30+ jaar
3.27.0.10@P-CD05 (201005 1416)

Amsterdam - Toronto

Rond een uur of 1 vertrekken we richting Schiphol. Het is schitterend zomerweer geworden. Eindelijk. Zonde om weg te gaan, want de vooruitzichten in Toronto zijn minder zonnig. Maakt niet uit, wij gaan gewoon lekker een week genieten.


Op Schiphol maken we gebruik van Smart Parking. Het lang parkeren hebben we vooraf gereserveerd, wat nogal wat scheelt. Met de shuttlebus worden we naar de vertrekhal gebracht. Air Transat heeft geen eigen balie, maar alles wordt snel en netjes geregeld aan de incheckbalie. We vliegen Option Plus wat ons extra beenruimte en service belooft. Dat is wel prettig. We drinken lekker koffie in het zonnetje voordat we door de douane gaan. In het Amsterdam Café eten we een hapje en daarna mogen we al naar de gate. Omdat we Option Plus zijn, mogen we als eerste boarden. We hebben samen drie stoelen met extra beenruimte en dat is prettig, want de stoelen zijn niet echt heel breed. De service is vriendelijk en de vlucht verloopt probleemloos. Een half uurtje te vroeg landen we al en ook de immigratie verloopt snel en probleemloos. Toronto Airport is netjes, maar vrij kleurloos. Niets bijzonders aan. Op de bagage moeten we even wachten en dan kunnen we toch onze shuttle zoeken. Buiten bij hoteltransportation C22 is de plek waar de hotelshuttles langs komen en de eerste bus die voorbij komt is de onze. Die gaat naar het Carlingview Hotel. Zo lang als ik me kan herinneren boeken we dit hotel al bij Travelhome. Het ligt op 10 minuten rijden en het hotel is verder netjes. Kleine lobby, waar in de ochtend een continental breakfast wordt geserveerd. Onze kamer ligt aan een lange gang en is netjes en precies zoals je bij een Amerikaanse hotelkamer verwacht: badkamer met twee Queensize bedden. We zijn moe en na een douche genomen te hebben gaat het licht letterlijk uit.

Toronto – Niagara Falls

Om half vijf worden we al wakker. Niet zo gek, want voor ons gevoel is het al half 11. We proberen nog wat te dutten, maar echt slapen lukt niet meer. Rustig starten we dus maar op, koffie zetten, lekker in bad een boekje lezen... Honger hebben we ook wel een beetje en een ontbijt dat bestaat uit een muffin en een kop koffie, dat in de lobby klaarstaat, zitten we niet op te wachten. Als gast van het Carlingview Hotel kun je gebruik maken van de faciliteiten van het ernaast gelegen Marriott Hotel. Daar eten we lekker een ontbijtbuffet met ei, spek en hashbrowns. Lekker vet, maar ideaal om de dag te starten. Om half negen laten we een taxi komen die ons naar Canadream brengt. Normaal haal je de camper in de middag pas op, maar omdat we al achterlopen op schema kunnen we de camper, op verzoek, toch in de ochtend al halen, als we zelf met een taxi kunnen komen. Geen probleem. Die brengt ons in 20 minuten naar het verhuurstation. Kosten $35.


Er staan een stuk of 10 campers klaar en bij de receptie zijn geen andere gasten. Gelukkig, want nu zijn wij meteen aan de beurt. Een aardige Canadream medewerker legt ons alles uit. Het online inchecken heeft niet zo heel veel zin, want hij doorloopt al het papierwerk nog een keer. Ondertussen vraag ik om een rondleiding. Na al het papierwerk lopen we naar onze camper waar we een uitleg krijgen. We hebben het natuurlijk al vaker gedaan, maar toch is het fijn om wat dingetjes nog een keertje te doorlopen. De camper ziet er netjes uit, wel een beetje oubollig. De camper, een MH-B (mini) lijkt het meest op een C25 die we van Cruise America kennen, maar is toch wat luxer afgewerkt. Er is ook voldoende opbergruimte voor koffers e.d. Ook slaap je in de bovenslaper in de lengte in plaats van in de breedte. Hij is iets hoger dan de C25, wat een minder beklemmend gevoel geeft. Rond half elf zijn we klaar en kunnen we vertrekken. Eerst even boodschappen doen bij de nabijgelegen Wal-Mart. Erg groot en onwijs veel spullen, maar let op; géén verse groenten of fruit. Dus voor echte eerste inkopen is het beter om naar een echt supermarkt te gaan. Gelukkig is er op de parkeerplaats een Farmers market. Een groente en fruitmarkt. Hier treffen we meteen twee Nederlandse verkopers, die jaren geleden naar Ontario geëmigreerd zijn. Vrij kenmerkend voor dit gebied. Wij kopen worstenbroodjes en krentenbollen.


