersteld.

Eind augustus t/m september is een goede reisperiode. De Indian Summer gaat van start waarbij de bladeren van de diverse bomen de meest enerverende kleurpatronen aannemen. 

Het maken van een reisblog is leuk, maar best inspannend en er gaat ook veel tijd in zitten. Maar daarna heb je dan ook wel gelijk een soort dagboek. Want door alle opgedane indrukken moet je soms diep nadenken wat je een paar dagen geleden ook al weer hebt gedaan. Jammer dat de reacties op het reisblog de eerste drie weken niet zichtbaar waren. Een foutje van en een minpuntje voor de IT afdeling van Travelhome.  

Ging er dan helemaal niets mis of viel er wat tegen? Natuurlijk wel. Het bezoek aan Hat Creek ranch viel bijvoorbeeld erg tegen. Weinig te zien en te beleven. Net zoals de Spiral Tunnel Viewpoint. Als er geen trein rijdt, is het moeilijk te zien en kost het de nodige verbeeldingskracht om je voor te stellen wat er gebeurt als er daadwerkelijk een trein rijdt. Ook viel in ons geval het bezoek aan Lake Moraine tegen. De weerspiegeling van de bergen zorgt vaak voor fabelachtige beelden. Bij ons was het steenkoud met heel veel wind. Golven op het water en niets wat op weerspiegeling leek. We waren daar dus op het verkeerde tijdstip.
 Joop heeft wat problemen gehad met de slide out van de tweede camper. Achteraf blijkt dat soort storingen wel meer voor te komen en was de storing eigenlijk zo verholpen. Ja, weet dat maar. Bij ons deed de enige aanwezige sigarenaansteker het niet, waardoor tijdens het rijden de Tom Tom niet oplaadde, daar hadden we gelukkig twee powerbanks voor. De motor van de afzuigkap stopte er na een week mee. We hebben een extra camping moeten zoeken en dus ook extra moeten betalen omdat we het draaiboek (regen in Tofino) hebben aangepast. Over het algemeen en naar onze mening niet al te grote zaken, die in elk geval het vakantieplezier geenszins hebben bedorven. 

Resumerend kunnen we stellen, dat de reis in vrijwel alle opzichten aan de verwachtingen heeft voldaan. Canada is een bijzonder mooi en veilig land, met schitterende natuur. Ook heel divers, er is van alles wat. Het is zeker te overwegen om een reis naar Canada te maken, het is ons uitstekend bevallen.. 


Mocht iemand die dit leest belangstelling hebben voor het door ons gebruikte draaiboek, stuur me dan een mail (dirk.kuiper@kpnmail.nl) en ik stuur het je toe. Ook heb ik een begroting beschikbaar zodat je vooraf rekening kunt houden met de te verwachten kosten.

Reacties

REAGEREN

Families Kuiper & van Heuveln

CAMPERREIS IN OOST & WEST-CANADA

augustus/september 2016