Om twaalf uur vertrekken we dan toch richting de Niagara Falls. De beloofde regen is nog niet in zicht, eigenlijk is het heel aardig weer. Lekker temperatuurtje en vol goede moed vertrekken we zuidwaarts. Het is ca. 90 minuten rijden. Onderweg rijden we door zeer industrieel gebied, weinig inspirerend. Af en toe langs de kustlijn van Lake Ontario, maar een vakantiegevoel krijg je d’r niet echt bij. Wel enorm groot hoor zo’n meer. Het heeft gewoon golfslag zoals in de zee. Gek is dat. Onderweg hebben we file in verband met een ongeluk, maar we hebben geduld. Het wordt steeds bewolkter en als we in de buurt van Niagara komen begint het dan toch te regenen. Balen, niets aan te doen. We rijden toch meteen richting de Falls. Wat een kermis is Niagara Falls eigenlijk. Overal hotels, restaurants, musea zoals Ripleys en Madam Tussauds, casino’s alsof je in een combinatie van Las Vegas, de kermis en Volendam komt. We kunnen met de camper tot langs de weg die langs de Falls leidt komen en vanuit de camper zien we al een eerste glimp. Hier is de omgeving wat lieflijker met veel bomen, een parkachtige omgeving en bloemen. We parkeren de camper bij de Skylon Tower en betalen het dubbele tarief. De parkeerwachter heeft weinig humor en heel serieus legt hij ons uit dat we dubbel moeten betalen omdat we twee keer zo groot zijn als een auto. Ook moeten we om middernacht weg zijn want anders worden we weggesleept. Tuurlijk. We pakken lekker een ijsje uit de vriezer en lopen op ons gemakje door de regen, die gelukkig niet zo erg is, naar de waterkant.


Het gebulder van de watervallen komt ons al tegemoet. Indrukwekkend geluid. We besluiten om eerst de Maid of the Mist te gaan doen. De helikoptertour, die we eigenlijk als eerste wilden doen, kan nu niet in verband met het weer, jammer! De kaartjes die Niagara Tourism voor ons geregeld heeft liggen al klaar en we kunnen zo, met onze blauwe plastic regenponcho, aan boord. De poncho is niet alleen nodig voor de regen, want ook de waterdruppels van de watervallen maken je behoorlijk nat. Eerst vaart de boot naar de American Falls. Die is minder breed en we kunnen heel dichtbij komen.  Om ons heen cirkelen hele zwermen meeuwen. Daarna vaart de boot naar Horseshoe Falls. De watervallen in de vorm van een hoefijzer zijn zeer indrukwekkend. Het opspattende water veroorzaakt een enorme mist  die in het midden van de waterval blijft hangen. Daar ligt de boot een tijdje stil en deze lijkt op te willen boksen tegen de krachtige waterstroom. Wat een geweld, niet normaal hoor! Iedereen wordt drijfnat. Heel leuk om de waterval van zo dichtbij te zien. De tocht duurt een half uurtje. Nat, maar voldaan lopen we langs de waterkant richting Table Rock, naar de plek waar het water vanaf Lake Erie naar beneden valt. Het water stroomt uiteindelijk Lake Ontario in. Weten we dat ook weer.


Ondertussen is het zonnetje toch doorgebroken en deze belicht de waterval heel mooi. Bovendien ontstaat er een pracht van een regenboog boven de waterval, kijk dat pikken we toch mooi mee. Hier en daar stoppen we om te genieten van het uitzicht en maken veel te veel foto’s. Hier, aan de basis van de Falls, halen we nog een pas op die ons voorziet van toegang tot allerlei andere attracties. We doen eerst de Story behind de Falls. Weer krijgen we een regenponcho en weer is die nodig. Met een lift gaan we naar beneden en kunnen een stuk achter de Falls lopen. Op sommige stukjes kun je deze zien en de kracht van het water is indrukwekkend, maar eerlijk gezegd zie je maar weinig. Op een platform kun je tot vlakbij de waterval komen. Ook hier is het vooral erg nat met veel opspattend water. Langs de verplichte souvenirshops waar je niet aan ontkomt, drinken we koffie en besluiten de ‘Fury’ te doen. Een soort simulatie met een verhaal over de Falls. Leuk op zich, maar toch hebben we een beetje het gevoel dat Niagara uiteindelijk gaat om vooral zoveel mogelijk geld verdienen waarbij de watervallen uitgebuit worden en omgeven worden door een grote kermisattractie. Eigenlijk genieten we nog het meeste van het lekker buiten wandelen en genieten van het zonnetje dat ondertussen is doorgebroken. In de lucht cirkelen de eerste helikopters rond. We zijn toch wel erg moe en besluiten vandaag alleen nog de Skylon toren op te gaan. Nu is het mooi weer en het uitzicht hier is natuurlijk vooral fantastisch als het mooi weer is. Met een snelle lift aan de buitenkant van de toren schieten we de lucht in en worden met een prachtig uitzicht beloond. Vanuit hier zien de watervallen er ook prachtig uit en bovendien heb je ook zicht op waar het water vandaan komt. Machtig is het.


Als we weer naar beneden gaan besluiten we lekker onze camping op te zoeken. Zodra we Niagara uitrijden zien we vooral vergane glorie. Het lijkt erop dat niet iedereen het hier zo goed heeft. Na een km of 7 ligt onze camping Campark Resorts aan de rechterkant van Lyndy’s Lane. Een grote ‘barn’ is de eyecatcher van de camping. We worden verwacht want enthousiast komt de dame van de camping ons welkom heten en nodigt ons meteen uit deel te nemen aan de ‘Haunted Tour” die ieder weekend van oktober tot Halloween wordt georganiseerd in het donker. Maar eerst gaan we eten, rijst en chili. De camping is nog niet voor de helft bezet en dan vooral met vaste gasten met grote trailers en complete tuintjes. Toch heeft de camping wel wat. We maken een lekker vuurtje. Het eten pruttelt en ik ruim de spullen in. Bij het knapperende vuurtje eten we lekker en besluiten om toch maar naar de haunted Hayride te gaan. We zijn eigenlijk erg moe, maar als we zo enthousiast uitgenodigd worden moeten we toch maar gaan. Op een open trekkerskar nemen we plaats. Het blijkt echt een hele leuke rit te zin. Erg enthousiaste griezelfiguren, zombies en ander eng gespuis jaagt ons de stuipen op het lijf. Soms lukt het nog ook. Niets is te gek en langs bewegende grafzerken, dolende priesters, omvallende huizen en aan touwen bengelende lichamen worden we rondgereden. Een verrassend einde van de dag. Hierna zoeken we toch ons nestje op en gaan lekker slapen.

Campground: Campark Resort Best Holiday Trav-L Park

Afstand: 125 km

Niagara Falls – Wasaga Beach

Als we wakker worden horen we al de regen op onze camper tikken. Niet hard, maar het belooft niet veel goeds. We waren van plan om de helikoptertour die gisteren niet meer kon vandaag te gaan doen, maar helaas zal dat niet gaan. We hebben dan ook geen haast om op te staan. Eric maakt een lekker ontbijtje met gebakken stokbrood, lekker met tonijn, tomaat en ui en koffie op bed. Weer een goede bodem. We gaan niet meer naar Niagara en besluiten om meteen door te rijden naar St. Jacobs. Het regent niet meer, maar is nog wel zwaar bewolkt. Rond half tien rijden we aan. De weg naar St. Jacobs is niet heel interessant. Beetje landelijk, zonder echt spectaculair te zijn. Binnen een uur en drie kwartier zijn we gearriveerd. Géén enkel Mennonieten koetsje te zien, wel is duidelijk waar de Farmersmarket te vinden is. In tegenstelling tot onze verwachting wordt de markt niet alleen door Mennonieten gerund, en zien we in het begin alleen maar meuk. Als we verder lopen komen we uit bij kraampjes die wel gerund worden door de typische Mennonieten. Vrouwen met kanten kapjes in zwarte jassen en mannen met zwarte hoeden. Heel apart. Achter hun kraampjes staan de zwarte paardenkarretjes geparkeerd. Ze verkopen vooral maple syrup, fruit, taarten e.d. Het is er behoorlijk druk. Gezellig, toch hadden we een ander sfeertje verwacht. Na een uurtje rondgelopen te hebben, rijden we verder naar St. Jacobs, ook een lieflijk dorpje, maar ook weer zonder de typische paardenkarretjes. Als we na een tijdje rijden langs de kant van de weg een paard aan een boom en aan de andere kant een paardenkarretje zien staan, stoppen we om wat te kopen. Een oude man komt uit zijn karretje en verkoopt ons een fles Maple Syrup en Cinnamon roles.


De weg naar Wasaga Beach gaat kriskras door het voornamelijk vlakke akkerbouw landschap. De ene boerderij met silo na de andere. Geen wonder dat veel boeren hier heen getrokken zijn. De rit naar Wasaga Beach is lang en het is bewolkt. Onderweg kopen we wat firewood bij een stel geëmigreerde Duitsers. Volgens hen gaan we naar het Miami Beach van Ontario. Als we aankomen in Wasaga Beach rijden we eerst naar Hurion Bay. Het is waar, het meer is zo groot dat het lijkt alsof je bij een zee aankomt, compleet met golfslag. Heel apart. Het strand is verlaten en er waait een gure wind. Het loopt al tegen de avond en we zoeken een camping op. Het dorpje heeft een ogenschijnlijk gezellige toeristenuitstraling, hoewel het nu zo goed als verlaten is. Maar om het nu het Miami van Canada te noemen vind ik ook wat overdreven. Een camping is wel zo gevonden en in een oude locomotief die nu dienst doet als campingreceptie, betaal ik 40$ voor een plekje op een bijna verlaten camping. Eric steekt het vuur aan, maar we voelen ons toch een beetje bekocht, want het hout wil niet branden. Na een op de Farmers Market gekocht brood gegeten te hebben, gaan we lekker naar binnen, kacheltje aan, Maple Syrup proeven. Al vroeg gaan we slapen want we zijn best moe.


Camping: Gateway Camping

Afstand: 290 km

Wasaga Beach – Algonquin NP

We besluiten via Midland naar Algonquin Park te rijden. Midland is een wat noordelijker gelegen plaatsje waar voor Canadese begrippen historische waarde ligt. Het dorpje zelf is vrij verlaten op deze zondagochtend. Wat bijzonder is, is dat er overal muurschilderingen te zien zijn. Erg leuk. Het dorpje zelf stelt niet zo heel veel voor en in het boekje over Ontario hebben we gelezen dat hier een Wildlife park ligt, Wye Marsh. Op hwy. 12 is het vrij snel gevonden. Het ligt naast een Heritage museum dat de geschiedenis van het dorp vertelt. Wij gaan voor de natuur. Het park is een wandel en kanogebied dat door een soort moerasachtig ven loopt. De bewolking neemt toe en tijdens de wandeling begint het te druppen. De keuze, wel of niet kanovaren is dan snel gemaakt. Niet dus. Dat gaan we in Algonquin wel doen. Het natuurgebied is wel bijzonder en op de achtergrond zien we de herfstkleuren al fraai afsteken tegen de donkere lucht. Na een uurtje wandelen, rijden we verder. Hwy. 12 noord is erg mooi. De herfstkleuren met aan weerszijden watertjes en grote rotsen is zeer aantrekkelijk. Hoe dichter we bij Huntsville komen, hoe mooier de kleuren.


Als we in Huntsville komen parkeren we en lopen het stadje in. Er hangt wel een gezellig sfeertje. Het is de laatste grote plaats voor Algonquin. We kopen een kerstornamentje als herinnering, je kunt per slot van rekening niet vroeg genoeg beginnen. Maar we komen voor Algonquin Park en rijden snel door. De dreigende bewolking is niet iets om vrolijk van te worden. Bij Algonquin Outfitters informeren we naar een kanotocht, maar daar wordt ons doodleuk verteld dat die waarschijnlijk niet door gaan in verband met het weer. Balen, hoezo regen? Dat hadden we niet besteld. We zien wel en bij het vistorcenter melden we ons. Daar doen ze behoorlijk ingewikkeld over campings en permits en hoe je die wel kan betalen. We geloven het wel en gaan lekker een wandeling maken bij Whiskey Rapids.


Even de benen strekken door het bos, langs een riviertje. Bij rapids stel je je kolkend water voor, maar dat is het toch niet. Mooi is het wel. Na een uurtje rijden we verder en stoppen hier en daar. Bij het meer hangt een telefoon en we zien dat mensen met flessen wijn in hun hand met iemand bellen. Daarna komt er een bootje aan. Erg leuk, want het blijkt een bootje naar een logde te zijn waar je kunt eten. Je moet je eigen wijn meebrengen. We nemen ons voor er morgenochtend te ontbijten en rijden door naar de camping Mew Lake. De ranger kijkt lichtelijk paniekerig als ze zegt dat ze geen site met elektriciteit meer heeft. Boeien, we willen gewoon een mooi plekje, en die heeft ze. Direct aan het meertje een grote vrije plek. Erg mooi. Al snel brand een knapperig vuurtje en krijgen we bezoek van een eekhoorn. We gooien een pizza in de oven en laten ons niet hinderen door de lichte regendruppeltjes die beginnen te vallen. Hoewel, dat worden er al gauw meer en moeten we wel naar binnen. We zetten een filmpje aan. Het einde halen we niet, want de luikjes gaan toe.


Camping: Mew Lake Alongonquin NP

Afstand: 255 km

Algonquin NP – Ivy Lea

Aaah, het regent. Balen. En het ziet er ook niet uit dat het gauw zal stoppen. Echt jammer. Wat nu? We wilden zo veel. Fietsen, kanoën, ontbijten bij de Bartlett lodge. In de regen is er niet veel aan. We gaan naar het visitor center en bekijken de op zich wel interessante expositie over het park. Worden we in ieder geval wat wijzer van. Een ranger vertelt ons welke route we kunnen doen en we kiezen voor The Lookout. Een korte steile wandeling dat ons een prachtig uitzicht belooft. En inderdaad op het uitzichtpunt hebben we een fantastisch uitzicht over de uitgestrekte bossen met de prachtige herfstkleuren in rood, geel, oranje, bruin en groen.


Op een heldere dag zou het fenomenaal geweest zijn. En het begint nog harder te regenen. Een eventuele tweede wandeling laten we dan ook voor wat het is en we besluiten niet in het park te blijven en door te rijden naar Bon Echo Park, het provinciaal park halverwege Kingston. De weg ernaar toe is ondanks de regen en bewolking erg mooi. De goede wegen leiden langs bossen met herfstkleuren kris kras naar het zuiden. Steeds stukjes van een km of vijftien. Als we bij Bon Echo aankomen, regent het echter nog steeds en het is koud. Niet ideaal om lekker te relaxen of te wandelen en omdat we het eigenlijk een beetje gehad hebben met de regen, kiezen we ervoor om verder te rijden. Dan hebben we een dag ingehaald. De Tomtom geeft aan dat Gananoque, gebied van 1000 Islands maar anderhalf uur rijden is. Goed te doen dus. We hebben een camping opgezocht in Ivy Lea en we hoeven niet bang te zijn dat er geen plaats meer is, want we zien maar één camper op het terrein staan, die niet bewoond is. De plekken zijn ruim, maar saai.


Als we verder de camping oplopen zien we dat het eigenlijk best een heel mooi terrein is. We snappen die Canadezen niet echt. Zij kiezen vaak voor gemak in plaats van een mooi plekje uit te kiezen. Er staan nog meer trailers, maar geen een is in gebruik. Raar hoor. Het is duidelijk buiten het seizoen nu. We maken lekker spaghetti met meatballs klaar en eten bij het vuurtje buiten. Het zal toch niet waar wezen? Weer regen en weer naar binnen. Dan maar het laatste deel van de film kijken. Morgen wordt het echt beter……


Campground: 1000 Islands Camping Resorts

Afstand: 348 km

Ivy Lea – Presqu'ile

Voorzichtig blikken we uit het raam. Bewolking. Aaaah. We willen zonneschijn! We laten ons niet gek maken en na de tanks leeg gedumpt en water gevuld te hebben rijden we naar Rockport voor een tocht over het water langs de 1000 Islands. Je kunt wel zien dat het een gebied is waar veel geld zit. De omgeving is mooi en er staan prachtige huizen. Rockport is een schattig dorpje waar de boot van 1 uur moet vertrekken. Maar niet vandaag, nee, die boot gaat pas over twee uur. Dan maar naar Gananoque. Hoe spreek je dat in godsnaam uit? Het dorpje ligt op zo’n twintig minuutjes rijden en we kopen een kaartje. Alleen een tocht van 2,5 uur mogelijk. Ook goed, nu we er toch zijn. We ontbijten in de camper met verse broodjes die we net in het dorpje gekocht hebben. Om tien uur vertrekt de boot. Die leidt ons langs honderden eilandjes, groot en klein, met grote en kleine huisjes er op.


Je kunt je wel voorstellen dat het hier in de zomer een walhalla van watersportliefhebbers moet zijn. Erg leuk. Het ene bizarre huis na  het andere wordt ons getoond op Millionaire's row. Niet normaal hoe groot en decadent. Daarna hebben we het eerlijk gezegd wel een beetje gezien. En waar is die beloofde zon? Nou ja, zon is ons niet beloofd, maar de miezer die toch weer begint is ons ook niet beloofd. De temperatuur is lekker, dat dan weer wel. Als we aanleggen weten we inmiddels ook dat Gananoque wordt uitgesproken als kga-na-nok. Interessant. We starten meteen de motor en rijden richting Kingston. Via de kustweg rijden we er naar toe. Kingston was voorheen de hoofdstad van Canada en City Hall heeft ook de typische Capitool koepel. Er hangt een gezellig sfeertje hier. De camper kunnen we vrijwel in het centrum parkeren. Wel twee kaartjes kopen, omdat we twee plekken bezetten. We lopen wat door het dorpje en gaan op een gezellig terrasje met uitzicht op het Capitool een verrassende latte drinken. Iets spannends met kaneel en Maple syrup en slagroom. We moeten even wachten op de tweede ronde, want de eerste latte werd omver geduwd. We krijgen een nieuwe en hij smaakt heerlijk. En, nog een bof, want het zonnetje breekt eindelijk ook door. Rond half drie vertrekken we weer op weg naar de volgende bestemming: Presqu’ile Provincial Park. We nemen een detour, alleen wil de tomtom niet meer werken. We hebben gelukkig ook een kaart gekocht. Via Prince Edward willen we rijden. Het begin is niet bemoedigend, want het lijkt  de meest saaie weg van de hele reis. Maar schijn bedriegt, want als we in Picton aankomen, blijkt dit een erg leuk idyllisch dorpje te zijn en de weg voert verder alleen maar langs schattige, kleurrijke dorpjes met prachtige houten huisjes. Je krijgt hier echt een Good-feeling gevoel van.


Aan de linkerkant strekt Lake Ontario zich eindeloos uit. Aan de rechterkant boerderijtjes en grasland, afgewisseld met bosjes. Beter dan de snelweg dit. Na een tijdje komen we aan bij Presqu’ile Provincial Park. Het kantoor is net gesloten en ook bij het ontvangsthuisje is niemand te vinden. We willen hier toch wel erg graag overnachten en een vriendelijke ranger komt net het kantoor uitgelopen. Ze heet ons welkom en zegt dat we maar een plekje moeten uitzoeken dat ons aanstaat. Morgen kunnen we dan komen betalen. Dit is en blijft echt een fijne relaxte manier om te reizen. We rijden het park in, richting campground en vinden een prachtig plekje helemaal aan het eind, aan het water. Fantastisch! De lucht is strakblauw en de temperatuur is nog heerlijk. Het voelt echt geweldig om hier te zijn. Eindelijk echt heerlijk najaarsweer: ideaal campingweer. Het uitzicht over het meer is fantastisch en behalve aan de waterkant zijn er weinig andere mensen op de camping. Nadat we geïnstalleerd zijn maken we een wandeling langs het water naar het puntje van het schiereiland. Helemaal tot het einde mag niet want de vogels die hier leven zijn beschermd. We slenteren terug en verzamelen wat klein hout om dadelijk een vuurtje aan te kunnen maken.


Met een wijntje en biertje installeren we ons al gauw rondom een knapperend vuurtje. Dit is genieten. We blijven dus de hele avond zitten en genieten van een prachtige zonsondergang. De volle maan komt op en er trekt een prachtig verlichte straat over het water. Het kabbelende water roept. “kom d’r in, kom d’r in”. Ook al is het inmiddels oktober en ook al hebben we helemaal geen zwemkleding meegenomen, laat het ons niet weerhouden om het water in te gaan in de volle maan. We voelen ons net een stel hippies. Als we het water uitkomen is het wel frisjes maar met een dekentje bij het kampvuur is het al snel weer aangenaam. Dit zijn de avonden die maar zo af en toe voorbij komen. En als ze d’r dan zijn, moet je er vol van genieten.  En dat hebben we gedaan.


Camping: Presqu'ile

Afstand: 210 km

Presqu‘ile – Jordan

Als we wakker worden horen we het kabbelende water al. Niet van de regen, maar van het meer. De zon is al weer op en staat aan een strakblauwe lucht. Zonde eigenlijk om verder te gaan. Na een lekker ontbijtje in het ochtendzonnetje en een prachtige vlinder, die veel voorkomen in dit park, moeten we toch vertrekken. De weersvooruitzichten zijn perfect en vandaag moet het toch mogelijk zijn om die helikoptertocht boven Niagara Falls te kunnen maken. De lange rit hebben we er wel voor over. We nemen de snelweg, ook al lijkt de weg langs het meer mooier, maar je kunt niet alles hebben. Ik rij en heb me voorgenomen om voordat we bij Toronto zijn het stuur over te dragen. We zijn er sneller dan verwacht en de hoge torens doemen op aan de horizon. De snelwegen in Canada hebben niet van die eenvoudige restarea’s of vluchtstroken waar je ‘even’ van af kan. Ik heb dan ook weinig keus en zal met de camper dwars door Toronto moeten rijden op een wirwar van snelwegen.


Ik blijf lekker op één baan rijden en manoeuvreer zo door de stad. Het is druk, maar alles verloopt prima. Niemand rijd gestresst. Dat zijn we in Nederland wel anders gewend. We verlaten de stad en dan heb ik toch wel behoefte aan een koffietje. Die nemen we ergens bij een benzinestation, waar je ook de weg voor af moet en rijden daarna rustig verder naar Niagara Falls. Na deze enerverende week zijn we toch wel moe en daarom rijden we linea recta naar het helikopterbedrijf. Het is er erg rustig. Er staan een aantal helikopters klaar en dat ziet er erg indrukwekkend uit. Al gauw komt er een helikopter terug en dat is helemaal indrukwekkend.


We worden al verwacht, maar moeten wachten omdat ze ons met andere gasten mee willen laten vliegen. Het is niet anders en we gaan lekker in het zonnetje zitten. Na een half uurtje is er echter nog steeds niemand en net als we een broodje hebben besteld worden we geroepen. We gaan vertrekken. Geweldig, alleen de piloot en wij. Dat broodje kan wachten. Natuurlijk worden er foto’s gemaakt en voor we het weten zitten we in het toestel, ieder aan een raampje en een moment later verdwijnt de aarde onder ons. Bizar gevoel om alles zo snel onder je kleiner te zien worden. In no time vliegen we boven de rivier richting de watervallen. Het uitzicht is spectaculair en we genieten enorm. Het is echt heel leuk. De watervallen worden vanuit verschillende kanten bekeken en voordat we het weten koerst het toestel al weer terug. De landingsplek zien we binnen 10 minuten dus al weer onder ons verschijnen. Maar wel een geweldige 10 minuten. Als we terugkomen zijn de foto’s al klaar. Veel te duur natuurlijk, maar eentje kan ik toch niet laten liggen. We kunnen nog gebruik maken van onze pas voor attracties, maar we zijn een beetje moe van alle indrukken.


We gaan daarom alleen naar de Whirlpool Aero Car. Dit wil ik toch ook nog wel meemaken. Met een kabelbaantje over de kolkende rivier. Een extra bezienswaardigheid is het blik Koreanen of Japanners dat opengetrokken is en met ons in het trammetje staat. Echt grappig. De attractie zelf stelt niet veel voor en we lachen er maar wat om. Wel heerlijk in het zonnetje in het najaar briesje. Hierna willen we toch echt niets meer doen in Niagara en we gaan op zoek naar een camping.


Omdat we morgen naar Toronto willen kiezen we ervoor om alvast richting het noorden te rijden. Per slot van rekening is Toronto zeker anderhalf uur rijden. Halverwege gaan we de snelweg af en al gauw rijden we in landelijk gebied waar veel wijngaarden en wijnhuizen zijn. De omgeving lijkt bijna een beetje gekunsteld, té mooi. De camping die we in een gids opgezocht hebben is snel gevonden. Het is een mooie, zeer goed onderhouden camping, maar net als de omgeving ziet het er een beetje gemaakt uit. We zien dat het veld bij het riviertje zo goed als leeg is en daar willen we staan. Dat kan niet want het veld is door de regen veel te drassig. We kiezen dus een ander plekje en met een boek en wat lekkers installeren we ons later alsnog op het veldje in de zon. Per slot van rekening moet er af en toe ook gerelaxt worden.


In de avond maken we ons laatste kampvuur op en als het hout op is, gaan we naar binnen. Morgen is het vroeg dag en we maken het niet laat.


Camping: Jordan Valley Campground

Afstand: 370 km

Jordan – Toronto

Al vroeg gaan we op weg naar Toronto. Ochtendspits, natuurlijk. Niet heel handig, maar goed. We dubben een beetje over wat we doen. Eerst naar de camping om dan met het openbaar vervoer naar de stad te gaan of toch met de camper het downtown gedeelte van de stad in met het risico dat we de camper nergens kwijt kunnen. We moeten toch ergens overnachten dus we kiezen voor het eerste. In het noorden van Toronto is een camping die we vrij makkelijk kunnen vinden. Alleen dikke pech, er is nog niemand. Het kantoor is nog niet geopend. Omdat we maar één dag hebben voor Toronto willen we eruit halen wat er in zit. Deze camping is particulier en we ‘durven’ hier niet zomaar te parkeren en vertrekken. We onderzoeken ondertussen maar even hoe we het beste naar de stad kunnen. Alle informatie ligt echter in het kantoor. Balen.


Gelukkig komt er net een stel aan die eruit zien of ze ook naar de stad gaan. Zij vertellen ons hoe het werkt en gelukkig komt op dat moment het meisje van de camping eraan. Ze zegt ons een plekje te zoeken en dat we morgen kunnen betalen. Hadden we dat maar geweten. We droppen de camper snel zodat we de eerste bus kunnen halen. Die stopt op een paar honderd meter van de camping. De bus brengt ons naar een metrostation – Yorkdale, overigens is dat ook een grote shoppingmall, vanwaar we de metro pakken naar de stad. Je moet hiervoor een token kopen. Dat doen we meteen voor de terugweg. Uiteindelijk zijn we wel een uurtje onderweg van camping tot de stad, maar als we dan de metro uitgang uitkomen, is het eerste wat we zien de CN tower in volle glorie in het kloppende hart van de stad. Wat een andere sfeer en ondanks het feit dat ik veel energie krijg van prachtige natuur, vind ik dit toch ook wel geweldig. We eten een heerlijke Hotdog bij een kraampje en slenteren wat rond. We kunnen gebruik maken van een hop-on hop-off pas en besluiten om die op te zoeken en een hele ronde te maken. Het haasten en de afgelopen week heeft ons ook wel vermoeid en dit lijkt een ideale manier om de stad te bekijken. Kunnen we daarna bepalen wat we willen gaan doen. Het is inderdaad een ideale manier en de open dubbeldekker rijdt rustig door de stad.


Eerst langs de CN Tower, wooow, wat is dat ding hoog, langs de waterkant, langs verschillende oude wijken om daarna het downtown gedeelte van de stad in te rijden. Net New York, maar dan wat gemoedelijker. Je voelt aan alles dat hier een mengelmoes van culturen woont. Prachtig. Volgens de dame van de bus company wonen er mensen uit meer dan 110 verschillende landen in de stad. De prachtige gebouwen zijn indrukwekkend en ook de hoge wolkenkrabbers spreken tot de verbeelding en overal doemt de CN tower weer op. We laten ons afzetten bij de boot, die een tocht maakt over het water en een spectaculair uitzicht over de skyline van de stad belooft. De toch is inbegrepen bij de tour. Net op tijd kunnen we aan boord en de boot vertrekt meteen. Het uitzicht is inderdaad sensationeel en tegen de strakblauwe lucht vliegen kleine vliegtuigjes af en aan naar het kleine cityvliegveldje in de stad. De wolkenkrabbers en het Rogers’ stadium tekenen scherp af en de CN Tower staat prominent in het midden. Daarna gaat het bootje een recreatiegebied in. Het schijnt hier heerlijk te zijn om lekker te fietsen of te picknicken, maar helaas hebben we daar geen tijd voor.


Na drie kwartier zijn we weer terug aan de kade en wandelen richting CN Tower. Nu willen we er ook in. Het is een drukte van belang en als we een kaartje hebben, gaan we met een supersnelle lift omhoog. Héél hoog. De CN Tower is de hoogst vrijstaande toren ter wereld. Boven aangekomen is het uitzicht geweldig. De gebouwen en auto’s en boten in het water zijn heel klein. Het lijkt wel Madurodam. We kunnen mooi de bus route bekijken die we gedaan hebben. In dit deel van de toren is ook een glazen bodem waar je overheen kunt lopen. Het lijkt dan alsof je boven het ‘niets’ loopt. Op de een of andere manier is dit heel gek, beetje eng ook. Het druist in tegen je gevoel om hierover heen te lopen, maar dat maakt het ook heel spannend. Eric ziet het echt niet zitten en al helemaal niet als ik uitgestrekt op het glas ga liggen. Stiekem vind ik het ook spannend. Sinds kort is er nog een nieuwe attractie. Aan de buitenring van de toren kun je via gezekerde kabels aan de buitenkant hangen. Een soort abseilen. Bizar. Het kost ‘slechts’ 175$. Niet aan ons besteed. Als we weer beneden zijn zien we de mensen aan de buitenkant hangen en eerlijk is eerlijk het ziet er spectaculair uit. We laten de toren voor wat die is en lopen richting downtown. We hebben weinig zin om te lopen en de bus komt voorlopig nog niet. We willen graag naar het Eaton Shopping Center bij Yonge Street maar dit is zeker een half uur lopen.


Aan de straatkant staat een jongen met een futuristische riksja. Ik vraag hem hoeveel het kost om ons naar het winkelcentrum te brengen en tot mijn verbazing zegt hij dat het niets kost, omdat hij alleen voor promotiedoeleinden rondfietst. Ik vraag of hij ons wil brengen en dat vindt hij goed. Hij vraagt wel hoeveel wij wegen. Hij mag maar maximaal 250 pond belasten en terwijl Eric net met een grote portie friet komt aangel

Na een minuut of twintig zet hij ons enigszins bezweet af. We zijn lekker uitgerust én hebben ondertussen mooi rond kunnen kijken. We gaan het enorme overdekte shoppingcenter binnen. Het ondergrondse stelsel in Toronto is heel bijzonder. Juist omdat de winters zo koud zijn en de zomers zo heet, is er een enorm ondergronds stelsel van winkels zodat je niet naar buiten hoeft om van het een naar het ander te gaan. Ideaal. Toch ben ik liever buiten. In de krant hebben we net gelezen dat Steve Jobs is overleden en het is best bizar om te zien dat er voor de Apple store een bloemenoase ligt ter nagedachtenis. Overal briefjes en memo's, apart.


We lopen wat rond en eten ergens in één van de kenmerkende foodcorners een maaltje. Uit vele soorten gerechten kun je kiezen, iedereen heeft zijn eigen counter. Van McDonalds tot Subway, van Italiaans tot Aziatisch, een gezonde Vega burger of smoothiebar. Het is er allemaal. Hierna lopen we Yonge Street weer op en slenteren wat rond. We willen eigenlijk nog zoveel, maar ook weer niet. Alles wat we nu nog willen zou gehaast en half/half zijn. We besluiten met pijn in ons hart terug te gaan naar de camping want eigenlijk hadden we nog veel langer willen blijven. Maar om nu nog het uitgaansleven in te stappen en niet wetende hoe we terug moeten, nemen we toch de metro terug en niet veel later komt ook de bus die ons, niet bij de halte, maar netjes voor de deur van de camping afzet.


Fijn, want het was een vermoeiende dag.

Afstand: 125 km

Toronto - Amsterdam

De laatste dag is aangebroken en we zullen toch echt moeten gaan inpakken. Dat is op zich zo gebeurd. Als we klaar zijn rijden we op ons gemak naar CanaDream. Het is niet moeilijk te vinden en halverwege de ochtend leveren we de camper weer ongeschonden in. Toch altijd weer fijn om zonder brokken of schade terug te zijn. We worden vriendelijk ontvangen en meteen wordt de camper weggereden om schoongemaakt en nagekeken te worden. Terwijl we nog bezig zijn met de drop-off formaliteiten staan ze buiten al de camper schoon te spuiten. In een andere camper zien we een dame die met veel zorg bezig is de camper schoon te maken. Het is duidelijk dat dit niet zomaar even tussendoor gebeurt maar zeer zorgvuldig wordt gedaan. Ook belangrijk om te weten.


Als alles klaar is, willen we eigenlijk nog ergens gaan shoppen. Op weg naar de metro hebben we gisteren een grote shoppingmall gezien, maar volgens de dame van CanaDream is dit toch nog behoorlijk ver en kostbaar met de taxi. Waarom gaan we niet naar de shoppingmall die vlakbij ligt? Ideaal. Het is een wandeling van een klein kwartiertje en we mogen onze spullen laten staan. Heel handig want onze vlucht vertrekt pas vanavond.


We lopen dus op ons gemakje naar het winkelcentrum dat er van buiten niet erg indrukwekkend uitziet, maar veel groter is dan we in eerste instantie konden vermoeden. We kijken wat rond en eten een broodje en tegen een uur of 2 zijn we weer terug bij CanaDream, die meteen een chauffeur oproepen die ons naar het vliegveld brengt. Het wordt hier zeer efficiënt geregeld. Fijn als mensen met je meedenken.


Op het vliegveld checken we in en ik probeer of we misschien een upgrade kunnen krijgen. Daar is geen sprake van, volgens de nuffige dame aan de balie. Nou ja, zo’n punt is het niet. Gelukkig hebben we op tijd ingecheckt want er staat een enorme rij. Het airportpersoneel staakt en de bezetting is klein. Dat wordt wachten. Als ik dan eindelijk door het beveiligingspoortje moet zijn we blij. Mijn handbagage gaat door de scanner en? Domme ik. Mijn zakmes zit in mijn tas, niet zo handig! Die ben ik kwijt denk ik. Maar tot mijn verbazing krijg ik de keus. 1. Weggooien? 2. Terug naar buiten om aan familie mee te geven. Aangezien ik die niet heb, is dat geen optie. Dan komt optie 3. Naar buiten gaan en het zakmes per post naar mezelf op laten sturen. Over meedenken gesproken! Het inmiddels dierbare zakmes wordt dus zeker niet weggegooid en zal per airmail verstuurd worden. Ik koop een enveloppe en plak er voor 5$ postzegels op, geen idee of dat genoeg is en op hoop van zegen gooi ik de enveloppe in de brievenbus.


Ik mag gelukkig langs de lange rij en met een zakmes lichter ga ik even later opgelucht bij Eric zitten. Nog even duty free inkopen en naar de gate. Daar worden we echter uit de rij gehaald. Wat nu? Of we even willen wachten. Ook goed. En dat loont want we zijn alsnog overgezet naar Comfort class en we mogen plaatsnemen op stoel 1a en 1b helemaal voorin het toestel. Dat is boffen. Dank aan de vriendelijke dame van de Air Transat incheckbalie vermoeden wij. Op deze manier verloopt de terugreis extra voorspoedig.


De volgende ochtend landen we mooi op tijd in Amsterdam. De koffers zijn er snel en onze trouwe opeens wel erg kleine auto, staat op ons te wachten op P3. De reis zit er op. Zo’n weekje Oost-Canada is zeker een aanrader!


Begin november ligt er post uit Canada op de deurmat. Mijn zakmes is, na ruim 5 weken, weer terug waar die hoort!

Afstand: 36 km

Camperreis op maat

Wil jij zelf zo'n reis maken? Laat dan een camperreis op maat samenstellen zodat deze precies bij je wensen aansluit!

Ja, stuur mij een gratis offerte!

Campervakanties

Wil jij ook zo'n camperreis maken in dit gebied? Bekijk dan hier onze camperreizen.

Bekijk de campervakanties